maandag, april 15

RECENSIE

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Hans-Ulrich Probst, Fußball als Religion? Eine lebensweltanalytische Ethnographie, rerum religionum. Arbeiten zur Religionskultur, Band 11, transcript Verlag, Bielefeld, 2022, 343 blzn., ISBN 978-3-8376-6110-1, € 48; pdf-versie: ISBN 978-3-8394-6110-5, € 47,99.

Een boek over voetbal in een academisch tijdschrift. Een merkwaardige combinatie, zo lijkt wel. En toch is een recensie van dit werk hier wel op zijn plaats. In dit boek vind je geen rangschikkingen, ploegopstellingen of wedstrijdverslagen. Meer zelfs, dit boek gaat zelfs niet eens over de spelers, maar over supporters en hun gedrag in wat de vaak de belangrijkste bijzaak ter wereld wordt genoemd.
De auteur probeert in dit lijvig werk tot een beter begrip van voetbalfan en publiek te komen vanuit – en dit kan verrassend klinken – religieus oogpunt. Hans-Ulrich Probst is theoloog en doceert aan de vermaarde Universität Tübingen. Dit boek is de neerslag van zijn doctorale dissertatie (2021) en maakt deel uit van een reeks religieuze geschriften, waarbij cultuurfenomenen worden bestudeerd en onderwerp worden van interdisciplinair onderzoek. De studie van Probst betreft de Traditionsverein SV Stuttgarter Kickers (1899), een ploeg die ondertussen in de Oberliga Baden-Württemberg speelt, vergelijkbaar met provinciaal voetbal in België, en nu voor een gemiddelde van 2500 tot 3000 toeschouwers speelt, maar wel een rijke geschiedenis kent.
Behalve wedstrijden te bekijken bestudeerde de auteur boekjes, fora en websites, net omdat je via deze kanalen een veel duidelijker inzicht in het supportersgedrag kunt krijgen. Ondanks het grote verschil tussen het kleine Kickers en VfB Stuttgart (Bundesliga) kies je als Stuttgarter voor één van beide ploegen en je sluit meteen die andere ploeg uit. Een beetje dezelfde situatie hier met KV en Racing Mechelen, met Cercle en Club Brugge, met Antwerp en Beerschot, …. Voor de twee supporteren is geen optie. Je bekent je tot één ploeg en wordt meteen ook opgenomen in de culturele identiteit van die ploeg. En dat legitimeert meteen je gedrag als supporter van je ploeg.
Het is daarom niet merkwaardig dat Probst tijdens zijn onderzoek eigenlijk zelf supporter wordt (Wie ich einer von den Blauen wurde) van de ploeg en de aanhang die hij bestudeert. Je kunt natuurlijk afvragen in hoeverre hij dan nog een objectief verslag kan maken van zijn studieobject. Hij bestudeert niet vanaf de zijlijn, maar midden in de groep waarvan hij deel is geworden. Dat geeft hem wel het voordeel dat hij naadloos en realistisch kan ondergaan en beschrijven hoe die kleine leefwereld in elkaar zit. Van kijken naar de speelkalender en het voorbereiden van de acties, de gang naar het stadion, het bekijken van de wedstrijd tot en met de nabespreking in het stamcafé. Het lijkt vaak opvallend op een carnavalsvereniging in al zijn aspecten, waarbij de wedstrijd het substituut voor de optocht is. In die zin wordt het “supporterschap” religie die heel ver kan reiken. Zo vermijdt in Vlaanderen bijvoorbeeld een Antwerpsupporter het getal 13 – het stamnummer van de ploeg – en gebruikt daarom de omschrijving 12 + 1, terwijl een Beerschotfan nooit een rode wagen zal aanschaffen of een rode sjaal aandoen.
Maar je zou de voetbalcultuur ook met liturgie kunnen vergelijken door het clublied, de herkenbare en steeds weerkerende gezangen of de rituele minuten stilte of handgeklap om een gegeven uit de eigen voetbalgeschiedenis in herinnering te brengen. Tot en met de plaats waar je staat en hoe je je daar beweegt. De “echte” fan zit trouwens niet, maar staat en heeft” zijn/haar” plaats en je kunt niet zomaar van plaats wisselen. Je bent bijna geneigd om te zeggen Ordnung muss sein, maar het heeft te maken met verhoudingen. Wat trouwens binnen eenzelfde club ook nog tot grote verschillen onderling kan leiden, waarbij de ene fanclub het niet begrepen heeft op een andere.
Supporter zijn doe je overigens niet enkel tijdens de wedstrijd, het is een totaalbelevenis die ook buiten de wedstrijd zijn verloop kent en zich niet enkel uit in het praten over en drinken met, maar ook gebruikmaakt van truitjes, gadgets, stickers die je in de fanshop kunt kopen.
Verder breek je niet zomaar ongestraft in op de geldende formats. En al helemaal niet wanneer het de mogelijke integratie van een Chinese U20-ploeg in de Oberliga betreft. Vlaggen die solidariteit met Tibet aankaartten zorgden voor een mislukking van het project, maar het duidt er meteen op dat zo’n conflict zich ook op het politieke niveau kan manifesteren.
Een dergelijke studie over de sociaal-culturele aspecten van het voetbal maken in de Duitse literatuur deel uit van een veel omvattender corpus aan studies over het voetbal die aan verschillende Duitse universiteiten en instituten gebeuren. Vlaanderen biedt op dat gebied één grote leegte.
Dit werk is in de eerste een empirische studie van de fanwereld bij een kleine club in Duitsland, maar het kan wel degelijk gelden als een pars pro tot voor de grotere ploegen in ons buurland. Het geeft ons meer inzicht in een kant van het voetbal die tot op heden vaak onderbelicht blijft en misschien wel kan helpen bij het oplossen van de problemen van geweld die bij het voetbal steeds weer opduiken. En dat is meteen de grote verdienste van de studie van Probst.

(Deze recensie is verschenen in Volkskunde. Tijdschrift over de cultuur van het dagelijks leven, 2022, 123/2, p. 228-230)

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply