dinsdag, juni 23

Willem van Hanegem, de Kromme als dissident én boeiendste speler van het WK 1974 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Willem van Hanegem; 20 februari 1944.

Nederland-Argentinië 4-0, tweede groepsfase Weltmeisterschaft West-Duitsland, 26 juni 1974, Parkstadion Gelsenkirchen

Willem van Hanegem. Maestro van de mooiste Oranje-interland aller tijden op 26 juni 1974. Hij, de Kromme van de Kuip presenteerde zich op het hoogste wereldpodium. Die Kuip begeerde De Kromme. Hoogtepunt der hoogtepunten: zijn kopstoot die op 26 november 1969 in de 82 ste minuut het vonnis voltrok over Gianni Rivera’s AC Milaan. Feyenoord schakelde compleet onverwacht de winnaar van de Europa Cup der Landskampioenen én de Wereldbeker voor Clubs uit. Van Hanegem manifesteerde zich voor het eerst op de internationale scène. In zijn optreden situeerde zich een natuurlijke stijlbreuk. Hij wisselde zijn originele technische subtiliteit af met een schaamteloze variatie op het catenaccio. Voetbalde bij vlagen Italiaanser dan de Italianen. Het spel accuraat ontwennen, lamleggen, verstoren. Het tempo treiterig neerhalen. De meester in het lezen van de wedstrijd. Vloerde de tegenstander vanuit zijn voetbalvernuft én gemeenheid. Geen speler haalde in die twee tegenstrijdige onderdelen zo’n hoog niveau: creatieve balkunstenaar en onuitstaanbare intrigant tegelijk. Zijn overzicht compenseerde zijn traagheid. Combineerde defensief ontregelwerk met de offensieve precisie van zijn kromme, linksbenige ballen. Intimidatie hoorde volgens hem bij topvoetbal. Haatte verlies en kankerde desnoods de sfeer kapot, hield van zwarte humor en jongleerde tot jolijt van het publiek met scheidsrechters.

Duldde geen gezag, deed altijd zijn zin, bewandelde zijn grillige levenspad en koesterde zijn credo: ‘Ik ben anders dan de anderen’.

Zat in een haat-liefde verhouding met coach Ernst Happel, het brein achter de Europese doorbraak van Feyenoord. De professionele pokercoach kneedde Van Hanegem tot hij rijp was voor de top. Daagde hem uit, confronteerde hem met zijn gebreken en botste om de haverklap met hem.

Feyenoord won in 1970 de Europa Cup der Landskampioenen tegen Celtic Glasgow en ringeloorde ook het Argentijnse Estudiantes in de strijd om de Wereldbeker voor Clubs. Telkens was Van Hanegem de uitblinker: ‘Ik voetbalde voor mijn geacht publiek: de fabrieksarbeider, de scholier, de kantoorklerk, voor de mensen zonder werk….’ Hij bood dat geacht Feyenoordpubliek in het tijdperk van Johan Cruijff bij Ajax tussen 1968 en 1974 drie landstitels, een beker, een Europa Cup der Landskampioenen, een Wereldbeker voor Clubs en een UEFA Cup. Tegelijk toonde hij zich als ‘dissident van Oranje’.

Zijn rivalen van Ajax, coach Rinus Michels en sterspeler Johan Cruijff, ontwierpen ‘De Hollande School’. Deze voetbalprincipes hadden onder meer volgende kenmerken: balbezit via het zogenaamde circulatievoetbal; vleugelspel met drie spitsen; inschuivende libero en meevoetballende keeper; jagen op de bal door meedogenloze middenvelders.

Het kunstzinnige voetbal van Ajax in de jaren zeventig; tegelijk op én over de grens van het assertieve, was een compleet systeem van discipline en fantasie. Het ‘totaalvoetbal’, dat elke speler dwong alles te kunnen en superieure dominantie eiste. Dat zat Willem van Hanegem al dwars van bij het begin. Hij, de individualist van Feyenoord, pokerde zich liever persoonlijk een weg door de structuur. Ajax en Cruijff provoceerden met hun verfijnde patronen de gevestigde voetbalorde, Van Hanegem daagde op zijn beurt Ajax uit. En bedacht de elegantste en meest uitgesproken Nederlandse voetbalidee: de kromme bal. Uit het niets ontstaat een zee van ruimte: de verdedigers rennen achteruit, de aanvaller ontvangt de bal toch sneller omdat die naar hem toedraait. De kromme bal wordt niet hard gespeeld, maar met een uiterste precisie. Niemand vermocht het zoals hij.

De Kromme was de meester van de vertraging. Dat demonstreerde hij vooral op de wereldbeker van 1974 in West-Duitsland. De beroemde Engelse voetbaljournalist Brian Glanville noemde hem de boeiendste speler van het toernooi. Het Nederlands Elftal voetbalde glorieus, maar verloor ten onrechte van de Mannschaft in de finale. Glanville opperde dat ‘het belang Willem van Hanegem te zijn een triomf was van de pure techniek en intelligentie op de snelheid.’ Tegenover de versmachtende versnelling van Cruijff en Ajax stelde hij de ironie van de traagheid. In die zin was Van Hanegem ook de anti-Cruijff. Vanuit de zelfspot op zoek naar het rijk der relativiteit, terwijl Cruijff zichzelf bloedernstig nam. De tegenstelling was zuiver en vlijmscherp: Cruijff imponeerde en overrompelde, de schoonheid van Van Hanegem zat hem in het feit dat hij zich niet graag liet zien. Johan was overtuigd van het eigen gelijk, Willem trok zich liever knorrend terug.

Hij gedroeg zich als de eeuwige dwarsligger. Een eenzame volksheld, die graag tegen de stroom oproeide. De kettingroker met de kromme bal. Als maestro van de mooiste Oranje-interland aller tijden: Nederland – Argentinië 4-0 op 26 juni 1974. Anders dan de anderen. Willem van Hanegem.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

 

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply