Waar plaatst Tadej Pogacar zondag zijn aanval in Luik-Bastenaken-Luik? En is er iemand die hem dan kan volgen? Remco Evenepoel? Of het Franse wonderkind Paul Seixas?
Remco Evenepoel won Luik-Bastenaken-Luik tot dusver twee keer. In 2020 en 2022. Telkens weer viel de beslissing op de Côte de la Redoute, een legendarische, 1600 meter lange helling, met een stijgingspercentage van achttien procent. Telkens weer was Evenepoel vooraf deze nijdige beklimming gaan verkennen.
La Redoute ligt op 34 kilometer van de aankomst. Twee keer, in 2024 en 2025, was dit voor Tadej Pogacar de wipplank naar twee van zijn zeges. De Sloveen, die Luik-Bastenaken-Luik ook al in 2021 won, maakte vooral vorig jaar indruk toen hij de klim eigenlijk alleen gebruikte om zijn benen te testen. Tot hij zag dat hij een gat had geslagen en meteen doorging, met op de klim een gemiddelde snelheid van 22,8 kilometer per uur.
Valt de beslissing ook zondag weer op La Redoute? Haalt Tadej Pogacar in zijn vijfde koers van het seizoen dan verwoestend uit? In hoeverre kan Remco Evenepoel dan weerwerk bieden? En tot wat is de Franse revelatie Paul Seixas, gesterkt door zijn zege in de Waalse Pijl, in staat? La Redoute lijkt in ieder geval weer de scherprechter te worden, nadat deze helling door tal van parcoursveranderingen een tijdje minder doorslaggevend was. Zeker toen de koers vanaf 1992 niet meer in Luik arriveerde, maar in de grauwe buitenwijken van Ans. In 2019 werd de finish weer verlegd naar Luik. En deed de Côte de la Redoute zijn status weer alle eer aan. De helling hoort bij de symboliek van deze wedstrijd.
Een monument voor Merckx
Luik-Bastenaken-Luik is de oudste klassieker. De eerste editie bij de profs werd in 1894 gewonnen door Léon Houa die de twee jaar daarvoor ook triomfeerde, maar toen werd de koers alleen voor amateurs georganiseerd. De renners vertrokken om half zes ’s ochtends om elf uur later in Luik terug te keren. Het keerpunt lag op het stationsplein van Bastenaken; de officials waren per trein de deelnemers vooruit gereisd. Het heet dat Léon Houa nog maar vier maanden fietste toen hij La Doyenne op zijn naam schreef; de Ardennen waren zijn geliefkoosd terrein. De in het centrum van Luik geboren Houa kon op de hellingen een moordend tempo ontwikkelen.
Vele grote, memorabele nummers werden er in de loop van de geschiedenis opgevoerd. Door Eddy Merckx die vijf keer won en drie keer de basis voor zijn overwinning legde op de Côte de Stockeu, ook al moesten er dan nog 80 kilometer worden afgewerkt. Op die helling staat nu een monument van Merckx, in de vorm van een bronzen plaat, met daarop een plaquette met een aantal van zijn 525 overwinningen.
Een winterse editie
Eveneens op de Côte de Stockeu liet Bernard Hinault in 1980 iedereen achter zich in de allicht helste editie uit de geschiedenis van Luik-Bastenaken-Luik. De wedstrijd werd gereden in winterse omstandigheden, Hinault haalde het met negen minuten voorsprong op de tweede, Hennie Kuiper. Heel even werd overwogen om de koers bij het keerpunt in Bastenaken stil te leggen, ook al omdat er al veel renners waren afgestapt. Ook Hinault wilde dat doen, maar Cyrille Guimard, zijn sportdirecteur bij Renault, zei hem dat hij maar wat rapper moest rijden als hij minder kou wilde lijden. De Bretoen zou de sporen van deze koers wel meedragen. Sinds die dag zijn de zenuwuiteinden van zijn vingers verlamd; als het koud is kan hij ze niet gebruiken.
Luik-Bastenaken-Luik was lang geen koers voor Italianen. Dirk De Wolf ondervond het toen hij voor het Italiaanse Gatorade uitkwam en in 1992 voor de start zijn ploegmaats als geslagen honden naar buiten zag kijken, omdat het sneeuwde. Het belette de Brabander niet om met macht en kracht over de Ardense hellingen te scheuren en in de finale als een eenzame fietser naar de finish te snellen. Een andere Italiaan, Moreno Argentin, had dan wel zijn hart verpand aan Luik-Bastenaken-Luik. Hij won de koers vier keer en was als weinig anderen in staat om op de hellingen te exploderen.
Koersen met open vizier
Zo heeft Luik-Bastenaken-Luik vele verhalen. Zoals in de editie van 1999 bijvoorbeeld, toen Frank Vandenbroucke een legendarische clash uitvocht met Michele Bartoli en de koers ook al op La Redoute besliste. Het was de tijd dat Vandenbroucke over zijn eigen witgekalkte initialen op het asfalt reed, de tijd dat hij werd aanbeden alsof hij God was en dat nog zelf geloofde ook. Tot hij aan de drugs geraakte en in een permanente roes leefde. En aan een van de meest tragische hoofdstukken uit de geschiedenis van het wielrennen begon.
Het was een ander tijdperk. Vandaag valt er van die schimmigheid niets meer te bespeuren. Toprenners zijn niet langer irrationele wezens die gemakkelijk beïnvloedbaar zijn. Ze tekenen hun eigen weg uit. Maar vooral: ze zorgen al een heel seizoen lang voor hoogstaande wedstrijden waarin ze zich amper laten vastbinden in de netten van een tactisch spinnenweb, maar met open vizier koersen. Het zal zondag niet anders zijn.