maandag, juli 15

Straatvoetbal wereldwijd: Gilles De Bilde

Pinterest LinkedIn Tumblr +

‘Ik speel al voetbal van zo lang ik het me kan herinneren. Er bestaan foto’s van toen ik acht maanden oud was, met een bal in mijn handen. Mijn grootvader had een foto van mij op het strand in Spanje; ik ben twee jaar en heb alweer een bal vast. Als ik bij mijn grootouders op bezoek kwam, op de twaalfde verdieping van ons flatgebouw, dan had ik een bal bij me. Dan begon ik te voetballen in die vierkamerflat! Maar ik voetbalde vooral op straat. Van na schooltijd totdat  het donker werd. Er was één speelpleintje, maar dat was gemaakt van gemalen baksteen. Als je viel, dan bloedde je overal. Dus voetbalden we op het grasveld tussen de flatgebouwen, waar het eigenlijk niet mocht. We werden er voortdurend vanaf gejaagd, maar als de boze eigenaar weer naar binnen was, gingen we verder.

Ik speelde met andere Belgen, maar vooral met Marokkanen, Turken en Congolezen. Vooral die laatsten konden fantastisch voetballen. Maar ze vormden een heel gesloten clubje. Toen ik voor het eerst met hen  wilde voetballen, lachten ze me uit. Ik was een ventje van zeven jaar; zij waren allemaal tenminste vijf jaar ouder. En ze lieten sowieso geen enkele blanke toe tot hun groepje. Tot ze zagen wat ik kon met een bal. Toen kwamen ze al gauw bij ons thuis aanbellen om te vragen of ik niet naar beneden kon komen om mee te voetballen. Voor hen was ik de enige blanke die kon voetballen. En ik bewonderde hen evenzeer, want zwarten kunnen alles met een bal. Ik heb technisch veel van hen geleerd. Dankzij hen had ik op mijn tiende de schaarbeweging al onder de knie. En nog belangrijker: ik leerde om intuïtief te voetballen.Van zwarten wordt gezegd dat ze tactisch slecht zijn, dat ze solistisch spelen, dat ze geen spelinzicht hebben, maar als ze één ding voor hebben op blanke spelers dan is het hun intuïtie. Ze kruipen in de huid van hun tegenstander, ze voelen aan wat hij gaat doen en zetten hem op het verkeerde been. Zo voetbalde ik ook: dat heb ik geleerd van de Congolezen van het Breughelpark.  

Daarnaast zijn zwarten natuurlijk ook showvoetballers. En ook dat heb ik van hen overgenomen. Ze staken meer tijd in het onder ce knie krijgen van circustrucjes dan in het verfijnen van de spelopbouw. Van hen heb ik alle trucs geleerd: bal hooghouden, op de hiel tikken, bal onder de zool laten doorlopen. Ik kon penalty’s en corners trappen met mijn linkervoet achter mijn standbeen langs. 

Ik voetbalde niet alleen op straat. Toen ik zes jaar werd, heeft mijn opa me ingeschreven bij VV Zellik, bij de pupillen. Hun velden bevonden zich ongeveer een kilometer van waar wij woonden vandaan. Ik kon er lopend naar toe. We speelden er op woensdagsmiddag, na schooltijd. 

 Vanaf mijn zestiende speelde ik in het eerste elftal van Zellik, in derde provinciale. Maar zelfs toen bleef ik nog op straat voetballlen. Na de wedstrijden bleef ik geregeld na om met de jeugdspelers een balletje te trappen. In de zomer organiseerden we elke keer een toernooi in het Breughelpark. We speelden dan tekens met zes of zeven ploegen van vijf man, die elk vijftig frank in de pot legden. Ik kon er niet genoeg van krijgen.’

Bron: Gilles de Bilde en Frank Raes, ‘Gilles – Mijn verhaal’, 2004, blz. 21-23, 26

Rob Siekmann

Auteur van ‘Het straatvoetbalboek – Over de huidige betekenis van het straatvoetbal van vroeger’ (met een voorwoord van Richard Witschge), Willems UItgevers, 2023

Share.

About Author

Regelmatig publiceren we artikels van eenmalige gastschrijvers. Ook zin om een artikeltje te plegen? Neem contact op met info@dewitteduivel.com en bezorg ons jouw tekst.

Leave A Reply