zondag, juni 26

Van kapiteinsbandjes en neusbeentjes

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Het is me wat. In het Belgische voetbal kom je zowat met alles weg. Hoe dat komt? Omdat het begrip “respect” in de voetbalwereld wel heel erg rekbaar is. En het is blijkbaar vooral van toepassing als een lapmiddel om – zoals bij de Pro League – de maatschappij gunstig te stemmen door campagnes op te zetten. Maar zeker niet om het gebrek aan respect aan de basis, met name op het voetbalveld tijdens de match zelf, aan te pakken. Of om incidenten en incidentjes met de mantel der liefde te bedekken en onder de voetbalmat te schuiven.

Respectloosheid troef

Wekelijks zien we beelden van voetballers die het nodig vinden om het scheenbeen van hun tegenstanders – of zijn het vijanden? – te viseren. Verschrikkelijk.
Wekelijks zien we beelden van voetballers die bij elke bal die buitengaat de arm omhoogsteken om de inworp te claimen, zelfs wanneer het voor de volle honderd procent duidelijk is dat diezelfde speler de bal als laatste heeft geraakt. Ergerlijk.

Wekelijks zien we trainers die na de match fulmineren tegen scheidsrechters omdat ze een mogelijke fout, buitenspel of handspel al dan niet fout hebben beoordeeld. Onaanvaardbaar.
Wekelijks zijn er scheldtirades tegen de VAR. Laatst nog was men (terecht) boos dat er geen VAR was bij de bekerwedstrijd tussen Standard en Club Brugge. Maar de kans bestaat evenzeer dat één van de betrokken ploegen boos zou zijn geweest indien die VAR wel in zijn busje had gezeten en een beslissing had getroffen die niet in zijn voordeel was. Laakbaar.

Zoals je ziet, er zijn inderdaad elke speeldag genoeg momenten waarop het gebrek aan respect voor de tegenstander en/of de scheidsrechter schrijnend aan de oppervlakte komt.

In eigen boezem?

Vergelijk dat eens met het aantal keren dat een speler en/of een trainer de hand in eigen boezem steekt en gewoon eens zegt dat het gewenste resultaat er niet is, omdat die speler gewoon niet goed genoeg was. Of omdat de trainer de ploeg gewoon niet in de beste veldbezetting liet spelen. Het is echt wel uiterst zeldzaam dat ze terugkeren op hun vaak foute argumenten. Je ongelijk (h)erkennen is zo moeilijk. Het siert daarom bijvoorbeeld Simon Mignolet absoluut dat hij terugkwam op zijn bewering dat hij in voormelde wedstrijd de bal niet met de hand had geraakt. Hij had ook kunnen zwijgen… Want het is natuurlijk altijd veel makkelijker om bij gebrek aan succes de schuld bij de ander te leggen.

Nochtans, respect voor de ander – en uiteraard niet enkel in het voetbal, maar in alle andere sporten en a fortiori in de maatschappij tout court – zou het leven een stuk aangenamer maken en de vaak eindeloze discussies in de kranten en Extra Time over al dan niet foute tackles grotendeels beperken, zodat er meer tijd vrijkomt voor wat er wel toe doet. Het spelletje zelf. De beleving. Of zoals de Pro League het op zijn website zelf formuleert: “De passie en de liefde voor onze ploegen, de sfeer op de tribunes, de intensiteit op het veld, de camaraderie in de tribunes, in de zetel of op café.”

Zo staat het zwart-wit op hun website. Diezelfde Pro League voert – en alweer absoluut terecht – campagne om homofobie en discriminatie te veroordelen en diversiteit te bevorderen. Je kunt op het meldpunt van de Pro League een aanklacht indienen bij gevallen van racisme en discriminatie. Goed zo, want zo hoort het ook. Maar “in en rond het stadion” geeft blijkbaar wel de acteurs op en rond het veld een vrijgeleide. Ik zie nergens een meldpunt voor racistische en discriminatoire opmerkingen op het veld. En wees gerust, die zijn er legio. Bij elke wedstrijd. Iedere week opnieuw.

Sambi Lokonga en Vanderhaeghe

Twee incidenten van de afgelopen week lijken dit verhaal te voeden. Aan de ene kant heb je de Anderlechtaanvoerder Albert Sambi Lokonga en aan de andere kant heb je Yves Vanderhaeghe, de trainer van de Vereniging. In een wereld die bol staat van bijgeloof is de actie van Lokonga maar een fait-divers en Yves Vanderhaeghe kennen we eigenlijk allemaal als een minzaam man. Verre van ons om net die twee mensen met pek en veren te beladen, maar de reactie bij die twee gevallen had toch net iets anders gekund. Als voorbeeld en antidotum. Wanneer je wordt geflitst omdat je door het rood rijdt, kun je moeilijk beweren dat het maar een klein beetje rood was. Je zult die boete moeten betalen, ook al ben je daarom nog geen doodrijder.

Ik vermoed dat Sambi Lokonga in zijn (voetbal)leven al vaak met racistische uitlatingen heeft te maken gehad waarbij zijn “vergrijp” in het niks verzinkt. Bovendien is hij met zijn verontschuldigingen al door het stof gemoeten. Kwaad opzet hoeven we hier hopelijk niet in te zien. En in de rest van de competitie de beide bandjes dragen lijkt me meer dan voldoende als straf. Zijn bandje als aanvoerder en zijn regenboogbandje als protest tegen homofobie en racisme. Tenminste als hij zich ook duidelijk en rechtlijnig uitspreekt tegen het homofobe karakter van de kerk Church of God waar hij blijkbaar toe behoort. Want het is niet omdat je zelf racistisch wordt behandeld, dat je je homofoob moet opstellen. In geen geval. Een oprecht statement is hier dus wel op zijn plaats.

Het geval van Yves Vanderhaeghe is dan toch enigszins anders. Je kan zijn uitlating: “Hij (Paul Onuachu) krijgt hem wel op zijn neus. Bij die gasten zit er geen been in, hé” moeilijk als een onvervalste flapuitgedachte catalogeren. Het is een racistische uitlating, hoe je het ook draait of keert. In momenten van adrenaline zegt een mens al eens iets dat nergens op slaat, maar …, er is inderdaad een maar. Yves Vanderhaeghe is een trainer en zou net voorop moeten gaan in de strijd, een voorbeeld zijn voor zijn spelers. Hij zou net twee keer moeten nadenken om te voorkomen dat hij dergelijke ongecontroleerde en racistische uitspraken doet.

Vuile werk

Hoe minzaam ook, hier zou toch wel een sanctie hebben moeten volgen. Al was het maar om te voorkomen dat zijn voorbeeld wordt gevolgd en dat men er zich dan vanaf maakt met de boutade dat er geen kwaad opzet in het spel was. Als de meester het mag, waarom zouden de leerlingen het dan niet mogen. Trouwens, in het geval van Yves kunnen we niet spreken van onwetendheid. Hij is een bachelor lichamelijke opvoeding en zou dus uit zijn cursus anatomie moeten weten dat een neusbeentje wel degelijk iets is wat alle mensen bezitten, onafgezien van hun kleur (of hun geaardheid).

Het zou trouwens geen kwaad gekund hebben, indien Vanderhaeghe hierover zelf even het woord had genomen om zich voor zijn racistische uitlating te excuseren. Bij Paul Onuachu in de eerste plaats, maar ook tegenover de buitenwereld. Hij liet echter het “vuile werk” over aan zijn clubleiding. Excuses zouden hem hebben gesierd. Want Yves Vanderhaeghe weet als geen ander dat de camera’s – of hij dat nu wil of niet – vlak op zijn huid zitten. Of had hij misschien tweede zit voor anatomie?

O Belgisch voetbal | Raf Willems

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Comments are closed.