zaterdag, augustus 29

Tadej Pogacar, een onverzadigbare teamplayer

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Tadej Pogacar heeft een sentimentele band met de Ronde van Spanje. Daar pakte hij in 2019 de lift naar het penthouse van het internationale wielrennen.

Precies vier dagen heeft het geduurd voor Tadej Pogacar de Ronde van Spanje in een definitieve vorm goot. In de eerste bergrit pakte hij verwoestend uit en degradeerde hij zijn tegenstanders tot meelopers. De suprematie van Pogacar wordt steeds indrukwekkender en raakpunten met Eddy Merckx worden na iedere demonstratie telkens bovengehaald. Tijdperken zijn niet met elkaar te vergelijken, maar het is opvallend dat ook de Sloveen graag met lange solo’s uitpakt. Hij doet het zelfs in rittenwedstrijden..

Tadej Pogacar zal nu met de Ronde van Spanje ook de derde grote ronde op zijn palmares schrijven. Die erelijst wordt steeds indrukwekkender. De wereldkampioen wordt op 21 september 28 jaar en blijft plezier uitstralen in hetgeen hij doet. Hij heeft de drang om grenzen te verleggen, maar koerst niet altijd met het egoïsme dat eigen is aan grote kampioenen. Pogacar vindt het heel belangrijk om de sfeer in zijn ploeg optimaal te houden. Daarom deelt hij af en toe ook een geschenk uit. Zoals in de Ronde van Frankrijk, toen Isaac del Toro de eerste rit mocht winnen en hij vervolgens mee de derde plaats van de Mexicaan in het algemeen klassement verdedigde. Een vijfvoudige Tourwinnaar voor even in de rol van helper, het is ongewoon. Zo geeft Pogacar zijn ploegmaats een rustgevend gevoel. De Sloveen is een onverzadigbare teamplayer die door zijn houding het niveau van zijn ploeg optilt. Vorig jaar behaalde UAE Team Emirates 97 overwinningen. Op dit moment zit de ploeg aan 76 zeges.

De invloed van Urska

Het  was in de Ronde van Spanje dat Tadej Pogacar in 2019 voor het eerst de internationale aandacht op zich vestigde. Hij had het jaar voordien wel de Ronde van de Toekomst gewonnen en zou als neoprof zegevieren in de Ronde van de Algarve en de Ronde van Californië. Om dan in het najaar te verbazen in de Vuelta. Pogacar won drie ritten. Hij pakte in de laatste bergetappe uit met een solo van 40 kilometer, nadat hij eerder al een korte, explosieve en door noodweer geteisterde rit had gewonnen. Pogacar stond toen als derde op het podium in Madrid, na Primosz Roglic en Alejandro Valverde. Voor het eerst was hij opgevallen door een spectaculaire, aanvallende stijl. Zijn ploeg besloot meteen zijn deelname aan de Ronde van Frankrijk met een jaar te vervroegen.

Nu glijdt Tadej Pogacar met een aura van onverstoorbaarheid door de wielerwereld. Op en naast de fiets. Hij praat vlot en analyseert goed. Dat was toen, in 2019, nog heel anders. Interviews waren voor hem een kwelling. Hij vond koersen het mooiste vak dat er bestaat, op voorwaarde dat hij er niet over moest praten. Wat hij moest vertellen, wist hij niet goed.

Het was zijn verloofde Urska die Tadej leerde met de media om te gaan. Van de verlegen jongen uit zijn beginperiode bleef niets over. Het was door die schuchterheid dat Tadej zijn vriendin leerde kennen. Tijdens een stage die de Sloveense wielerbond in 2017 organiseerde, moesten jongens en meisjes op een gegeven moment samen sprintjes trekken. Daarvoor moesten er duo’s worden gevormd. Er bleef uiteindelijk één jongetje over: Tadej Pogacar. Hij werd gekoppeld aan het laatste overblijvende meisje: Urska Zigard. Beiden hadden meteen een klik, al kregen ze pas later een relatie. En zou Tadej ervoor zorgen dat Urska, die ook koerste maar aan zichzelf twijfelde, meer vertrouwen kreeg. Zo maakten beiden elkaar sterker.

Het Francoregime

Tenzij er in de volgende twee weken een ongeluk gebeurt, zal de naam van Tadej Pogacar  de erelijst van de Ronde van Spanje verrijken. Er gaan ongetwijfeld nog een aantal demonstraties volgen. Voor de inrichters is dit een godsgeschenk. Het kadert in hun jarenlang streven om het prestige van de Vuelta te verhogen. De koers werd in 1935 voor het eerst georganiseerd en gewonnen door een Belg: Gustaaf Deloor. Er stonden toen 50 renners aan de start, onder wie zes Belgen. De Oost-Vlaming had nog nooit een col van dichtbij gezien, maar dat bleek geen probleem. Het jaar daarop won hij weer, voor zijn broer Fons.

In de beginjaren namen er vooral Spanjaarden aan de Vuelta deel. Sommige renners, die zich distantieerden van het Francoregime, weigerden te starten. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat de Spanjaard Delio Rodríguez, naast een eindzege in 1945, in totaal 39 ritten won. En dat bij vijf deelnames. Daarvoor, in 1941 en 1942, waren er twee overwinningen van een andere Spanjaard, Julián Berrendero. Die besloot tijdens de Spaanse Burgeroorlog naar Frankrijk te vluchten en keerde na het einde van die oorlog terug naar huis. Hij werd aan de grens gearresteerd, omdat hij eerder openlijk het regime van Franco had bekritiseerd. Berrendero werd achttien maanden in een concentratiekamp opgesloten, waar hij werd mishandeld en ondervoed. Tot zijn gezicht tijdens het dagelijks appel door een kapitein werd herkend. Die beval hem mee naar zijn kantoor te komen. De doodsbange Berrendero zag dat de kapitein in tranen uitbarstte. Hij had nog samen met hem gekoerst en liet hem meteen vrij. Waarop Berrendero de training hervatte.

Een nieuwe datum

In de loop van de jaren kreeg de Vuelta toch iets meer uitstraling, al bleef het in de schaduw van de Giro en de Tour. Eddy Merckx reed (en won) de wedstrijd maar één keer, in 1973; hij hield er niet van in Spanje te koersen. En Freddy Maertens zorgde in 1977 voor een stunt toen hij, naast het eindklassement, dertien van de negentien etappes won.

De Ronde van Spanje werd aanvankelijk in het voorjaar gereden, maar verhuisde in 1995 naar de late zomer. Die datum, na de Tour en voor het wereldkampioenschap, sloot beter aan op de internationale wielerkalender. Spaanse toppers leefden steeds meer naar deze wedstrijd toe, zoals Alberto Contador, Pedro Delgado en de viervoudige winnaar Robert Heras. Maar niet de vijfvoudige Tourwinnaar Miguel Indurain, die de Ronde van Spanje nooit won en in 1996 in de Vuelta zijn laatste kilometers als prof reed. Voor de beklimming van de gevreesde Lagos de Covadonga besloot hij te stoppen. Indurain wist dat voor de klim het hotel lag waar zijn ploeg vaak verbleef. Hij was ver teruggeslagen en zag op de parking de bus van zijn ploeg, Banesto, staan. Indurain kneep de remmen dicht, gaf aan de renners achter hem een signaal en stak met de hulp van een mechanicien de straat over. Zijn carrière was voorbij. Het was een afscheid in stilte. Dat paste bij zijn ingetogen karakter.

Een blinde man

De Ronde van Spanje kende nooit een gebrek aan beklimmingen. Sterker zelfs: steeds weer zochten de organisatoren naar cols om hun wedstrijd nog zwaarder te maken. Om zo te kunnen wedijveren met de Tour en de Giro. Het was een obsessieve gedachte waarvoor alle middelen werden ingezet.  Zo was er op een gegeven moment de Alto de l’Angliru, die zich in het hart van Asturië bevindt. De tip om deze berg in het parcours op te nemen, kwam van een blinde man, Miguel Prieto, die in deze omgeving opgroeide en in Madrid een hoge functie bekleedde bij de blindenorganisatie ONCE.

De col zou uitgroeien tot een mythe, tot een toneel van heroïsche gevechten. Ook al omdat er vaak in erbarmelijke omstandigheden geklommen moest worden. Renners vielen om en moesten naar boven lopen. Volgwagens kwamen stil te staan; hun wielen slipten over het gladde asfalt. De beklimming werd door de renners gevreesd. Abraham Olano, de winnaar van de Vuelta in 1998, vergeleek het zelfs met de Mont Ventoux en verwees naar de dood van Tom Simpson op de reus van de Provence.

De horrorklim zit dit jaar niet in het parcours, al was de Angliru in mei jl. het decor voor de laatste rit van de Ronde van Spanje voor vrouwen. Maar voldoende beklimmingen zijn er dit jaar ook voor de mannen. Er moeten in totaal 57.079 hoogtemeters worden overwonnen. En er zijn maar vijf echt vlakke ritten. Het is al jaren een tendens in de wielersport: wedstrijden kunnen niet lastig genoeg zijn.

Share.

About Author

Jacques Sys (1950) werd geboren in Keulen en volgt al van in zijn jeugdjaren de Bundesliga op de voet. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1974 bij Sport’70. Tussen 1994 en 2022 was hij hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Naast alle grote voetbaltoernooien volgde Jacques Sys ook verschillende keren de Ronde van Frankrijk en alle topklassiekers. Over de wielersport schreef hij onder meer twee monumentale naslagwerken: de top 1000 van de beste Belgische wielrenners en de top 1000 van de beste internationale wielrenners.

Leave A Reply