dinsdag, juli 21

UIT DE BUIK VAN DE TOUR – RUSTDAG

Pinterest LinkedIn Tumblr +

De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt De Witte Duivel een anekdote uit de rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag.

 Maandag 20 juli

EEN BLOEMENRUIKER VOOR DE HEILIGE BERNADETTE

Renners hebben tegenwoordig veel respect voor elkaar. Sterker zelfs: ze gaan amicaal met elkaar om. Verbale duels worden er nog amper uitgevochten. Ook in deze Tour niet. En als er al eens een wat venijnige opmerking te horen is, dan wordt die meteen uitvergroot. Zoals bleek uit een akkefietje tussen Remco Evenepoel en zijn ploegmaat Florian Lipowitz, die op een gegeven moment zou hebben geweigerd om voor Evenepoel wat kopwerk te doen. Als je met twee kopmannen aan de Tour begint, weet je dat het tot fricties kon komen. Dan komt het eropaan dat intern uit te praten en jezelf te beheersen. Voor Evenepoel blijft dat moeilijk.

In de geschiedenis van de Tour werden vaak duels uitgevochten op het scherp van de snee. Op en naast de fiets. Twee Italianen zorgden voor een van de meest  heroïsche duels uit de historie: Gino Bartali en Fausto Coppi. Twee kampioenen, twee antipoden. Met elk twee Touroverwinningen op hun palmares. Gino Bartali was een extreem vrome man, de vriend van de paus, de brave kerkganger. Toen hij ooit een etappe won met aankomst in Lourdes, legde hij zijn overwinningsboeket neer in de grot van de Heilige Bernadette. En toen hij op zijn 86e stierf, werd hij begraven in de linnen pij van een monnik. Bartali was onsterfelijk populair in Italië. Toen hij ooit eens een te enthousiaste supporter een kaakslag toediende, pronkte die triomfantelijk met zijn gezwollen gezicht. Hij bestempelde dat als een souvenir van Bartali.

Heel anders was Fausto Coppi, die zich telkens weer afzette tegen de beklemmende moraal van de kerk. Hij had een buitenechtelijke relatie met de geheimzinnige Witte Dame. Dat botste met de zeden van het katholieke Italië, maar van Coppi werd het getolereerd. Hij had echt het stigma van de kampioen en wilde steeds in schoonheid winnen. Op zijn gezicht werd het lijden van pijn als het ware tot kunst verheven.

Gino Bartali en Fausto Coppi leefden in een andere wereld. Een van de absolute hoogtepunten uit de geschiedenis van de Tour, toen Coppi eens op Alpe d’Huez de hijgende Bartoli tot meeloper degradeerde. In zijn aanval zat zoveel venijn dat Félix Levintan, een van de twee Tourdirecteurs, in zijn commentaarstuk sprak van een renner die met een dierlijke blik in de ogen op zoek was gegaan naar een prooi.

Italianen in de Tour, ze spelen nu geen rol van betekenis, maar ze zorgden door de jaren voor de meest vreemde anekdotes. Zo is er het verhaal van Ottavio Bottecchia, de eerste Italiaan die de Ronde van Frankrijk won. In 1925 bevond hij zich in een kopgroep van zes renners en wilde hij op 20 kilometer van het einde afstappen om, zoals dat toen hoorde, zijn wiel te draaien. Hij vroeg om zijn mee vooraan zittende Belgische ploegmaat Lucien Buysse om hem op te wachten. Die wilde niet. Hij vreesde dat ze dan vooraan zouden rijden als gekken. Daar begreep de zich ongenaakbaar voelende  Bottecchia niets van. “Doe niet onnozel, we kunnen ze rauw opeten”, snoefde hij. Maar Lucien Buysse hield voet bij stuk.

Bottecchia keek eens schichtig om zich heen en kneep vervolgens de remmen dicht. Vooraan begonnen ze meteen te vlammen. Uiteindelijk arriveerde Bottecchia op ruim drie minuten van de koplopers. Hij sloeg krijtwit uit en kon geen woord uitbrengen. Bij het avondeten dutte hij in. En toen gebeurde iets onwaarschijnlijks: Bottecchia plofte neer op tafel, pardoes met zijn hoofd in een bord hete soep. Hij werd niet wakker. Voorzichtig droegen zijn ploegmaats hem naar zijn kamer. De volgende dag vreesden ze het ergste. Maar de Italiaan peddelde weer fluitend in het peloton. Alsof er helemaal niets was gebeurd. Hij won de Tour met bijna een uur voorsprong.

Share.

About Author

Jacques Sys (1950) werd geboren in Keulen en volgt al van in zijn jeugdjaren de Bundesliga op de voet. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1974 bij Sport’70. Tussen 1994 en 2022 was hij hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Naast alle grote voetbaltoernooien volgde Jacques Sys ook verschillende keren de Ronde van Frankrijk en alle topklassiekers. Over de wielersport schreef hij onder meer twee monumentale naslagwerken: de top 1000 van de beste Belgische wielrenners en de top 1000 van de beste internationale wielrenners.

Leave A Reply