De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt De Witte Duivel een anekdote uit die rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag.
Woensdag 8 juli, Lannemezan-Pau – 158,3 kilometer
DE RENNERS NAMEN GEWOON EEN BUS
Al van in de jaren twintig is Pau een vertrouwde naam in het Tourparcours. De Ronde is er nu voor de 75e keer te gast. De lokale burgemeester onderhoudt een directe lijn met Tourbaas Christian Prudhomme. De stad heeft zelfs een aparte afdeling die de organisatie in goede banen leidt. Pau is een herkenningspunt, soms ook een moment van verpozing voor de renners en de media. Vaak stond daar de eerste rustdag geprogrammeerd.
Voor het eerst krijgen de pure spurters in deze rit een kans. Dat past eigenlijk niet bij Pau, waar de meest legendarische rit uit de geschiedenis van de Tour begon. Dat was, in 1926, in een etappe tussen Pau en Luchon, een klassieker die omfloerst is geraakt door de geschiedenis. Onder een slagregen en een ijselijke stormwind reed Lucien Buysse solo naar Luchon. Het gros van de renners arriveerde pas ’s avonds. Ze hadden, verkleumd door de kou, een bus genomen die hen in hun hotel afzette. Dat kwam pas aan het licht toen de chauffeur van de bus later bij de organisatoren eiste dat ze voor de rit zouden betalen.
Soms werd er ook in omgekeerde richting gereden, van Luchon naar Pau. Maar dat was minder aantrekkelijk. Bornemnaar Eddy Pauwels won twee keer in Pau, in 1961 en 1962. Hij droeg in de Tour een paar dagen de gele trui; zijn prestaties werden door het thuisfront op de voet gevolgd. Nadat hij de gele trui had gedragen, kreeg Pauwels bij zijn terugkeer van het gemeentebestuur een … gele Opel Record.