donderdag, september 29

Mister Michel, de man die niet kon verliezen

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Nauwelijks twee maanden terug zag ik Michel Verschueren nog op Anderlecht bij de voorstelling van het boek van Stefan Van Loock over Jef Mermans. Zijn vrouw, die een paar weken later zou overlijden, was er nog bij en Mister Michel was nog helemaal de oude. ‘Wie niet aanvaardt dat Jef Mermans Anderlecht groot heeft gemaakt, kent niets van voetbal’, zei hij. Jef Jurion en Paul Van Himst, die ook aanwezig waren, waagden het niet tegen Verschueren in te gaan.

Verschueren (91) begon als turnleraar. Aan de KU Leuven geraakte hij onder de indruk van de nieuwe methoden van gymnast Michel Bottu, die ook in het voetbal aan de slag was. Mister Michel verzeilde ook al snel in het voetbal. Hij werd fysiektrainer bij Eendracht Aalst en voerde daar heel wat nieuwe trainingstechnieken in. Dat ontging ook Anderlecht-voorzitter Albert Roosens niet en hij haalde hem in 1963 naar het Astridpark.

In de eerste helft van de jaren ’70 leek de macht in het Brusselse voetbal te verschuiven naar de nieuwe fusieclub RWDM. Die vier letters stonden voor een aantal traditieclubs: Racing Club de Bruxelles, White Star, Daring Molenbeek. De nieuwe fusieclub pakte in zijn tweede bestaansjaar al de titel en was met sterke man Jean-Baptist L’Ecluse vast van plan Anderlecht naar het tweede plan te verwijzen. L’Ecluse was als bouwmagnaat nauw betrokken bij de megalomane plannen van politicus Van den Boeynants. The sky was toen al the limit.

Michel Verschueren was aanvankelijk fysical coach bij RWDM, maar kreeg meer en meer in de pap te brokken in het beleid. Hij was de man van L’Ecluse, die niets wilde weten van de tegenstand die Verschueren bij sommigen opwekte. Toen Michel overhoop geraakte met Rufin Breynaert, de boekhouder van L’Ecluse, stapte hij over naar Anderlecht. Om er nooit meer weg te gaan.

Begin jaren ’70 was Constant Vanden Stock in het Verséstadion aan de macht gekomen. Anderlecht had in de tweede helft van dat decennium nog wel twee keer de Europacup voor Bekerwinnaars gewonnen, maar was in eigen land overvleugeld door RWDM en vooral het Club Brugge van Ernst Happel. De vernedering was compleet toen de Brusselse voetbaltrots in 1979 de landstitel aan de amateurs van SK Beveren moest laten.

Vanden Stock besefte dat Verschueren de man van de toekomst was en de ideale bliksemafleider voor zijn niet altijd even nette praktijken. Meneer Constant bleef doorgaans in de luwte, terwijl Verschueren de kogels opving. Als mijn telefoon voor acht ’s morgens belde, wist ik dat het Mister Michel was en dat het Astridpark niet tevreden was over iets dat ik had geschreven. Michel kon zich heel boos maken, maar een kwartier later was alles weer vergeten.

Tutoyeren

Gelukkig, want er volgde flink wat kritiek. Voor Anderlecht begonnen de moderne tijden. Het begon met de aanwerving van Tomislav Ivic, de trainer uit het Kroatische Split, die het Belgische voetbal vernieuwde. Ivic had veel opgestoken van het basketbal en het ijshockey en leerde het ingedommelde Belgische voetbal wat pressing was. Hij kreeg ten onrechte het etiket opgeplakt dat hij een verdedigende coach was omdat hij met vijf achterin ging spelen. Het Anderlecht-publiek, dat in de tijd van Van Himst was blijven steken, was aanvankelijk allesbehalve gelukkig en dat gold ook voor de oudere generatie in de pers. Vooral Jan Pulinx van Het Laatste Nieuws verketterde het nieuwe voetbal van Ivic, die zijn betere voetballers – zoals Morten Olsen en Ludo Coeck – naar achter trok.

Het was Ivic die van Michel Verschueren Mister Michel maakte. Bij het Anderlecht van Vanden Stock werd niet getutoyeerd, maar ‘meneer Vanden Stock’, ‘meneer Verschueren’ en ‘meneer Ivic’ was dan toch ook van het goede te veel in het dagelijks woordenverkeer. Vanden Stock werd ‘meneer Constant’, Ivic werd ‘Mister Ivic’ en Ivic noemde Verschueren dan weer ‘Mister Michel’.

Onder leiding van Tomislav Ivic werd Anderlecht in 1981, voor het eerst sinds 1974, weer kampioen. Die zomer werd Swat Van der Elst naar New York Cosmos getransfereerd en in de deal zat een exhibitiewedstrijd tegen het Cosmos van onder andere Franz Beckenbauer in New York. Ik woonde die match bij en zag hoe Verschueren in het Yankee Stadium in de ban geraakte van een voor ons nieuw fenomeen: private boxes. Zakenmensen ontvingen er hun klanten met een glaasje champagne en een diner vooraleer naar het American football te kijken.

Verschueren besefte beter dan Vanden Stock dat Anderlecht een nieuw stadion en meer inkomsten nodig had om aan de top te blijven in eigen land en een rol van betekenis te blijven spelen in het internationale voetbal. Hij trok op studiereis naar Aston Villa om meer te weten te komen over ‘de loges’ en werkte een businessplan uit voor een nieuw stadion. Het duurde nog even voor hij de patron van brouwerij Bellevue overtuigd had, maar Mister Michel kreeg zijn zin: tribune na tribune verrees er een nieuw stadion in het Astridpark. Alleen al daardoor kan zijn waarde voor Anderlecht nooit overschat worden.

Met Tomislav Ivic verging het intussen minder. Hij geraakte steeds nadrukkelijker verstrikt in zijn eigen tactische hersenspinsels en Aston Villa betekende het eindpunt. In de halve finale van de Europacup voor Landskampioenen liet hij de linksvoetige Michel De Groote als rechtsachter opdraven en leidde paars-wit zo naar de uitschakeling.

In het nieuwe stadion volgden nieuwe successen met onder andere Paul Van Himst als coach, maar in 1990 werd de laatste Europese finale gespeeld (en verloren) en vijf jaar later volgde het Bosmanarrest. Verschueren ging helemaal mee in de visie van Meneer Constant dat jeugdopleiding zinloos was geworden. De vernieuwers van de jaren ’80 kozen voor een achterhoedegevecht en verloren.

Toen Roger Vanden Stock zijn vader als voorzitter opvolgde, klampte Verschueren zich aan zijn stoel vast. Paul Courant, die was aangetrokken om hem na een inloopperiode op te volgen, werd de deur uitgewerkt. Toen jaren later Herman Van Holsbeeck werd aangeworven, stuitte die ook op tegenkanting. Verschueren verloor jaar na jaar aan macht en kreeg een bureau in de tribune aan de overkant. Ook in de machtsstrijd na de verkoop van de club aan Marc Coucke belandde Mister Michel finaal in het verliezende kamp. En laat dat nu net iets zijn wat hij nooit wilde.

Ook zijn allerlaatste gevecht kon hij niet winnen. En nu volgt er dus eindelijk rust voor één van de absolute monumenten van het Belgische voetbal. Achter de harde façade een man met een gouden hart. De enige man waarmee ik wodka heb gedronken.

 

 

 

Share.

About Author

François Colin (1948) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Na zijn pensioen in 2014 was hij tot 2021 columnist van SportVoetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply