De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt De Witte Duivel een anekdote uit die rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag.
Maandag 6 juli, Granollers – Les Angles, 196 kilometer
‘JULLIE ZIJN MOORDENAARS’
Heel lang was de Tour in de eerste week een domein voor sprinters. De laatste jaren werden de etappes al van in het begin zwaarder; de organisatoren willen meteen vuurwerk zien. Ook nu hebben ze het parcours met die gedachte uitgetekend. Meteen na de start in Granollers, een Catalaanse stad, gaat de weg 6 kilometer omhoog. Later staat de eerste col van eerste categorie op het programma, om vervolgens op een bergplateau te arriveren. Intussen rijden de renners weer op Frans grondgebied.
De Tour is en blijft een overlevingsgevecht. Vroeger nog meer dan nu. De renners spraken er hun afkeer over uit. Zeker in de prehistorie. Legendarisch is het verhaal van de Fransman Octave Lapize, de Tourwinnaar van 1910. Ofschoon hij zowel in de Alpen als in de Pyreneeën domineerde, schold hij de organisatoren uit voor moordenaars toen hij in een loodzware bergrit als eerste de top van de Tourmalet overschreed. De despotische Tourbaas Henri Desgrange had voor het eerst voor een epos in het hooggebergte gezorgd. De scheldkanonnade van Lapize bezorgde hem ’s avonds een forse uitbrander. Het ging aan hem voorbij. Sterker zelfs: hij hoorde het niet. Lapize was namelijk doof en moest daardoor zijn dienstplicht niet vervullen. Dat vond hij vreselijk want de arbeiderszoon was bezeten van vliegtuigen. Daarom meldde hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog als vrijwilliger aan bij de luchtmacht en werd ondanks zijn handicap aanvaard. Lapize volgde met succes een opleiding, toen hij in een vliegtuig mocht stappen, was dat voor hem een moment van glorie. Maar het zou hem uiteindelijk fataal worden. Octave werd tijdens een routinevlucht neergeschoten en stierf de heldendood.
Er zouden meer renners het slachtoffer worden van de gruwel van de Eerste Wereldoorlog.
Zoals de uit de Voerstreek afkomstige Marcel Kerf, de eerste Belgische Tourheld die in de eerste Ronde van Frankrijk, in 1903, zesde eindigde. Hij dronk dagelijks liters melk en reed samen met zijn boer Charles vanuit Voeren geregeld heen en terug met de fiets naar Parijse slachthuizen om vlees te gaan ophalen voor de veehandel van hun vader. Beiden kwamen op een dramatische manier om het leven: Charles werd in 1902 tijdens de wedstrijd Marseille-Parijs dood langs de kant van de weg gevonden. En Marcel maakte na het einde van zijn carrière, in augustus, 1914 een fietstochtje naar een Duits legerkamp in Moelingen. Hij werd gearresteerd, verdacht van spionage en opgeknoopt.