De miscast van het jaar?

Pinterest LinkedIn Tumblr +
Deel dit artikel:

Het is niet nieuw dat atleten opkomen tegen rassenongelijkheid en voor sociale rechtvaardigheid. Denk maar aan Muhammed Ali of Tommy Smith en John Carlos die de Black Panther-groet brachten op de Olympische Spelen van 1968. Wat nieuw is, is dat nu een hele generatie sporters opkomt voor ‘black lives’.

In alle grote Amerikaanse sporten werd er vorige week niet gespeeld. Dat kan niet helemaal verbazen als het de NBA betreft, maar dat zelfs de NHL (National Hockey League) zich bij de boycot aansloot, is hoogst opmerkelijk. In het ijshockey is het aantal gekleurde spelers immers heel beperkt.

Hoopgevend was dat de bonden meteen inhaakten op wat er bij de spelers leefde. Meestal gebruiken ze de dooddoener dat sport en politiek niet mogen gemengd worden. Donald Trump beweerde dat de NBA een politieke instelling was geworden.

Het voetbalbestel is veel terughoudender, maar wat vorige maand gebeurde was toch du jamais vu. De Uefa gaf spontaan aan geen bezwaar te maken tegen spelers die de ‘knee’ namen. Al is ook dat niet echt nieuw. De Fifa was bijna een halve eeuw terug de drijvende kracht achter de sportboycot tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime.

Alle topclubs betuigden tijdens de eindfase van de Europese bekers hun solidariteit met wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Jongens als Romelu Lukaku balden een ferme vuist. In ons land was echter niets van te merken van deze solidariteit. Geen enkele club, geen enkele speler nam een initiatief. In geen enkel opzicht. Het blijft wachten op een Marcus Rashford, die als jonge speler in Engeland het probleem van de gratis schoolmaaltijden gaat oplossen. Vreemd voor een competitie met de meeste buitenlanders (en dus ook gekleurde atleten). En niemand ook die er om vroeg. Geen bondsleider, geen clubbesteuurder, geen trainer, geen speler, geen journalist. Het Belgisch voetbal: altijd maar verder hobbelen, zonder ergens bij stil te staan.  

Op de website van de VVCS, de Nederlandse spelersvakbond, maakte de Belgische Sporta-jurist Stijn Boeykens, die nu ook in Nederland gaat werken, duidelijk dat ons voetbal op sociaal en maatschappelijk vlak nog een flinke inhaalbeweging heeft te maken. Nog veel te veel wordt gedacht dat spelers moeten ‘zitten en zwijgen’, zoals een kop gisteren in Het Laatste Nieuws luidde naar aanleiding van de kritiek van Jaremtsjoek op Laszlo Bölöni.

Voetballers die het hart op de tong hebben zijn zo goed als uitgestorven als gevolg van de mediatraining die voetballers dezer dagen krijgen. Scherpe uitspraken aan het adres van een coach zijn een zeldzaamheid geworden, zeker een paar weken na de aanstelling van een trainer. Jammer, voor iedereen. Voor de spelers en de clubs. Je ongenoegen ventileren en frustraties afreageren, kan alleen gezond zijn voor een sporter. Voor een club is het dan weer een barometer om te weten te komen wat er in de groep leeft, zodat er wat aan gedaan kan worden.

Wat we intussen weten is dat de aanstelling van Laszlo Bölöni een gigantische vergissing zou kunnen zijn. Het is ondenkbaar dat Jaremtsjoek zo’n idoot is dat hij zijn gal spuwt als hij niet het gevoel heeft dat hij de mening van de groep vertolkt. De spelers van AA Gent zijn dan ook van het ene uiterste in het andere terechtgekomen. Van de Scandinavische aanpak met aanvallend voetbal van Jess Thorup in het oostblokregime van Laszlo Bölöni.

Hetzelfde gevoel leeft bij de supporters. Ook zij zijn overtuigd dat de Roemeen niet bij de (huidige en nog jonge) identiteit van AA Gent past. Hoe is het mogelijk dat Ivan De Witte, de baas van een headhuntersbedrijf, dit niet door had? De enige verklaring is dat Bölöni een erg verstandig man (tandarts van opleiding) is en bijzonder boeiend kan praten. Hij is vaak geestig (weliswaar vaak cynisch) en kan meeslepend vertellen. Onder andere over één van zijn ex-discipelen: Cristiano Ronaldo. Heeft De Witte zich bij een goed glas wijn laten inpakken door de charmes van Bölöni met de miscast van het jaar voor gevolg? 

Share.

About Author

Leave A Reply