Voor veel Nederlandse tv-kijkers groeit Rik De Saedeleer tijdens het WK van 1986 uit tot de populairste Belg in Mexico. Zijn sappige taaltje, soms geladen met aanvechtbare kreten, heeft hem vier jaar eerder al bekend gemaakt in de Nederlandse huiskamers. Bij afwezigheid van Oranje (opnieuw) verhoogt het succes van de Rode Duivels de aandacht voor zijn verslaggeving op de Vlaamse tv.
Zo kan het ook gebeuren dat Rik De Saedeleer interview-doelwit wordt voor Nederlandse journalisten in Mexico. ‘’Ik heb een afspraak staan met Rik De Saedeleer. Interesse om mee te gaan?”, vraagt Ben de Graaf, de chef sport van de Volkskrant, mij in de laatste week van het Wereldbekertoernooi, nadat België de halve finale heeft bereikt. Tja, waarom niet?
‘Rik De Saedeleer zegt het een eer te vinden dat ik hem kom interviewen. Dat is het ook’, luiden twee dagen later de opmerkelijke openingszinnen van het interview door Ben de Graaf in de Volkskrant. Het interview heeft soms veel weg van een college.
De Saedeleer: ”Laten we het nu eens niet over die laffe Belgen hebben. Ik geef toe dat ze alle steun hebben gekregen van de schutspatroon der wanhopigen. Ik neem m’n hoed voor ze af. De Russen en de Spanjaarden kloppen, dat is toch een fantastische prestatie. Daarmee is niet gezegd dat België een voorbeeld geeft waaraan de voetbalwereld zich zou kunnen spiegelen. Maar een beetje waardering zou wel op zijn plaats zijn. De Nederlanders staan zoals altijd, vooraan om hun neus voor de buurman op te trekken. Dat zit in hun karakter.”
WK-barrage
Het tv-commentaar maakt Rik De Saedeleer in Nederland populairder dan de spelers. Wij Nederlanders zijn in 1986 nog niet vergeten hoe Oranje in de herfst van 1985 bij de WK-barrage de pas is afgesneden door de Rode Duivels. De woede richt zich vooral op Franky Vercauteren die eerst provocerend en daarna stervend als een zwaan Wim Kieft een vroege rode kaart heeft aangesmeerd. De ergernis over de beslissende goal van Georges Grün schrijnt nog na.
Gniffelend wordt dan ook in Nederland kennis genomen van het gesteggel, dat tijdens het WK vanuit het Belgische kamp naar buiten komt. Diverse spelers nemen geen blad voor de mond als wij Nederlanders informeren naar de onderlinge wrevel, vooral tussen jong en oud.
Het WK moet voor de Duivels nog beginnen als Eric Gerets, spelend bij PSV, in hotel Del Rey Inn in Toluca zijn ongenoegen uit tegenover mij. Hij ergert zich niet alleen aan het gedrag van jongeren als Enzo Scifo en Georges Grün, ook aan dat van generatiegenoot Jean-Marie Pfaff. Opmerkelijk openhartig vertelt Gerets: ”Ik pak niks meer van Pfaff. Hij krijgt van mij een schreeuw terug als dat nodig is. Wat dat betreft kun je veel beter in Nederland spelen. De manier waarop wij bij PSV met elkaar omgaan, waardeer ik zeer. Belgen zijn meer achterbaks. Die accepteren het niet als je iets recht in het gezicht zegt. Dan blijven ze rustig twee weken rondlopen zonder iets tegen elkaar te zeggen.”
’Kinderen’
België heeft nogal moeizaam, als nummer 3 van de poule, de achtste finales bereikt wanneer ook Jean-Marie Pfaff van zich afbijt. In een hoekje van Del Rey Inn buigt hij zich, ogenschijnlijk samenzweerderig, voorover tegen twee Nederlandse toehoorders. “We hebben hier met domme voetballers, met kinderen te doen.” Terwijl Guy Thys enkele meters verderop zijn geweten zit te sussen en uitroept dat het wel meevalt met alle trammelant in het Belgische voetbalkamp, vonkt de tong van Pfaff.
Ook bij hem roepen met name Enzo Scifo en Georges Grün irritatie op. Pfaff: “Die jongeren bij ons kennen hun verantwoordelijkheden niet. Alibi-voetbal spelen ze, mooi-weer-acties, dat wel. Als ik de bal moet uitzwieren zie ik ze niet. Dan zijn ze nooit aanspeelbaar. We hebben het eten nog niet verteerd of Scifo en Grün staan al te tennissen. Drie keer een uur per dag. Een keertje kan natuurlijk, maar toch niet de ganse dag of vlak voor de wedstrijd. Dan kun je wel zeggen zo’n bondscoach zou eigenlijk een klankbord moeten hebben bij de spelers die er wat van zeggen, maar dat kan niet in België met Vlamingen en Walen in één ploeg. (…) Ik reken niet meer op anderen. Ik ga voortaan alleen mijn gang. Weg met mijn goeiigheid, heb ik me voorgenomen. Zou het helpen als ik er wel iets van zeg? Ach jong, ze zijn zo eigenwijs. Dinsdag op de training nog. Zeg ik wat tegen Scifo, en wat doet-ie? Een vulgaire beweging krijg ik terug.”
Strafschoppenserie
Tien dagen later zijn Sovjetunie en Spanje overwonnen en is België doorgedrongen tot de halve finale. Uitgerekend met name de jongeren hebben de strafschoppenserie tegen Spanje voor hun rekening genomen. Jonge knapen als Nico Claesen, Enzo Scifo, Patrick Vervoort, Leo Van Der Elst klaren met invaller Hugo Broos de klus.
“De ouderen hadden stuk voor stuk schrik, ze wilden niet”, onthult assistent-coach Michel Sablon. Ook Jean-Marie Pfaff haakt af. “Met deze voet kon ik echt ginne penalty meer shotten. Ik had mijn werk toch gedaan met het stoppen van die ene”, rechtvaardigt Pfaff zijn weigering. “Ik ben geen man van een penalty schoppen”, zegt Eric Gerets
Schrik van Gerets
De Rode Duivels zijn dan inmiddels verhuisd naar Meson del Angel in Puebla. Hier blijkt de vredespijp gevonden te zijn, zo legt Eric Gerets daags na de stunt tegen Spanje uit. “Toevallig raakte ik hier in het restaurant aan de praat met Enzo en Georges. Dat is op een babbeltje van veertig minuten uitgelopen. Zo ineens nadat we vijf weken lang nauwelijks een woord hadden gewisseld. Zo spontaan is misschien wel beter ook. Ik merkte dat ze me zochten. Ik ben misschien van verkeerde gedachten uitgegaan. Zij ook. Ze hadden schrik van mij, veel jongeren, omdat ik nogal veel schreeuw in het veld. Ik heb via wat kranten begrepen dat het die gasten nogal dwars zat. Dat is nu uitgepraat.”