De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt de Witte Duivel een anekdote uit de rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag
Zaterdag 25 juli, Le Bourg-d’Oisans – Alpe d’Huez, 170,9 kilometer
EEN PRACHTIGE COL ALS VOORGERECHT
78 kilometer verspreid over vier megacols, en dit op de voorlaatste dag. En nog maar eens een aankomst op Alped’Huez. Het zal voor de renners weer zwoegen worden. Ook dan als de Tour al in een beslissende vorm werd gegoten.
Halverwege in deze etappe, op 60 kilometer van de aankomst, ligt de Col du Galibier. Het is een van de symbolen van de mythe van de Tour, een oneindig lange en zeer uitdagende klim. De top ligt op 2645 meter; dan hap je als renner constant naar lucht en kun je zelfs in ademnood komen. De Galibier was de favoriete berg van Henri Desgrange. Op de zuidflank staat een monument voor de geestelijke vader van de Tour, opgetrokken in de vorm van een schoorsteen. Telkens als de renners deze Alpengigant passeren, wordt er traditioneel een krans neergelegd voor de bedenker van de Ronde van Frankrijk. Desgrange, een sportjournalist en ooit een uitstekende baanrenner die in 1893 als allereerste een werelduurrecord vestigde, leidde de Société du Tour de France tussen 1903 en 1939 in de stijl van een despoot. Hij werd door de renners verketterd en verwenst, omdat etappes volgens hem niet zwaar genoeg konden zijn en hij toverde steeds weer nieuwe, moordende beklimmingen uit zijn hoed. Zoals de Col du Galibier.
Op de noordkant van de mythische col staat ook een gedenkplaat voor Marco Pantani, als hulde aan de gevleugelde klimmer. Pantani forever isi daarop te lezen. De Italiaan legde in 1998 op de Galibier de basis voor zijn Touroverwinning. Hij demarreerde op de col in barre weersomstandigheden en vergrootte tijdens een indrukwekkende rush constant zijn voorsprong. De top van de berg lag in zware nevelen gehuld toen hij boven kwam. Pantani stopte even en trok in alle rust een regenjasje aan voor de afdaling. Hij won de rit, die in Les Deux Alpes eindigde, met acht minuten voorsprong op Jan Ullrich en pakte de gele trui over van de Duitser. Het was een van zijn grootste zeges.
De Col du Galibier was ook het decor van de eerste renner die in de Tour verongelukte. Dat was in 1935 toen de Spanjaard Francisco Cepeda een snelle afdaling reed, maar ten val kwam toen de tube van het voorwiel vloog. Hij maakte een paar verschrikkelijke buitelingen en werd naar het ziekenhuis van Grenoble overgebracht. Daar werd nog een schedelboring uitgevoerd, maar dat hielp niet: Cepeda overleed drie dagen later. Hij was pas 29 jaar.
De Col du Galibier heeft een rijke geschiedenis. Het is een col waar veel renners voor huiveren. Ze hebben tijdens de beklimming geen oog voor het panoramisch zicht dat je onderweg op de brede wegen aantreft. Nergens is het landschap indrukwekkender dan op de Galibier; het is een plaats waar je je bewust wordt van de grootsheid van de natuur. Toch was deze iconische berg slechts één keer de finishplaats van een etappe, in 2011. De Luxemburger Andy Scleck won toen de rit na een solo van 80 kilometer. Maar zelden werd de Tour op de Galibier in een beslissende vorm gegoten. Het was en bleef een voorgerecht. Dat dreigt dit jaar niet anders te zijn.