dinsdag, mei 17

Het voetbal is nooit beter geweest

Pinterest LinkedIn Tumblr +

De geweldige partij van vanavond tussen Manchester City en Real Madrid deed me terugdenken aan het podcastfestival van De Standaard drie weken geleden in Oostende. Ik woonde toen onder andere een live uitzending bij van de voetbalpodcast van Koolcast en had nadien nog een gesprekje met één van die jongens.

Wat we het meest was opgevallen, is dat ze het meerdere keren hadden over het voetbal dat vroeger veel beter was. Een idee dat alleen te verklaren is omdat ze nog heel jong zijn en het voetbal pas deze eeuw zijn beginnen volgen. En ook dan is het, naar mijn gevoel, een betwistbare opvatting.

Nee, het voetbal is nooit beter geweest dan nu, en dat is een stelling van een oude man die soms wel eens durft denken dat vroeger alles beter was. Er zijn veel redenen die dit verklaren. Om te beginnen de velden. Als je beelden van enkele decennia terug ziet, wordt er vaak toch op een omgewoelde akker gespeeld. Tegenwoordig wordt er, toch op het hoogste niveau, op een biljartlaken gecombineerd. Ballen en schoeisel zijn ook zoveel lichter en bijna zeker beter doen toen. Spelers zijn ook veel fitter, waardoor het tempo en de intensiteit veel hoger liggen.

Maar er zijn twee nog veel belangrijkere redenen. Om te beginnen: het Bosman-arrest. Voor 1995 was het WK het vierjaarlijkse hoogtepunt van het voetbal. De beste spelers van elk land speelden in het nationale team. Voor een clubelftal was het zo goed als onmogelijk om zoveel stervoetballers bij elkaar te krijgen. Spelers geraakten niet of moeilijk bij hun club weg en overal in Europa was het aantal buitenlanders beperkt.

Dezer dagen zijn zowat alle topspelers van de hele wereld (ze komen ook niet alleen meer uit Zuid-Amerika) verzameld in tien à vijftien grootmachten. Die clubs kunnen een B-elftal in lijn brengen dat bijna even sterk is als het fanionteam. Niet het WK, maar de Champions League is de hoogmis van het wereldvoetbal geworden. Nationale elftallen hebben meestal wel een paar zwakke punten, bij de Europese toppers is dat niet meer het geval. Hun kern is zo rijk gestoffeerd dat ze zelfs blessures kunnen opvangen en zo nodig smijten ze zich op de transfermarkt.

Het voetbal is dus beter dan ooit, wat niet betekent dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Vroeger vielen er veel meer verrassingen te noteren, konden clubs uit kleinere landen Europese bekers winnen en was het allemaal minder voorspelbaar. Dat een clubje als Villarreal straks in de halve finales van het kampioenenbal staat is een gelukkige uitzondering.

De keerzijde van het beste voetbal ooit is dat je de namen van de laatste acht, laatste vier, zelfs de finalisten van de beker met de grote oren zonder al te veel risico’s kan voorspellen. En het wordt wat dat betreft steeds kwalijker, omdat een aantal – door een staat gesponsorde – clubs over zoveel geld beschikken dat normale voetbalverenigingen hen nog nauwelijks kunnen bijbenen.

Maar er is dus nog een reden waarom het voetbal beter dan ooit is: de arbitrage. Ja, jonge mensen zullen het misschien niet geloven, maar de scheidsrechters zijn beter dan ooit tevoren en ook met de spelregels is het de goede kant uitgegaan. Diego Maradona, om de beste van toen als voorbeeld te gebruiken, moest meer hordenlopen dan sprinten. Verdedigers was bijna alles toegelaten. Het WK 1990, de hoogmis van het voetbal dus, was zo slecht dat de spelregels werden gewijzigd. De bewuste terugspeelbal werd verboden en de buitenspelregel versoepeld.

Het is dan ook je reinste onwetendheid als je tegenwoordig commentatoren en analisten hoort orakelen dat het vroeger zo veel beter gesteld was met de scheidsrechters. De huidige refs zijn topatleten, vroeger liepen er ook op het hoogste niveau jongens met een buikje bij. In Extra Time werd maandag weer het voorbeeld van Marcel Van Langenhove aangehaald. Om te beginnen kon hij niet alle matchen fluiten en bovendien kreeg ook hij geregeld kritiek. Refs hadden in die tijd bovendien niet af te rekenen met twaalf camera’s rond de zijlijn die alles zoveel beter kunnen zien. Tegenwoordig krijgt hij de hulp van de VAR, maar die jongens hebben het vak nog niet helemaal onder de knieën.

Laat ons dus maar ophouden met het verleden te verheerlijken. Ook al heeft de arbitrage in ons land een probleem, het is niet allemaal zo veel slechter dan toen. En het zou helpen als alle stakeholders zouden ophouden om referees als aangeschoten wild te bejegenen. Zoals dit weekeinde. Ja, die tweede gele kaart voor Vadis Odjidja kwam er wel heel snel. Een beetje meer empathie vanwege scheidsrechter Verboomen had gekund en misschien gemoeten. Maar de man volgde de richtlijnen. Refs die dit niet doen, krijgen van trainers – zoals Hein Vanhaezebrouck – flink uit de zak omdat er geen uniformiteit in de arbitrage is. Maar als ze proberen uniform te blazen, zijn het lakeien van de scheidsrechtersbazen.

En nee Hein, de refs kregen geen nieuwe richtlijnen bij de start van de play-offs. Wel werd nog eens herhaald dat er geen protest zou toegelaten worden. En als je als coach bij de les bent, weet je dat dit de eerste weken strikt zal nageleefd worden en maak je je spelers daar attent op. Maar Vanhaezebrouck vond het niet nodig vorige week in Tubeke te gaan luisteren naar wat de refs opgedragen werd. Wie gaat dan eigenlijk in de fout?

 

Share.

About Author

François Colin (68) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Sinds zijn pensioen in 2014 is hij columnist voor Sport/Voetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply