Bij elke match van de Rode Duivels halen we even een oude Belgische Wereldbekerheld uit ons archief. Vandaag: Leo Van der Elst, de middenvelder van Club Brugge die op de Mundial van Mexico 1986 in de kwartfinale de winnende strafschop voorbij de Spaanse doelman schoot. Ook toen: in het midden van de nacht.
De penalty van Leo Van der Elst bracht het land om 2 uur ’s nachts in feestroes
Het moet om en bij 2 uur in de nacht zijn geweest. Elke stad en elk dorpje in België hield ‘collectief’ de adem in. Het duurde even tot het doordrong: na enkele seconden sacrale stilte volgde één langgerekte olé. De Rode Duivels hadden het onmogelijke waargemaakt. En de held heette Leo. Leo-Van-der-Elst!
De jongere broer van François forceerde zijn doorbraak in de nationale ploeg na het omkoopschandaal tussen Standard en Waterschei. Hij proefde van de volledige wereldbekercampagne van 1986. Tussen 1984 en 1987 draafde hij dertien keer als Rode Duivel het veld op. In totaal nodigde bondscoach Guy Thys hem dertig keer uit voor zijn selectie. Tijdens een gesprek riep hij de herinnering op dat hij tijdens de kwalificatiematchen vaak de voorkeur kreeg op Enzo Scifo: ‘We kwamen flink op stoom met thuiszeges tegen Albanië en Polen. Tussendoor gooide de miserabele Balkantrip, net nadat Real Madrid Anderlecht had afgepoeierd met 6-1, roet in het eten. De Brusselaars zaten mentaal in een diepe put. Met zeer terughoudend spel kaapten we in Athene tegen Griekenland een 0-0 weg. Iedereen dacht dat we onze zaakjes voor elkaar hadden. Albanië was vervolgens een zeer vreemde ervaring. De aanblik van dat land schokte ons en bepaalde onze gevoelens. We dachten dat ons niets kon overkomen, maar het tegendeel bleek waar. De Albanezen overspoelden ons en wonnen met 2-0. We eindigden tweede in de groep na Polen. België mocht testmatchen spelen tegen Nederland. In het Astridpark vloog Kieft na 3 minuten van het veld. Met 1-0 openden we de poort naar Mexico. Tijdens de terugwedstrijd in de Kuip zagen 60.000 bedremmelde Hollanders hoe wij eerst vijf uitstekende kansen om zeep hielpen. Ze haalden opgelucht adem als Oranje daarna de voorsprong tot 2-0 uitdiepte. Vijf minuten voor tijd konden we ons uiteindelijk toch kwalificeren. Eric Gerets snelde met een geweldige rush, dankzij een perfecte voorzet van René Vandereycken, de lijn af en schilderde een gave voorzet op het hoofd van Grün die keihard inkopte. We leefden in een aangename atmosfeer naar het WK toe. Toch verliep de eerste ronde in Mexico in mineur, met barslechte wedstrijden tegen Mexico en Irak. Tegen het thuisland verkwanselden we onze kansen. We vreesden het publiek, meer dan 100.000 mensen in het Aztekenstadion. Tegen Irak faalden we, ondanks de 2-1 zege, en de pers maakte brandhout van onze prestatie. Thys voerde een ingrijpende renovatie door. Hij verjongde zeer drastisch en bracht Demol, Claesen, Vervoort, Veyt en mezelf in de ploeg voor de match van de laatste kans tegen Paraguay. Franky Van der Elst was een van de afvallers en reageerde bitter. Hij noemde Thys “een oude man die het niet meer begrijpt.” De manier waarop Thys die uitspraak naast zich neerlegde en zalvend optrad tegen Franky, bestempel ik als grote klasse. Ik loof de diplomatieke aanpak en de psychologische kwaliteiten van Guy Thys. Hij voelde de spelers echt aan en kende de antwoorden op voetballersproblemen.
In de tweede rond begon voor België het mooist gedeelte van de Mundial. De Russen, die door de eerste rond wervelden en met hun creatief, sensationeel en computergestuurd voetbal regelrecht op de finale leken af te stevenen, werden door ons succesvol gecounterd. Het eerste uur tikten ze ons dol. Met veel geluk, een bal op de paal en dankzij een uitstekende Jean-Marie Pfaff bleef het 1-0. Toen we twee tegenaanvallen verzilverden, voelde ik dat ze zouden sneuvelen. De Rode Duivels verbijsterden de wereld met onze spectaculaire 4-3 overwinning na verlengingen. In de kwartfinale voetbalden we veel beter dan Spanje maar die haalden ons in op vijf minuten voor het einde. Strafschoppen moesten over een voor België historische halve finale beslissen.
Ik meldde me bij Guy Thys om te trappen. Ik wilde, weliswaar met tegenzin, de laatste nemen maar hoopte stiekem dat het niet echt meer zou hoeven. Lijkbleek overbrugde ik de vijftig meter van de middencirkel naar de stip. Daarbij uitgefloten door 50.000 Spaanse supporters. Ik wist op dat moment niet eens of de keeper een hoek koos. Ik dacht: ik trap hem keihard rechtdoor met mijn ogen dicht. Raak! We geloofden tegen het Argentinië van Maradona in de halve finale niet in onze kansen. Zelfs Guy Thys niet. Tijdens de terugkeer in het vliegtuig dronk iedereen zich minstens drie keer lazarus.’
En dat gebeurde in de minuten na de penalty van Leo Van der Elst dus al in elke Belgische stad en dorp. Het land leefde in een feestroes. Die eindigde pas met de blijde intrede van de Rode Duivels in Brussel. Die zorgde voor bruisende ‘Braziliaanse’ voetbaltoestanden.