Nog even en de Belgische atletiek bestaat anderhalve eeuw. Een perfect moment om een top 100 van de grootste (mannelijke) atleten van ons land op te stellen, vond Ivan Sonck.
Sonck was gedurende een paar decennia, samen met Roger Moens – die zelf ook in het boek staat, dé stem van de atletiek bij de BRT (later VRT). Voor deze top 100 kreeg hij de steun van atletiekexpert Patrick Audenaert. De komende dagen brengt dewitteduivel.com u een drietal portretten uit deze top 100. We starten met hoogspringer Eddy Annys.
Igor Paklin, een technische student in de Sovjetrepubliek Kirgizië, wint het hoogspringen op de Universiade in 1983 in het Canadese Edmonton, met 2,31 meter. Een Antwerpse student lichamelijke opvoeding behaalt zilver, met 2,29 meter. Paklin en Eddy Annys: twee jonge atleten die bijna zij aan zij in hoog tempo op weg zijn naar de wereldtop. Paklin heeft voordien al 2,33 meter overschreden en Annys zal waarschijnlijk niet veel voor hem onderdoen.
Een maand erna, op 11 juni 1983, vinden in Azië twee merkwaardige gebeurtenissen plaats: in Indonesië en omgeving doet zich een totale zonsverduistering voor en in Beijing wipt de Chinees Zhu Jianhua over 2,37 meter, een wereldrecord.
Op een zaterdag in juli straalt de zon over het Heizelstadion, waar de Belgische kampioenschappen worden gehouden. Annys is in goede doen. Hij overschrijdt 2,30 meter, zij het pas bij zijn derde en dus laatste poging. Niet lang erna – hij is de enige overblijver – bedwingt hij ook 2,34 meter. Wauw. Het publiek kraait van pret en opwinding. Staat er iets heel bijzonders te gebeuren? Annys gaat even bij zichzelf te rade, praat met de wedstrijdrechters en dan rolt een golf van bijval en verwachting van de tribune: 2,38 meter, wereldrecordpoging. De eerste sprong van Annys mislukt, maar het wakkert zijn vastberadenheid nog aan: 2;38 meter lijkt ineens te bescheiden, hij reikt naar nog hoger, nog indrukwekkender, hij wil de eerste atleet worden die 2,40 meter overmeestert. Na afloop zijn de experts het eens: 2,38 meter zat erin, 2,40 meter was te hoog gegrepen. Hoe dan ook, Annys heeft in relatief korte tijd 9 centimeter vooruitgang geboekt en de wereldtop bereikt. Nog in 1983 worden in Helsinki de eerste wereldkampioenschappen gehouden. Annys blijft steken op 2,19 meter, hij is pas negende. Paklin wint, Zhu Jianhua verovert brons.
Tijdens de Universiade in Edmonton heeft Annys kennisgemaakt met Dave Martin, een Amerikaanse fysioloog die gebiologeerd is door marathonlopen en hoogspringen, een merkwaardige combinatie. In Atlanta stoomt Martin de Belgische kandidaat-medaillewinnaar klaar voor de Olympische Spelen in Los Angeles. Op een originele, veelomvattende manier, alsof hij de trainingsleer opnieuw heeft uitgevonden. Dag na dag staat in het teken van wat Annys in het Coliseum te wachten staat. Martin laat hem hem zelfs beelden van de coulissen en van de officials bestuderen. Vanzelfsprekend wordt er ook pittig getraind, vaak tweemaal per dag. Als de olympische kwalificaties beginnen, voelt Annys zich fysiek en mentaal uitgewoond. Hij geraakt niet over 2,24 meter en is uitgeschakeld.
De Duitser Dietmar Mögenburg, die olympisch kampioen wordt, zijn landgenoot Carlo Tränhardt, Zhu Jianhua, Paklin, de Zweed Patrik Sjöberg en Eddy Annys: een betere generatie hoogspringers is er niet geweest, hoewel sommigen een drankje niet afslaan en een sigaretje op zijn tijd evenmin versmaden.
In 1985 springt Annys in Gent over 2,36 meter. Maar ook volgens hemzelf was hij nooit zo fit als op die zomerse zaterdag, twee jaar eerder in Brussel. De conclusie moet welhaast luiden dat Annys vooral uitblinkt in kleinere, weinig belangrijke competities, misschien omdat de druk er minder zwaar is. Dat uit zich onder meer in de waarderingscijfers van het Amerikaanse Track and Field News die vooral gebaseerd zijn op de uitslagen van onderlinge duels. Annys is, puur cijfermatig, een keer de nummer drie en een keer de nummer vier van het jaar, maar in de lijsten van het Amerikaanse blad komt hij maar één keer voor, en dan nog als tiende.
Annys zakt niet altijd door het ijs, vooral ‘s winters niet. Op Europese kampioenschappen in zaal legt hij beslag op een vierde en een gedeelde derde plaats, achter Mögenburg en Tränhardt. Aan eerbewijzen ontbreekt het hem niet: hij ontvangt de Gouden Spike en de Nationale Trofee voor Sportverdienste, en in 1983 wordt hij uitgeroepen tot Sportman van het Jaar. Begin 1987, op nauwelijks 28-jarige leeftijd, neemt hij afscheid van de sport. Zijn knie en hamstrings spelen op en hij kan aan de slag bij Randstad, een Nederlands bedrijf van uitzendwerk. Hij klimt er op tot chef van de Randstad Enterprise Group.
Eddy Annys speelt geregeld golf en doet met zijn vrouw aan ballroomdansen.