maandag, mei 20

(Groot)ouders voor de sport – Brief 3

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Leren Zwemmen: meer dan enkel schoolzwemmen

De Vlaamse Zwemfederatie is tevreden met het debat van de voorbije dagen, over het feit dat kinderen in de lagere school niet (meer), of onvoldoende leren zwemmen. Toch is er ook de hoop dat er binnen het debat verder gekeken wordt dan enkel het schoolzwemmen. “Het betreft een probleem dat al jaren aan het groeien is en niet enkel de scholen, maar onze volledige maatschappij behelst”, aldus Pieterjan Vangerven, die in september Lode Grossen opvolgt als Algemeen Directeur van zwemfed.

“Scholen gaan omwille van verschillende redenen, waaronder de maximumfactuur, minder zwemmen. Als ze dan toch gaan zwemmen, staat de leerkracht vaak alleen voor een (te) grote groep. Het is echter niet aan ons als federatie om te beslissen of zwemonderwijs een kerntaak moet zijn van het onderwijs. We willen er wel naar streven dat er verder gekeken wordt dan enkel het probleem van het schoolzwemmen. En als schoolzwemmen voorzien wordt, dan moet het uiteraard kwaliteitsvol en correct ingevuld worden. De finaliteit van de leerlijn zwemmen die nu gehanteerd wordt in het lager onderwijs is in onze ogen niet ambitieus genoeg en zorgt niet voor voldoende zelfredzaamheid. Voor ons is veiligheid essentieel. Daarom zijn we van oordeel dat iemand minstens een zwemstijl op de rug en op de buik moet beheersen én hiermee minstens 400m moet kunnen overbruggen. 50m is – zelfs in combinatie met enkele vaardigheden – misschien genoeg in een zwembadcontext, maar niet in bijvoorbeeld de zee-, open water, of soms zelfs niet in een speelse context.”

“Leren zwemmen is een heel specifieke materie. Het is dan ook logisch dat veel ouders hier weinig of geen kennis over hebben. Traditioneel laten ouders in Vlaanderen hun kind aan de leeftijd van 4 à 5 jaar starten met leren zwemmen. Aan de inhoud van – en de manier waarop – de lessen gegeven worden, wordt meestal te weinig aandacht besteed. Er zou – ook binnen een schoolcontext – dan ook vroeger kunnen gestart worden met leren zwemmen. Voor kansarme kinderen ligt het allemaal nog veel moeilijker. Daar zien we dat er vaak pas heel laat ingestroomd wordt (aan 10-11 jaar oud) in onze clubs.”

“Momenteel wordt de discussie dus iets te ‘zwart-wit’ gevoerd”, aldus Vangerven. “Nu gaat het veelal over leren zwemmen op school enerzijds en het volgen van privélessen anderzijds, terwijl er nog een waaier aan mogelijkheden daartussen zit. Een aanzienlijk deel van de oplossing van het probleem ligt volgens ons dan ook bij zwemclubs zoals er bij zwemfed meer dan 150 aangesloten zijn. Zij bieden kwaliteitsvolle zwemlessen, die gegeven worden door specifiek opgeleide lesgevers. De lessen worden bovendien nagenoeg altijd aangeboden aan democratische prijzen. Bovendien zijn er heel wat clubs die werken met de UIT-pas of dergelijke, voor mensen die in aanmerking komen voor een verlaagd tarief.”

De basis van die kwaliteitsvolle lessen werd door zwemfed zelf gelegd. “De voorbije jaren werd er voorrang gegeven aan zaken als het inhoudelijk uitbouwen en bijsturen van de lesgevers– en trainersopleidingen en het ontwikkelen en optimaliseren van leerlijnen. “Het boek ‘Leren Zwemmen: praktische leidraad’ bijvoorbeeld, kwam tot stand na grondige studies, gevolgd door de ontwikkeling van een goed uitgekiend leertraject. Inmiddels vormt het boek voor heel wat clubs – ook die niet aangesloten zijn bij onze federatie -, LO-leerkrachten, enz. een dankbaar hulpmiddel voor het geven van zwemlessen. Ook in de toekomst zal nog heel wat aandacht hiernaartoe gaan”, is Vangerven overtuigd.2

“De kracht van de zwemsporten – en zeker zwemmen – ligt voor ons in het feit dat ze weinig belastend, maar net heel gezond zijn. Bovendien kan je zwemmen vanaf een zeer jonge-, tot een zeer oude leeftijd. Ook mensen met een beperking, pijnklachten, enz. vinden met zwemmen vaak de enige nog mogelijke sport die ze kunnen beoefenen. Gezondheid is belangrijk geworden voor velen, zeker sinds de gezondheidscrisis (Covid19). De vraag naar zwemwater is dan ook groot.”

De toekomstige Algemeen Directeur van zwemfed haalt daarmee een ander probleem aan. “Op dit moment is zwemmen nog een toegankelijke sport en geen luxe… Maar schaarste drijft automatisch de prijs van zwemmen en zwemwater omhoog. Nu zijn er – mede door een tekort aan zwemwater en lesgevers – lange wachtlijsten bij de clubs. Het is dus belangrijk dat lokale besturen er werk van maken dat clubs kunnen werken en blijven werken, ook als er bijvoorbeeld een private uitbater instaat voor de uitbating van het zwembad. Zwemmen moet terug een prioriteit worden voor lokale besturen. Zwembaden zijn geen goedkope, maar wel zeer intensief gebruikte infrastructuur. Ga maar eens na, welke publieke infrastructuur op een even intensieve manier gebruikt wordt. Dat is zeer beperkt”.

“Er is aandacht voor het belang van goed leren zwemmen en dat kunnen we enkel toejuichen. Hopelijk leidt het uiteindelijk ook tot een structurele vooruitgang van het zwemmen in Vlaanderen en Brussel. De Vlaamse Zwemfederatie biedt zich graag aan als partner bij iedereen die begaan is met de veiligheid en gezondheid van duizenden, zo niet miljoenen mensen”, besluit Vangerven.

Contactgegevens:
Pieterjan Vangerven – pieterjan.vangerven@zwemfed.be – GSM: + 32 495 74 25 19

Vlaamse Zwemfederatie vzw
Burg. Maenhautstraat 100-102, 9820 Merelbeke – Tel: +32 (0)9 220 53 87
info@zwemfed.be – www.zwemfed.be

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply