Zondag wordt de Koppenbergcross gereden. Dat deze wedstrijd een epische status verwierf, is te danken aan deze heilige klim.
Met zijn lastige hellingen en spectaculaire afdalingen die elkaar in snel tempo opvolgen, heeft de Koppenberg een apart karakter. Renners krijgen een apart gevoel als ze aan de start van deze veldrit staan. Ze zien in de verte een massa volk als een deken rond die legendarische berg gedrapeerd staan. Het is 1 november, bijna iedereen heeft vrij. Wielerliefhebbers, maar ook anderen, verheugen zich op een namiddag amusement.
De naam Koppenbergcross boezemt angst in en doet aan de Ronde van Vlaanderen denken, aan valpartijen en renners die moeizaam naar boven tuffen. De Koppenberg, 560 meter lang met 61 hoogtemeters, staat bol van de historie. Het is een soort wielerheiligdom dat in 1995 als monument werd geklasseerd en veel eerder al, in 1976, voor het eerst in het parcours van de Ronde van Vlaanderen werd opgenomen. Maar later uit veiligheidsredenen ook een paar keer uit de omloop werd verwijderd.
Een grote motor
De Koppenberg wordt gevreesd en vervloekt. Ook door de veldrijders. De iconische helling ligt in het parcours van de Koppenbergcross en is van alle grote crossen het geschiktst voor echte klimmers of mountainbikers. Veldrijders klimmen met een grote motor en staan recht op de trappers; mountainbikers blijven in het zadel zitten en draaien een kleinere versnelling rond. De klim van de Koppenberg, met op een gegeven moment een stijgingspercentage van 22 procent, is te lang om dat en danseuse vol te houden.
In de Koppenbergcross maken de mythische kasseien niet zo veel uit. Ze werden op een gegeven moment heraangelegd en liggen er beter bij. Renners kiezen voor de kant van de weg. De hel begint pas nadien. Als er geklommen moet worden naar een onmogelijke weide. Als het dan voor de start regent, wordt het helemaal moeilijk. Ooit stopte Sven Nys midden in de koers en liet heel rustig lucht uit zijn tubes. Bandendruk en -keuze zijn in deze wedstrijd heel belangrijk. Je hebt sterk geprofileerde tubes nodig voor de afdaling, maar die zijn vanzelfsprekend niet ideaal op een verhard wegdek. Het is constant wikken en wegen.
Een kronkelend straatdorp
De Koppenbergcross staat sinds 1999 vrijwel altijd op 1 november op de kalender en wordt in Melden gereden, een langgerekt, kronkelend straatdorp en een deelgemeente van Oudenaarde. Aanvankelijk kwamen vooral B-renners aan de start. Maar in de loop van de jaren avanceerde de Koppenbergcross tot een wedstrijd met heel veel heroïek. Je voelt en ruikt er als het ware de wielergeschiedenis. Vandaag is Sven Nys met negen overwinningen – in elf jaar – de absolute koning van de Koppenberg. Nys reed de cross graag in de modder. Dan moet je kracht aan techniek koppelen en is de wedstrijd goed indelen heel belangrijk.
Vorig jaar won zijn zoon Thibau voor de tweede keer op de Koppenberg. Hij staat zondag weer aan de start; het wordt zijn eerste cross van het seizoen. Bij de vrouwen ging de zege toen naar Lucinda Brand. De wereldkampioene, die het seizoen domineert, start ook nu weer als grote favoriet. Opmerkelijk op de erelijst bij de vrouwen is de naam van Jolien Verschueren die in 2015 en 2016 zegevierde. De kleine Jolien hoorde niet bij de top, maar qua populariteit konden slechts weinig rensters aan haar tippen. Dat had te maken met haar haast ontroerende inzet en enthousiasme. Op de Koppenberg voelde ze zich uitstekend; als lichtgewicht klom ze heel goed. Bij Jolien Verschueren werd later een hersentumor vastgesteld. Na een lange en moedige strijd overleed ze op 2 juli 2021. Ze was pas 31.
Een schaduwtocht
Door de Ronde van Vlaanderen had de Koppenberg zich al veel eerder in de Vlaamse wielerhistorie genesteld. Als een van de hellingen in de Ronde van Vlaanderen. Aanvankelijk was er veel commotie. Bernard Hinault, nooit bang voor een ongezouten mening, noemde het een schande voor de wielersport. En Eddy Merckx, doorgaans voorzichtig in zijn uitspraken, vroeg zich schamper af waarom de renners geen ladder moesten beklimmen, met een fiets in hun nek.
De Koppenberg werd voor het eerst beklommen in 1976. Het zou Walter Godefroot, die vaak in de Vlaamse Ardennen trainde, geweest zijn die in wat vage bewoordingen zijn ex-ploegmaat Noël Foré, die in de organisatie van het Vlaamse wielermonument zat, op een bergje had gewezen dat interessant kon zijn voor deze wedstrijd. Het klonk allemaal wat geheimzinnig, maar waar die locatie lag dat hield Godefroot voor zich. Omdat hij zelf liever niet op deze met kasseien bezaaide weg reed. Hij zou pas na het einde van zijn carrière zeggen waar deze helling zich bevond.
Maar intussen had ene Paul Hofman, die op de top van de Koppenberg woonde, een brief naar de organisatie geschreven om ze op deze helling te wijzen. Zo zou de Koppenberg in het parcours van de Ronde van Vlaanderen geraakt zijn, lang voor het einde van de carrière van Godefroot, die uiteindelijk nog vier keer de Koppenberg zou moeten beklimmen. Maar dat is niet alleen de verdienste van Hofman, maar ook die van parcoursbouwer en wielerjournalist Harry Van den Bremt. Die scheurde elk jaar door de Vlaamse Ardennen, op zoek naar nieuwe obstakels. Hij was benieuwd naar de mysterieuze helling van Godefroot, parkeerde op een ochtend zijn auto voor diens deur en besloot hem vanop afstand te volgen op training. Dat lukte. De schaduwtocht leidde naar de Koppenberg.
Een verhakkelde fiets
Het meest iconische beeld van de Koppenberg was te zien in 1987. De Deen Jesper Skibby, op dat moment een tweedejaarsprof, reed al meer dan 200 kilometer voorop toen hij de voet van de Koppenberg bereikte. Hij kende deze helling amper, maar dat zou snel veranderen. Op een ruw en rauw wegdek hees Skibby zich naar boven, met holle ogen en pijnlijke spieren die trilden onder het gedaver, ook al probeerde hij zoveel mogelijk de zijkant van de weg op te zoeken. Maar de Deen zat helemaal kapot, geraakte amper nog vooruit en wist dat het peloton hem op de hielen zat. Hij zocht nog even de kant van de weg, tot hij plots zwalpte en de achter hem rijdende wagen van de jury zijn achterwiel aantikte en Skibby ten val kwam. Vervolgens reed de wagen van de koersdirecteur over de fiets van de ongelukkige Deen. Het materiaal kraakte, de toeschouwers joelden en in de achtergrond stormde het peloton, waar het ook tot verschillende valpartijen kwam, naar voren.
De beelden van Skibby en zijn verhakkelde fiets gingen de wereld rond en verdrongen de dag nadien in de kranten zelfs de foto’s van de zege van Claude Criquielion, die als eerste Waal de Ronde van Vlaanderen won. Het leek erop dat de Koppenberg dit incident moeilijk kon overleven. Nog maar eens werden allerlei verwensingen bovengehaald. En breed uitgesmeerd. De Koppenberg was een gruwelijk beest, een martelkamer, een grafzerk. De beklimming van deze helling werd vijftien jaar in de ijskast gestopt, maar in 2002 toch weer opgenomen in de koers.
Lang na zijn carrière zou Jesper Skibby vertellen dat hij blij was dat die auto over zijn fiets reed, omdat hij zo uitgeput was dat hij zelfs niet meer te voet verder kon. Hij zou de Ronde van Vlaanderen nog zes keer rijden en eindigde drie keer in de eerste tien. Maar toen moest de Koppenberg niet meer beklommen worden.
Vloekend naar boven
Al tijdens de allereerste beklimming zorgde de Koppenberg voor controverses. Amper tien renners raakten al rijdend naar boven. De nauwe doorgang door de holle weg en de spekgladde en ogenschijnlijk wild over de weg gegooide kasseien zorgden voor chaos en valpartijen. Zo zou het eigenlijk altijd zijn: vanaf het moment dat er renners vallen, is de chaos compleet. Ze glijden weg, versperren de weg voor anderen en banen zich vloekend een weg naar boven, met de fiets op de schouder. Het lijken wel veldrijders.
Het incident met Skibby zorgde voor veel imagoschade, ook door de ontwikkeling van de media die de val van Skibby ontelbare keren lieten zien. Dat zorgde voor lang aanslepende polemieken. Memorabel waren ook de beelden van Eddy Merckx die tijdens de eerste beklimming van de Koppenberg te voet naar boven moest.
Iedereen heeft zich intussen met de Koppenberg verzoend. De tijd dat de renners deze helling rillend en sidderend oprijden lijkt voorbij. Het is, zei Eric Vanderaerden, in vergelijking met vroeger een snelweg. Veel eerder noemde ook Roger De Vlaeminck zich een voorstander van de Koppenberg, die volgens hem voor een faire, natuurlijke selectie zorgt. En Walter Planckaert, winnaar van de Ronde van Vlaanderen in 1978, begreep niets van alle commotie. Hij kon, zei hij, altijd de Koppenberg oprijden. Door vooral goed te sturen.
Een echte klassieker
Maar ook de negatieve opmerkingen die er toen werden gemaakt, moet je kaderen en relativeren. Zoals die van Bernard Hinault, die alleen in 1978 de Ronde van Vlaanderen reed, elfde eindigde en zei dat hij omwille van de Koppenberg nooit naar deze koers zou terugkeren. Dat deed hij effectief ook niet. Toch was dat een vreemde uitspraak: toen Hinault in 1977 als nog relatief onbekende prof Gent-Wevelgem won, kregen de renners ook de Koppenberg onder de wielen geschoven. Toen hoorde je Hinault daarover niet.
De Koppenberg is niet meer weg te denken uit de Ronde van Vlaanderen. Het is niet langer een helling die voortdurend voor controverses zorgt, ook al worden de vele beruchte passages nog geregeld vanonder het stof gehaald. Maar uiteindelijk zijn het juist die doortochten die bijdroegen tot de faam van de Koppenberg, die een van de meest mythische Vlaamse hellingen is. Op de weg en in het veld. Ook de Koppenbergcross groeide uit tot een echte klassieker.