maandag, augustus 2

Iedereen moet beter worden van competitiehervorming

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Ik voel me ruim 25 jaar jonger vandaag. De algemene vergadering van de Pro League had het vandaag over de BeNe-liga en U-23-teams in 1B (tweede klasse). Voorstellen die ik gesuggereerd heb in mijn boek ‘Eeuwige amateurs’ uit 1995.

Voorstander

Ja, ik ben voorstander van een BeNe-liga, omdat schaalvergroting de enige mogelijkheid is voor onze topclubs om min of meer competitief te blijven op Europees niveau. Essentieel daarbij is dat er een goede oplossing gevonden wordt voor de overige profclubs.

Het wordt echter niet makkelijk om de Nederlanders over de streep te krijgen en het gekuip waarin onze topclubs zo uitblinken zal hen niet verleiden. Ook moeten alle clubs beseffen dat je niet ‘the best of both worlds’ kan hebben. Dat wil zeggen dat het aantal Europese tickets voor Belgische en Nederlandse clubs gehalveerd zal worden.

En ik ben dus ook voorstander van B-ploegen in het echt profvoetbal, omdat dit jonge talenten extra kansen geeft om de stap naar het echte topvoetbal te maken.

Als het om B-ploegen in tweede klasse gaat, wordt meestal verwezen naar Nederland. Het systeem met B-ploegen in de voetbalpiramide bestaat echter ook in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Oekraïne en Rusland en wellicht nog meer landen. Dus ook in topvoetballanden als Frankrijk, Duitsland en Spanje. Reden genoeg om het ook hier structureel in te voeren.

Maar niet op de manier dat een aantal topploegen het hier willen doen. Om te beginnen moet er respect zijn voor de clubs die in 1B spelen. Zij hebben recht op een interessante competitie en voor velen is het al een toegeving dat ze één, laat staan zeven zoals sommigen willen, jongerenteam laten deelnemen. Er kan daarom geen sprake zijn van een tweede klasse met zeven B-teams.

Maximaal vijf

Bovendien moet er ook een oplossing gezocht worden voor de B-teams van de andere ploegen uit 1A. Michel Louwagie ligt van die clubs niet wakker. Het zijn immers B-ploegen van onder andere Monaco, Sheffield United of Leicester City, zegt hij. Dat laatste klopt, maar is vooral het gevolg van het beleid dat mensen als Louwagie de voorbije decennia hebben doorgedrukt. De tv-rechten in ons land zijn oneerlijk verdeeld. De grote clubs eisen het overgrote deel van de pot op. Met als gevolg dat kleinere clubs niet rondkomen en hun heil moeten zoeken bij buitenlandse investeerders. Die laatsten zijn vooral geïnteresseerd in Belgische clubs omdat ze hier van zeer interessante voordelen genieten: fiscale voordelen, lage minimumsalarissen. Afgedwongen door heerschappen als Michel Louwagie.

Vier of vijf B-ploegen in 1B is het absolute maximum. Indien er meer geïnteresseerden zijn, moeten die over de lagere afdelingen verdeeld worden op basis van hun sportieve sterkte. Laat ze echt meespelen door ze in aanmerking te laten komen voor stijgen en dalen (met 1B als eindpunt uiteraard).

Verdeeld over meerdere reeksen blijft ‘de last’ voor de niet-professionele clubs beperkt en als jongerenteams echt willen leren, moeten ze op hun niveau spelen. Club Brugge NXT heeft het nu al moeilijk om punten te verzamelen in 1B. Voor de anderen is de tegenstand wellicht nog zwaarder. Clubs als Antwerp en AA Gent geven toe dat hun B-teams het niveau niet van 1B aankunnen, maar willen toch meedoen. Onzin. Je leert niets als je alle weken kletsen krijgt. Integendeel, het kan alleen demotiverend werken voor jonge gasten. Laat ze in eerste of tweede amateurs (of heeft dat alweer een andere naam gekregen?) aantreden, zodat ze echt iets kunnen leren.

Op termijn naar zestien

Op termijn moet 1B uitgebouwd worden tot een reeks van zestien ploegen met allemaal elftallen die het niveau aankunnen. De voorwaarden om deel te nemen, moeten omlaag, zodat semi-profclubs naar 1B kunnen promoveren. In afwachting kan er met twaalf ploegen gestart worden: zeven of acht eerste teams (afhankelijk van de situatie van Virton) en vijf of vier B-ploegen. Organiseer eerst een reguliere competitie van 22 speelweken en maak dan twee reeksen: één van acht die nog veertien speeldagen afwerken (in totaal 36) en één van vier die nog zes keer tegen elkaar spelen (in totaal 28 wedstrijden).

Als de jeugdteams echt te zwak zijn (zoals voorlopig blijkt), werken de eerste ploegen van de reeks in het tweede deel van het seizoen een normale competitie af. De B-ploegen hebben veertien of zestien keer tegen eerste teams kunnen spelen en moeten tot de laatste speeldag strijden voor het behoud. Allemaal echte wedstrijden waar je alleen beter van wordt. En nogmaals, het doel van een competitiehervorming moet altijd zijn dat iedereen er beter van wordt.

Maradona (60) en de Belgen | François Colin

Share.

About Author

François Colin (68) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Sinds zijn pensioen in 2014 is hij columnist voor Sport/Voetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Comments are closed.