Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Andrès Iniesta, 11 mei 1984.
Spanje – Nederland 1-0, Finale World Cup 2010 Zuid-Afrika, 11 juli 2010, Soccer City Stadium Johannesburg
Andrès Iniesta. Being Iniesta,het oogde simpel omdat hij de moeilijkste voetbalvaardigheid beheerste: de ruimte zien die er eigenlijk niet is. Zoals bij het sportieve hoogtepunt van zijn loopbaan, tijdens de wereldbekerfinale van 2010 tegen Nederland. Dat was op een doelpunt hem eigen: een stapje terug zetten voor hij de bal ontvangt, wachten op de curve en intussen kijken naar de keeper. Op de 116 ste minuut brak hij het ‘oranjeslot’ open op een wijze die weinig anderen hem zouden nadoen. En begonnen met een door iedereen ‘vergeten’ briljant hakballetje op het middenveld. Achteloos uitgevoerd, maar het brak de Oranjegordel daar een eerste keer open.
Iniesta bracht het gelijk van Johan Cruijff in de praktijk: ‘Voetbal wordt met het brein gespeeld.’
Intuïtieve intelligentie, en dat was het alweer tijdens de finale van de Copa del Rey tussen FC Sevilla en FC Barcelona (0-5) in 2018. Zonder meer briljant, het telepathische samenspel met Messi, het wachten tot de doelman op het verkeerde been staat en dan de bal intikken. Zijn laatste groot moment bij Barça. ‘Kom dichter, ik wil je in mijn buurt’, sprak Messi tegen Iniesta.
De immer zwijgzame Messi lichtte zijn visie voor zijn doen uitgebreid toe in het boek ‘Being Iniesta. The Artist’: “The hardest thing to do in football is to make it look like everything is easy, effortless, and that’s Andrés. He’s the person who starts moves, who get things going. When the game takes a turn for the worse, when things are difficult, that’s when I say to him: ‘Come closer, I want you by my side.’ Everything’s natural to him.”
Dit citaat geeft in vijf lijnen mee hoe de beste voetballer van de 21 ste eeuw denkt over de compleetste voetballer van de 21 ste eeuw. Voor beiden gaat ook de omschrijving op: ‘en vermoedelijk uit de geschiedenis’.
Andrès Iniesta won met zijn land Spanje (WK, EK) en zijn club FC Barcelona (Landstitel, beker, supercup, Champions League, Europese supercup en Wereldbeker) minstens één keer àlle competities won waar hij aan deelnam: dé complete voetballer.
En volgens een tactische analyse van The Daily Telegraph in november 2016: onmisbaar voor Barça dat in zijn afwezigheid aan het kwakkelen sloeg. Men sprak over hem: ‘Messi kan negentig minuten lang diep spelen omdat Iniesta de bal naar hem brengt’. De ‘bleke’ vertoefde twintig jaar op Camp Nou – waarvan vijftien in het eerste elftal – en speelde in de combinatie Blaugrana – La Roja meer dan 800 (674 – 131) wedstrijden op het hoogste niveau.
‘Het brein’, dat werd zijn toepasselijke bijnaam: El Cerebro. Intelligentie. Intuïtie. Intuïtieve Intelligentie. Iniesta.
Vanuit de diepe binnenlanden van Spanje, niet eens zo ver van Madrid, trok hij toch naar Barcelona. Naar La Masia, het befaamde jeugdopleidingscentrum van Barça. Ver weg van zijn familie, net twaalf geworden. Het deed hem pijn. Hij weende bij elk vertrek. Hij verborg zichzelf voor de anderen en sprak amper. Het enige teken van persoonlijke beleving was een poster op zijn kamer van…de speler Pep Guardiola.
Onder invloed van diezelfde Pep Guardiola als coach ontwierp hij het métier van drie middenveldstijlen. Hij kon uit de voeten als controlerende man, als schaduwspeler zonder vliegende tackles. Hij zwierf graag uit over de linkerflank. Hij voelde zich het best in de door Guardiola ontworpen twee-eenheid met Xavi, centraal op het middenveld. Men roemde hem wel eens als de man die ‘eb en vloed’ souffleerde. Hij bepaalde opkomst en terugtocht van de golven. Door zijn opofferingsgezindheid – het deerde hem niet waar de trainer hem posteerde – en zijn sobere levenshouding werd hij het voorwerp van bedenkers van bijnamen: El Cerebro (‘het brein’) en El Anti-Galactico (een sneer richting Real en zijn Galactico’s), of in de ironische zin: The Party King. En zijn ‘Magere Heinprofiel’ was goed voor El Caballero Palido. Hier associeerde men zijn bleke gelaatskleur met zijn hoofse optreden: de bleke ridder. De ernstigste krant van Spanje, El Pais, liet alle remmen los in het huldebetoon: Nurejev.
Hij spande zich volledig in voor het elftal, zij het met techniek, inzicht en positie. Hij meed doelbewust de belangstelling: geen discotheken, geen media. Op persontmoetingen was hij volkomen zijn stille en gereserveerde zelf. Hij charmeerde uiteindelijk door zijn…gebrek aan charme. Zo werd hij zelfs het thema van de muziek van de band Estopa, die Catalaanse rumba mengt met rock en flamenco. De zanger en de gitarist nodigden hem uit als ritmesectie bij een televisiespot en fabriceerden een gig ter ondersteuning van zijn kandidatuur bij de verkiezing van ‘beste speler ter wereld’.
Trainer Luis Enrique gaf hem in 2014 de aanvoerdersband – in opvolging van Xavi – en plots was de ooit zo bescheiden Iniesta de leider van het elftal. Zijn introverte spel werd nog completer. Hij hechtte het elftal aan elkaar op een wijze die niet in het oog springt. Hij componeerde de muziek naar de triomf van het tempo: sneller, trager, rust. En omgekeerd. Circulatiespel in alle richtingen. De show wordt sober geregisseerd door El Illusionist. Niets was wat het leek en toch: het was echt. Hij kon aanvallen, verdedigen, creëren en scoren. Bijzonder mooi scoren, overigens. Zoals in Madrid tegen Real (0-4) op 21 november 2015: één-tweetje met Messi en vanop de rand van het strafschopgebied snoeihard onder de lat. Hij beheerste het hele palet. Maar het vooral: het zien van de ruimte die er niet is. Zoals op 11 juli 2010, in de 116 de minuut van de finale tegen Nederland. Het startte met een briljant hakballetje op het middenveld. Eentje dat – geheel hem eigen – verdween uit het collectieve geheugen. Andrés Iniesta.
Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books