Matthias Sindelar, bijgenaamd de Mozart van het voetbal, was een meester in het dribbelen en passen, een virtuoos die het spel kon laten wiegen als een Weense wals. Hij was de aanvoerder en spelverdeler van het Oostenrijkse Wunderteam. Op 3 april 1938 wordt in Wenen de Duits-Oostenrijkse eenwording gevierd met het Ánschlussspiel´. Het is de bedoeling dat de ploeg van het ingelijfde land de eer aan de veroveraar laat, maar Sindelar weigert dat spel mee te spelen. Het genie met het spichtige voorkomen (´Man van papier´ wordt hij ook wel genoemd) maakt zelf de 1-0, bereidt de 2-0 voor en viert de verrassende overwinning juichend voor de tribune met nazicoryfeeën. De politiek bewuste Sindelar weigert voor Groot-Duitsland te gaan voetballen.
Otto Pinter, de Oostenrijkse trainer van Heerenveen, vergeleek Abe Lenstra met Sindelar. Lenstra houdt van het positiespel met korte passjes dat is gebaseerd op spelinzicht en baltechniek, zoals dat door Pinter wordt gepredikt naar het voorbeeld van het combinatievoetbal van het Wunderteam van vernieuwer Hugo Meisl (Jaap Visser, Bontebok – Onderduik en verzet in het land van Abe Lenstra, 2026).
De Kleine Mozart. Tomas Rosicky: lichtvoetige middenvelder van Sparta Praag, Borussia Dortmund, Arsenal en het Tsjechische nationale elftal. Werd door het Londense publiek vanwege zijn verfijnde traptechniek vergeleken met Mozart, waarbij men er even aan voorbijging dat die uit Salzburg kwam, dat niet in Tsjechië ligt (Ed van Eeden, De Tuinman, De Tsaar & De Zwarte Tulp – Voetbalbijnamen, 2011).
Rob Siekmann