vrijdag, februari 23

Kan voetbal van andere sporten leren?

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Misschien hebt u nog nooit van IFAB gehoord, The International Football Association Board. Deze organisatie bestaat sinds 1886 en bepaalt de regels van het voetbal. Deze eerbiedwaardige instelling is daarmee achttien jaar ouder dan de FIFA. De IFAB werd opgericht door de home countries Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland. Het doel – in de onderlinge duels in het Verenigd Koninkrijk – was gestandaardiseerde regels voor het voetbalspel in het leven te roepen en te bewaren. Tot op de dag van vandaag beslist de IFAB over de regels van het voetbal. De FIFA aanvaardde dit orgaan als officieel regelgevende instantie. Dat was nog een tijd waarin de FIFA niet werd geleid door eigengereide en geldbeluste voorzitters. Gelukkig kan Infantino (aka Elefantino, aka Infantilo) hier niet zomaar zijn willetje opdringen, want FIFA-leden hebben maar voor 50% stemrecht. Dat is tegelijk goed en slecht. Ze kunnen wel niets op eigen houtje beslissen, maar ze kunnen natuurlijk ook wel beslissingen tegenhouden. Tot daar wat uitleg over deze toch niet onbelangrijke organisatie.

            Gisteren liet de IFAB van zich horen met enkele opmerkelijke raadgevingen en voorstellen in verband met de regelgeving:
–        enkel de kapitein mag in bepaalde gevallen met de scheidsrechter praten;
–        tijdelijke uitsluitingen moeten worden mogelijk gemaakt, met andere woorden: het strafbankje moet worden ingevoerd. Het Engelse begrip is sin bin, wat letterlijk zoveel betekent als “de vuilnisbak voor zondaars” (en niet zondebok, zoals in De Morgen wordt beweerd);
–        respectloos gedrag van spelers en trainers moet harder worden aangepakt;
–        een proefperiode met bodycams bij scheidsrechters;
–        tijdrekken moet worden aangepakt. Dat geldt voor de 6-secondenregel voor doelmannen, het vertragen van het spelverloop en het behandelen van kwetsuren.

Deze voorstellen en raadgevingen komen niets te vroeg, eerder veel te laat. Het voetbal blijft op vele vlakken (behalve natuurlijk het financiële) conservatief in de twintigste eeuw hangen. De populairste sport ter wereld is doodsbang van veranderingen en wil maar node inzien dat onder andere de bovenstaande veranderingen zouden kunnen bijdragen tot een meer faire sport.

Het zou daarbij goed zijn om eens te kijken naar wat in andere sporten gebeurt. Daar durft men aan om te veranderen. Omwille van het spel, omwille van de toeschouwers, omwille van de dynamiek. Een kleine greep:
–        De videoref (VAR) wordt zonder morren gebruikt in onder andere basket, rugby, volley, hockey en tennis. Beslissingen worden haast altijd gerespecteerd. En beslissingen worden ook aan het stadion medegedeeld via de PA. Alleen dat laatste zou al heel wat frustratie kunnen voorkomen.
–        Stilliggende chrono, zoals in basketbal, rugby of in hockey, zou ervoor zorgen dat de effectieve speeltijd ook effectief wordt ingevuld. Zo maakt men meteen komaf met het gedoe en de willekeur van extratijd. In tweemaal veertig minuten zal er gegarandeerd meer gevoetbald worden dan in de huidige tweemaal vijfenveertig minuten.
–        Discussies met de scheidsrechter leiden in de andere sporten tot (strenge) bestraffingen. Aanrakingen zijn gewoon uit den boze. Van de scheids blijf je in alle omstandigheden af. In rugby volgt zelfs automatisch een uitsluiting.
–        Respectvol gedrag betekent meteen ook dat men de tegenstander respecteert. Matennaaiers, schwalbes en vermeende kwetsuren moeten gewoon harder bestraft worden.
Dat mag ook gebeuren met doelmannen die na een eenvoudige plukbal plat op de buik gaan en dan tien seconden op de bal gaan liggen.
–        Het strafbankje of sin bin is een heel effectief middel om fouten te bestraffen. Zowel rugby, als hockey en ijshockey zijn daarvan een goed voorbeeld. In rugby betekent dat zelfs tien minuten. En net in die sport merk je dat de regels zeer goed en respectvol worden opgevolgd, zoals in de recente wereldkampioenschappen nog eens ten volle werd bewezen.

We kunnen alleen maar hopen dat men zowel bij de FIFA als bij de UEFA eindelijk eens oog heeft voor de sportieve aspecten van het voetbal in plaats van telkens hoe men het meeste geld kan scheppen. Maar zoals meestal, het zal vermoedelijk wishful thinking blijven. Waardoor de vraag in de titel jammer genoeg hoogstwaarschijnlijk een retorische vraag blijft.

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply