maandag, juli 6

Ronaldo, tussen instorting en wederopstanding op de World Cup 1998 en 2002 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Ronaldo; 18 september 1976.

Brazilië – Duitsland 2-0, finale World Cup Zuid-Korea/Japan op 30 juni 2002, Nissan Stadium Yokohama

Ronaldo. Diep in de tweede helft van de finale tegen Duitsland velde hij het verdicht met twee doelpunten. Dat was een complete verrassing want minder dan een jaar eerder vierde hij -Luiz Nazario de Lima, bijgenaamd Ronaldo uit Rio – zijn vijfentwintigste verjaardag in de schaduw. Amper vijfentwintig, maar toen leek het alweer een eeuwigheid geleden dat Ronaldo nog voetbalde. Hij kreeg met moeite een invalbeurt in het Europese duel van Internazionale Milaan tegen het bescheiden Roemeense Brasov, voor het viriele calcio van de Italiaanse Serie A was het zelfs nog te vroeg. Ronaldo betrad het strijdperk, voor het eerst sinds zijn fatale heroptreden in april 2000. Toen, tijdens Lazio Roma – Inter Milaan, na zes maanden revalidatie, zakte hij wederom door de knie. Een pijnscheut scheurde door het verstilde Stadio Olimpico. Een carrière kraakte. Ronaldo’s onschuld was eerder voorgoed vermoord in de ook al dramatisch afgelopen wereldbekerfinale van 1998 Brazilië verloor smadelijk van Frankrijk met 3-0 en de superster zwijmelde over het veld. Pas nadien raakte via een onderzoek van het Engelse zondagsblad The Observer bekend dat hij enkele uren voor de partij instortte en op het nippertje aan de dood ontsnapte. Ronaldo arriveerde volledig opgebrand in het stadion, snakte naar rust, wilde niet spelen, maar moèst. Onder druk van de commerciële belangen wandelde hij in trance over het terrein en verloor zijn eer.

Sindsdien haalde Ronaldo nooit meer het hoogste niveau en sloeg de rampspoed genadeloos toe. Het gonsde van de geruchten: stress, depressie, epilepsie, pillen. Het regende beschuldigingen aan het adres van zijn persoonlijke sponsor, het Amerikaanse kledingconcern Nike. Nochtans werd de ten tijde van zijn hoogtepunt niet ouder dan éénentwintig jaar zijnde spits alom geprezen als de beste voetballer ter wereld. Nike vergrootte het beeld voortdurend uit: niet alleen de vaardigste, ook de aardigste speler. De good boy van het voetbal. Ronaldo was steeds onderweg. Hij vloog de wereld rond om aan te treden met Brazilië in de door Nike georganiseerde demonstratieduels. Hij pendelde tussen luchthavens, hotels en televisiestudio’s. Hij sloot zich noodgedwongen op in wereldvreemdheid. Hij beleefde seizoenen van liefst vijfenzeventig wedstrijden. De ‘burn out’ gluurde voortdurend om de hoek. Nadat hem tijdens een persconferentie een ondergang à la Maradona werd voorgespiegeld barstte hij spontaan in snikken uit. ‘Laat Ronaldo met rust’, kondigde de Braziliaanse bondscoach Mario Zagollo vervolgens profetisch af, ‘want geen enkele voetballer is ooit de weg gegaan die hij heeft afgelegd.’

Voor de goede orde: Luiz Nazario de Lima Ronaldo ontsnapte vijf jaar eerder, in 1993, aan de favela’s van Rio de Janeiro.

Bij de wereldbekeroverwinning van zijn land in de Verenigde Staten in 1994 beperkte zijn inbreng zich tot het statuut van luxe-bankzitter. Hij speelde geen seconde. Hij popelde, maar mocht niet en voelde zich gekleineerd. Bondscoach Zagallo negeerde hem volledig. Hij selecteerde hem pas onder druk van de publieke opinie. Die was in een hoge staat van opwinding geraakt omdat het zeventienjarige voetbalbrein bij Cruzeiro, een vergane glorie uit de grauwe industriestad Belo Horizonte, vierenvijftig keer in vierenvijftig wedstrijden had gescoord en daarmee beter deed dan de ontluikende Pelé destijds. Een miraculeuze prestatie, ze zette Ronaldo onder hoogspanning.

Aanvankelijk leek hij slechts een doorsneespeler. Houterig, weinig elegant, struikelend. Toch kreeg hij snel de typische Braziliaanse specialiteit onder de knie: de versnelling met de bal aan de voet. Als een product van de Cariocastijl: de voetbalschool van Rio produceert levensgenieters en balkunstenaars. Hij trachtte zijn lot te ontvluchten en droomde van Flamengo als zijn favoriete bestemming. De droom spatte uit elkaar, de rood-zwarte trots van het arme volk wees hem af. Zijn fantasieën haalden hem uiteindelijk uit de poel van de favela. Hij verdiende fortuinen via transfers naar PSV Eindhoven, FC Barcelona en Internazionale Milaan, maar hij verzeilde desondanks in een uitzichtloos isolement en verstrikte zich in het web van makelaars. Zo leek het althans in de winter van 2001.
Zeer onverwacht stond hij daar opnieuw, tijdens de wereldbeker van 2002 in Zuid-Korea en Japan. Met doelpunten in bijna elke match en twee in de finale tegen Duitsland. Hij drukte vervolgens eigenhandig zijn transfer door naar Real Madrid en werd verkozen tot wereldvoetballer van het jaar.

En toch bleef de hoon en de twijfel. Ronaldo zou te dik staan. Ronaldo paste niet in het concept. Ronaldo liep in de weg van Raul. Ronaldo speelde enkel voor zichzelf. De beste en aardigste voetballer van het begin van de eenentwintigste eeuw bleef omstreden. Ronaldi no, Ronaldo si! Keert hij ooit nog terug? Die vraag brandde op de lippen van elke liefhebber van de pure voetbalkunst. Didi, Garrincha, Pelé, Romario, Rivaldo. En dan stond hij daar, eindelijk, in de zomer van 2002, met het wereldgoud in handen. Ronaldo.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

 

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply