Dag François,
Ik dacht dat we ons punt over taal nu wel hadden gemaakt, maar net vandaag zie ik op de sociale media een bericht van Bornem vroeger & nu: een soort hommage aan Jan Wauters. Er volgen heel wat reacties waarin zijn taalvirtuositeit – overigens volkomen terecht – wordt geprezen. Sommigen plaatsen hem zelfs naast Rik De Saedeleer.
Bij mij knaagt dat toch een beetje. Rik was een empathische voetbaljournalist die een wedstrijd haast feilloos aanvoelde en daarvoor alle lof verdient. Hij deed dat op zijn eigen manier, in een volkse taal die velen aansprak. Hij zette zelfs het dorp waar ik woon opnieuw op de kaart, toen hij tijdens het WK van 1982 de ramp van Kontich in het collectieve geheugen verankerde. Bij die treinramp van 1908 kwamen 37 mensen om het leven. Maar een taalvirtuoos was hij niet.
Wist je overigens dat ik een volkskundige link heb met Jan Wauters? Zijn licentiaatsverhandeling handelde over het sagenonderzoek in Klein-Brabant. Zijn promotor was in 1962 K.C. Peeters, mijn illustere voorganger als eindredacteur van Volkskunde, een functie die hij tot zijn overlijden in 1975 uitoefende. Misschien verklaart dat wel waarom Wauters, ook als sportjournalist, zo’n grote liefde voor taal en verhalen bleef koesteren. Iets wat hem met mij verbindt, ook al wil ik mij helemaal niet met hem vergelijken, hoor.
Dat op de sociale media de taalvirtuositeit van Wauters zo nadrukkelijk wordt geprezen, staat natuurlijk haaks op wat wij de voorbije dagen hebben geschreven. Die taalrijkdom is in de hedendaagse sportjournalistiek nog maar zelden terug te vinden. Meestal gaat het om hapklare brokken voor snelle consumptie, nog aangevuurd door websites als Voetbal24, die vooral uit zijn op clicks. Taal doet er op zo’n webstek nauwelijks nog toe. Snelheid primeert op stijl, sensatie op nuance. Jammer, want ook sportjournalistiek mag literatuur in het klein zijn. Helaas.
Mede door Jan Wauters ben jij van Zuid-Afrika gaan houden. En zo komen we opnieuw bij het voetbal terecht. Net als jij was ik blij voor Hugo Broos. Wat een carrière heeft die man opgebouwd, als speler en als trainer. Toch is hij door velen nooit echt naar waarde geschat. Zijn palmares spreekt nochtans boekdelen. Hij werd verscheidene keren kampioen in België, won de Afrika Cup en loodste ook Zuid-Afrika opnieuw naar een wereldkampioenschap. Zou hij een goede bondscoach zijn geweest? Ik denk van wel. Toch blijft men in ons land hardnekkig vasthouden aan buitenlandse coaches. Alsof Belgische trainers niet goed genoeg zouden zijn. Wordt het niet stilaan tijd om opnieuw voor een landgenoot te kiezen? Wat denk jij?
Morgen vertrek ik voor enkele dagen naar Nederland. Ik vermoed dat ik daar in een heel ander voetbal- en vooral supportersklimaat zal terechtkomen. Ik ben benieuwd of het beeld dat wij van de Nederlandse voetbalcultuur hebben, ook in de praktijk standhoudt. Ik vertel er je na mijn terugkeer volgende week graag meer over.
Doei, sorry, daag,
Paul