Vanavond wordt met Frankrijk-Marokko de eerste kwartfinale van het WK afgetrapt. Opvallend is dat zes van de acht teams (75 %) uit Europa komen. Dat is het hoogste aantal sinds 1994 (7, ook in Amerika). De hegemonie van het Europese voetbal is nog niet voorbij en zal wellicht niet snel doorbroken worden.
Het wereldvoetbal wordt al honderd jaar gedomineerd door Europa en Zuid-Amerika. In de jaren ’90 werd voor het eerst de vraag gesteld hoe lang het nog zou duren voor er een Afrikaanse wereldkampioen kon gevierd worden. Kameroen schopte het in Italia ’90 tot de kwartfinales. Zes jaar later werd Nigeria olympisch kampioen.
Vreemd genoeg bleef het daarbij. Afrika kreeg dit keer dankzij de uitbreiding naar 48 teams meer deelnemers (10), maar slechts één land haalde de laatste acht. Met een beetje geluk had het ook anders gekund. Zuid-Afrika werd uitgeschakeld in minuut 91, Ivoorkust en Congo in minuut 86, Senegal in minuut 125, Kaapverdië in minuut 125 en Egypte in minuut 92.
Dat zoveel Europese landen nog op het WK zijn, heeft uiteraard ook te maken met het feit dat het veruit de meeste deelnemers had (16, dus 31 % gaat door). Maar hoe meer ploegen hoe kwetsbaarder je ook bent. Het kunnen immers niet allemaal toplanden zijn. Neem bijvoorbeeld Bosnië-Herzegovina dat zich slechts dankzij barragematchen plaatste of Zweden dat het achterpoortje van de Nations League nodig had.
Parijs
Mensen met een Afrikaanse achtergrond zullen zeggen dat Europa veel dankt aan de zwarte migrantenzonen. Dat is absoluut waar. Neem de gekleurde jongens weg bij België, Frankrijk, Engeland, Spanje, Zwitserland en zelfs Noorwegen en het wordt een heel ander verhaal. Anderzijds zouden de meeste Afrikaanse teams niet veel voorstellen zonder de jongens die in Europa geboren en opgeleid waren.
Dat geldt overigens niet alleen voor de Afrikaanse spelers. 25 van de 26 spelers van Curaçao komen uit Nederland. Twaalf van de Haïtianen hebben roots in Frankrijk. Maar liefst drie kwart van de Marokkaanse spelers zijn in Europa geboren. Zou het helemaal toeval zijn dat Marokko zo dicht bij Europa ligt? En dat het in 1987 kandidaat was om lid te worden van de Europese Gemeenschap, de voorloper van de Europese Unie?
99 spelers op dit WK werden overigens in Frankrijk geboren. 56 jongens, of 4,3 procent van alle spelers op dit WK, werden in Parijs en zijn ‘banlieues’ geboren. Het heeft niets met het water van de Seine te maken. Er is een heel simpele verklaring voor: veel clubs hebben goede trainingsfaciliteiten, uitstekende jeugdcoaches en het lidgeld is redelijk betaalbaar. Voor de armste kinderen wordt naar een oplossing gezocht. Parijs mag zich de wereldhoofdstad van het voetbal noemen en dat heeft zelfs niets te maken met Paris Saint-Germain, dat de Beker met de Grote Oren won.
Wantoestanden
Wat is het probleem van het Amerikaanse voetbal? Geen land dat meer topatleten voortbracht dan de VS, maar in het voetbal zit weinig progressie. ‘Je kan hier alleen voetballen als je vader of moeder minstens 50.000 dollar verdient’, zei ex-international Landon Donovan. ‘Een kid laten voetballen kost je minimaal 4.000 dollar per seizoen.’
Het Afrikaanse voetbal heeft min of meer gelijkaardige problemen. Goede infrastructuur is schaars, de coaches worden beter maar er is nog een lange weg te gaan. Bovendien ontbreekt het aan een sterke nationale competitie. Niet alleen op het hoogste niveau maar vooral ook op jeugdniveau.
Nergens bestaat er een clubcompetitie vergelijkbaar met de Champions League. De beste voetballers van de wereld spelen hier, omdat hier de rijkste clubs gevestigd zijn. Nergens is ook de jeugdopleiding beter dan in Europa. Dat danken we in niet onbelangrijke mate aan het transfersysteem. Sinds het Bosman-arrest is een voetballer geen lijfeigene meer van zijn club, maar heeft een ploeg er nog altijd alle belang bij om jongens op te leiden. Voor teams uit kleinere voetballanden (genre België en Nederland) is het de enige manier om nog een beetje mee te tellen internationaal en/of het hoofd financieel boven water te houden. Wat niet betekent dat er nog altijd een aantal wantoestanden aan het systeem kleven die zouden moeten weggewerkt worden.
Voorlopig profiteren dus zowel Europa als Afrika van de wisselwerking. Het systeem moet niet aangepast worden. Elke jonge speler moet het recht hebben te beslissen welk shirt hij wil dragen en niemand heeft opmerkingen te maken bij zijn keuze. Wel mag gehoopt worden dat geld daarbij geen rol speelt.
Prijzen in elkaar geklapt
Opvallend is dat met Italië, Brazilië en Duitsland de drie historisch succesrijkste voetbalnaties ontbreken in de kwartfinales. Dat is nooit eerder gebeurd. Samen zijn ze goed voor 13 van de 22 wereldtitels. Het goede nieuws is dat door het uitvallen van de VS, Canada, Mexico, Brazilië, Colombia en Portugal de toegangsprijzen in elkaar zijn geklapt. De prijs voor een ticket voor Spanje-België zakte van 3.261 dollar naar 1.223 dollar. Min 62 procent, maar nog altijd pure waanzin.
Frankrijk en Marokko trappen dus vanavond de kwartfinales af. Wie gedacht had dat de Fifa zijn lesje zou geleerd hebben, kwam andermaal bedrogen uit. Het arbitrageteam, inbegrepen de VAR, komt uit één land: Argentinië. Dat zou nog niet eerder gebeurd zijn op dit WK. Hopelijk verloopt alles even vlot als met de Jordaniër die de VS tegen België leidde, maar met alle complottheorieën rond Argentinië – Fifa zou de beker liefst weer aan Messi geven, wordt gezegd – niet echt een keuze die van veel emotionele intelligentie getuigt.