zaterdag, augustus 15

Bondscoach, een knelpuntberoep

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Zidane bij Frankrijk, Xavi bij Nederland. L’Equipe werd er deze week een beetje lyrisch van. Twee coryfeeën van het eerste decennium van deze eeuw keren eindelijk terug als (bonds)coach, nadat ze jaren werkloos thuis zaten. De Franse sportkrant had Mark van Bommel aan het lijstje kunnen toevoegen. Bondscoach is een knelpuntberoep geworden.

 

Ruim honderd jaar geleden kwamen zowat alle bondscoaches uit Engeland en Schotland. Daar was het voetbal bedacht en wisten ze hoe je het spel moest aanleren. De samenstelling van het elftal gebeurde echter door een selectiecomité. De bobo’s behielden de macht. In ons land was zowat elke provincie vertegenwoordigd in dat selectiecomité en hun opdracht was zo veel mogelijk spelers uit de eigen provincie aan de aftrap brengen. Vaak werd naar compromissen gezocht, met als gevolg dat zelden de beste elf op het veld stonden.

Toen de pers kritischer werd en schuldigen begon te zoeken voor nederlagen, werd de trainer steeds nadrukkelijker naar voor geschoven. België had tot 1968 een selectieheer: Constant Vanden Stock. Raymond Goethals was zijn veldtrainer en werd na twee jaar dan toch echt bondscoach.

Al snel werd de bondscoach overal in Europa als de ‘primus inter pares’ beschouwd. Kortom, als de beste coach van het land. Een eer die alleen weggelegd was voor trainers met een palmares op clubniveau. Geen wonder dat Constant Vanden Stock al snel Goethals wegplukte bij de Rode Duivels en naar Anderlecht loodste.

Bekroning

Het bondscoachschap bleef in de meeste landen de bekroning van een trainerscarrière. Alleen wie topresultaten had behaald met een clubelftal werd goed genoeg bevonden om de beste spelers van de clubs aan toe te vertrouwen. Het was de tijd dat clubelftallen op twee of drie spelers na nog uit voetballers uit eigen land bestonden.

Het Bosman-arrest (1995) maakte het clubvoetbal veel internationaler en de nationale ploegen volgden. Nederland telde al in de jaren ’80 talloze voetballers met een migratie-achtergrond. De Fransen gaven op dat vlak de toon aan in de jaren ’90. Nadien kregen zowat alle nationale teams van Europa steeds meer kleur. Oost-Europa bleef achter en dat gold, niet toevallig, ook qua prestaties.

Bondstrainers beneden de 50, zelfs 60, waren uitzonderingen. Je moest de knepen van het vak kennen om de beste voetballers van het land onder handen te mogen nemen.

Peperduur

Het trainerschap veranderde echter. De ex-topvoetballers moesten steeds meer wijken voor heren met een bescheiden voetbalverleden, die zich niet alleen verdiepten in de voetbaltechnische maar ook de fysieke en mentale aspecten van de sport. Genre Mourinho, de Red Bull-school. Je moest doorgestudeerd hebben om trainer te worden op het hoogste niveau.

Die toptrainers bleken steeds minder geïnteresseerd om bondscoach te worden. Ze wilden alle dagen tussen hun spelers op het veld staan. De beste trainers vielen niet meer achterover van de kans om bondscoach te kunnen worden. Ja, in de nadagen van hun carrière overwogen ze het nog wel. Carlos Ancelotti bij Brazilië of Dick Advocaat bij Curaçao bijvoorbeeld.

Alleen de grootste voetballanden konden zich nog een peperdure (jongere) coach permitteren: Tüchel bij Engeland, Mancini bij Italië, Nagelsmann en nu Klopp bij Duitsland.

Werkloos

Bondscoach is een knelpuntberoep geworden. De kleinere voetballanden moeten in een heel andere vijver vissen. Gevuld met coaches die veel minder duur zijn, maar (liefst wel) een grote naam hebben. Indien niet als trainer, dan maar als speler. Terwijl Luis de la Fuente toch echt wel bewijst dat zo’n achtergrond niet nodig is.

Frankrijk had zijn keuze jaren terug al gemaakt. Zinedine Zidane zat al sinds 2021 op het vertrek van Didier Deschamps bij Les Bleus te wachten. Na zijn indrukwekkende carrière met Frankrijk (goud op WK 1998 en EK 2000) won hij als coach van Real Madrid de Champions League in 2016, 2017 en 2018, de Fifa World Cup in 2016 en 2017 en La Liga 2017 en 2020. Na zijn vertrek bij de Koninklijke in 2021 was hij werkloos. Er waren aanbiedingen, maar ondanks zijn successen werd ZZ als coach toch niet helemaal voor vol aanzien.

De Lage Landen trokken na het WK ook op zoek naar nieuwe bazen voor de Duivels en Oranje. Ex-topvoetballers met grote namen en een bescheiden curriculum als coach dus. En, om uiteenlopende redenen, pasten Xavi en Van Bommel in dat plaatje. Xavi was wat blij met een nationaal team, zodat hij in Spanje kan blijven wonen. Van Bommel zocht, vanwege zijn voetballende zoon (?), ook niet meteen een baan met de verplichting elke dag om negen uur op de club te zijn en ’s avonds als laatste de deur te sluiten. Om thuis dag nog eens alle data te moeten doornemen en het ene telefoontje na het andere te moeten beantwoorden.

Eén

Xavi Hernandez zat sinds 2024 zonder job. Hij volgt Ronald Koeman op als bondscoach van Oranje. Zoals hij bij Barcelona ook na Koeman kwam. ‘La Calculadora ( de Rekenmachine), El Profe (de Professor), La Maqui (de Machine). Zijn bijnamen liegen er niet om. Hij beleefde zijn hoogtepunt als voetballer bij het weergaloze Barcelona van Pep Guardiola, waarmee hij de Champions League vier keer won en acht keer La Liga. Met Spanje won hij de EK’s van 2008 en 2012 en het WK 2010.

Als trainer oogt zijn palmares echter een stuk bescheidener. Met Al-Sadd won hij de Qatar Stars League in 2021 en met Barcelona La Liga in 2023. Het seizoen nadien werd hij echter ontslagen en sinds 2024 is hij een werkloze coach.

Van Bommel zat thuis sinds zijn vertrek bij Antwerp in 2023, een jaar nadat hij de Jupiler Pro League en de Belgische beker veroverde. Als speler is zijn carrière niet te vergelijken met Xavi en Zidane, maar toch vrij indrukwekkend: hij won vier keer de Eredivisie, met Barcelona in 2005 en 2006 de Champions League en La Liga, met Bayern de Bundesliga in 2008 en 2010 en de Serie A met Milan in 2011. Hij verloor met Oranje de WK-finale van 2010 tegen Xavi.

Van Bommel en Xavi hebben heel wat met elkaar gemeen. Onder andere dat ze één geslaagd seizoen op de teller hebben staan. Eén, slechts één. Komt dat goed?

 

 

 

Share.

About Author

François Colin (1948) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Na zijn pensioen in 2014 was hij tot 2021 columnist van SportVoetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply