Heren
Op weg naar de Achterhoek in Nederland heb ik geen enkele oranje vlag gezien. Met die Oranjegekte valt het hier in het oostelijke deel van Nederland blijkbaar nogal mee. Zijn de mensen hier minder chauvinistisch? Of gewoon realistischer?
Om vijf uur opgestaan. Op mijn hotelkamer gekeken naar België tegen Nieuw-Zeeland. Heel stilletjes, om mijn echtgenote niet te storen. Daardoor begreep ik niet waarom de Belgen na de terecht afgekeurde strafschop geen hoekschop kregen. De scheidsrechter had blijkbaar al gefloten. De eerste helft keek ik op NPO, de tweede – uiteindelijk toch gevonden – op VRT. Maar kan iemand mij uitleggen waarvoor die absoluut onnozele interventies van ergens te lande tijdens de rust dienen? Belachelijk.
Ik volg overigens François volledig in zijn analyse van de mooie overwinning van de Belgen. Tegen de zwakste ploeg uit de zwakste groep. Maar laten we hopen dat dit het begin is van een parcours dat eindigt op de Grote Markt in Brussel. Het kan. Of, zoals het spreekwoord zegt, het kan vriezen, het kan dooien, al is dat gezegde op dit ogenblik niet bepaald contextueel.
Tijdens een mooie fietstocht door de Achterhoek bleven mijn gedachten echter bij iets heel anders hangen. Ik dacht dat ik Jan Wauters niet meer zou moeten opvoeren, maar de actualiteit dwingt me ertoe.
Tijdens het WK van 1978 in Argentinië beperkte Wauters zich niet tot de wedstrijden. Hij bracht ook verslag uit over de politieke situatie onder het regime van Videla. Hij vertelde over de Dwaze Moeders, de verdwijningen en de protestacties. Vandaag vinden we dat vanzelfsprekend, maar toen was dat allerminst evident. Ik zat als pas afgestudeerde aan de radio gekluisterd en besefte toen al dat sport en politiek niet van elkaar te scheiden zijn. Toen niet en vandaag nog veel minder. Het volstaat te luisteren naar wat Jeroen Scheerder, dorpsgenoot en sportsocioloog aan de KU Leuven, daarover zegt. Sport staat nooit los van de samenleving. Alleen lijkt dat besef bij FIFA-voorzitter Infantilo soms te stranden in pure wafelijzerpolitiek.
Net daarom vind ik de terechtwijzing van Filip Joos door de VRT onaanvaardbaar. Ik ben geen liefhebber van zijn journalistieke stijl en soms ook niet van zijn taal. Dat heb ik hier al meermaals geschreven. Ieder zijn meug. Maar dat de VRT vindt dat hij zich terughoudender moet opstellen wanneer hij het Iraanse regime benoemt, gaat voor mij een brug te ver. Het is juist de opdracht van een journalist om ook de context te schetsen waarin sport plaatsvindt. Doen alsof je neus bloedt, dát zou pas een vorm van journalistiek falen zijn. Ik sta hier pal achter Filip Joos.
Ik hoop dan ook dat Filip Joos zich niet laat muilkorven en blijft zeggen waar het op staat. Anders dreigen we af te glijden naar een wereld waarin nieuwsfeiten worden gewogen volgens het reptielenverstand van die oranje charlatan in het Witte Huis.
Ik ben ervan overtuigd dat Jan Wauters vandaag precies hetzelfde zou doen. Ook hij zou het moorddadige regime in Iran zonder aarzelen hebben aangeklaagd.
VRT, stand up and fight. And choose the right enemy.
Groetjes vanuit de Achterhoek,
Paul