vrijdag, december 3

Het trieste lot van Stevan Stojanovic

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Met de bekerwinst in de zomer van 2020, een knappe Europese campagne, een Gouden Schoen in de rangen en een tweede plaats op het einde van de reguliere competitie, kan je moeilijk anders dan vaststellen dat het seizoen’20-’21 voor Royal Antwerp FC een voltreffer was. En toch is het op de Bosuil nooit rustig geweest.

Keeperskwestie

Er zijn ook wel wat redenen voor commotie geweest. Ivan Leko die halfweg het seizoen plots besliste om zijn fortuin in China te gaan zoeken. Zijn opvolger Franky Vercauteren kreeg nu eens lof voor het realistische voetbal dat voor punten zorgde en dan weer alle banbliksems over zich heen omwille van zijn te defensieve aanpak. Er heerste onrust over aflopende contracten. Dat van Gouden Schoen Lior Refaelov werd uiteindelijk niet verlengd, net als dat van sportieve baas Luciano D’Onofrio, nadat enkele weken eerder zijn teammanager Frédéric Leidgens al de laan was uitgestuurd.

En er was dan ook de keeperskwestie. Dat Sinan Bolat op de Bosuil drie seizoenen vrijwel onaantastbaar was, is eerder een uitzondering in de honderdveertig jarige geschiedenis van Antwerp. Toch zeker in de tweede helft daarvan. Na het vertrek van Bolat mocht beloftendoelman Davor Matijas de bekerfinale spelen en hij deed dat zeker niet onaardig. Maar toen al was duidelijk dat eigenlijk niemand op Matijas rekende om ook in de competitie eerste keuze te worden. Daarvoor werd Jean Butez van Moeskroen gehaald. En het was ook lang wachten op de exotische Alireza Beiranvand, die door ex-bondscoach Wilmots van België en Iran omschreven werd als de Iraanse versie van Thibaut Courtois.

Maar zowel Butez als Beiranvand kregen af te rekenen met kritiek omwille van enkele dubieuze tussenkomsten. En toen Butez ook nog eens langdurig geblesseerd werd, kwam Ortwin De Wolf als redder in dood van Eupen de rangen versterken.

Penaltystypper Stojanovic

Op de een of andere manier herinnert die historie aan het seizoen toen Antwerp tot verrassing van vriend en vijand de Europese finale op Wembley zou halen. Clublegende Ratko Svilar begon aan dat seizoen, na enkele pijnlijke nederlagen werd hij opgevolgd door Wim De Coninck, maar uiteindelijk was het Stevan Stojanovic die het grootste gedeelte van het seizoen speelde en dus ook de finale tegen Parma. Tot ontgoocheling van voorzitter Eddy Wauters die bij hoog en bij laag beweerde dat Antwerp die finale zou gewonnen hebben als zijn coach Walter Meeuws Svilar zou opgesteld hebben.

Nochtans had Wauters met Stojanovic twee jaar eerder niet meer of niet minder dan een prestigieuze transfer gerealiseerd. Bij aanvang van het seizoen 1991-’92 kwam Stojanovic naar de Bosuil. Op 29 mei van dat jaar had Stojanovic als doelman en kapitein van Rode Ster Belgrado geschiedenis geschreven. Voor het eerst had een club uit het voetbalgekke Joegoslavië de Europabeker voor landskampioenen gewonnen. En dat nog wel tegen het grote Marseille van Raymond Goethals en Jean-Pierre Papin. Stevan Stojanovic had geen klein aandeel in die overwinning. Dankzij een schitterende prestatie in de finale in het Italiaanse Bari hield hij in de loop van de wedstrijd de nul op het bord en in de strafschoppenreeks stopte hij al meteen de penalty van de Franse topspeler Amoros.

In 1987 had Stojanovic met Rode Ster al eens een stunt uitgehaald door in de kwartfinales van de Europabeker voor landskampioenen thuis met 4-2 te winnen van Real Madrid. In die wedstrijd stopte Stojanovic een strafschop van Hugo Sanchez. Het zou echter niet genoeg blijken, want in Madrid verloor Rode Ster met 2-0.

Vierde buitenlander

Stojanovic was in eigen land dus een held op het ogenblik dat hij naar Antwerp verhuisde. Ondanks zijn staat van dienst speelde hij merkwaardig genoeg nooit voor de nationale ploeg van Joegoslavië. Hij haalde wel een aantal keer de bank, maar doorgaans werd hij gebarreerd door Tomislav Ivkovic die zijn voorganger was bij Rode Ster, maar het grootste deel van zijn carrière doorbracht in Oostenrijk en Portugal.

Er werd dus veel verwacht van Stojanovic op de Bosuil, maar hij kreeg  van Walter Meeuws het statuut van vierde buitenlander, onder meer achter de ongenaakbare “voetbalbelg” Ratko Svilar, toen al eenenveertig, met Wim De Coninck als doublure op de bank.

Antwerp won dat seizoen de beker van België met Svilar nog maar eens in een hoofdrol. Stojanovic kreeg zoals gezegd pas in de terugronde van het seizoen ‘92-‘93 zijn kans van Walter Meeuws. Stojanovic kwam terecht in een ploeg die op wolken leefde. Zo leek Stojanovic op 12 mei 1993 helemaal klaar voor zijn tweede Europese finale. Stojanovic ging toch niet helemaal vrijuit bij een paar goals in de finale. Zijn toenmalige ploegmaats namen het achteraf toch op voor Stojanovic. Ze getuigden dat Stevan in die periode niet alleen de beste doelman in hun kern was, maar simpelweg één van de besten in de Belgische competitie en dat hij bij hen niet ter discussie stond.

Wreed

Zelfs dat succesvolle Europese seizoen bezorgde Stojanovic geen vaste plaats onder de lat van Antwerp. Ratko Svilar kwam nog eens terug als doelman en ook de beloftevolle nieuwe aanwinst Yves Van der Straeten kreeg van Urbain Haesaert, die Meeuws had opgevolgd, de voorkeur op Stojanovic. Zowel op het einde van het seizoen ‘93-‘94 als het seizoen ‘94-‘95 kreeg Stojanovic nog enkele wedstrijden de kans zich in het doel van Antwerp te tonen, maar dan verdween hij voorgoed in de vergetelheid…

Topvoetbal kan wreed zijn. De man die in eigen land een legende werd en voor Antwerp het doel verdedigde in die ook al legendarische Europese finale op Webley, zal er bij Antwerp nooit of nooit in slagen uit de schaduw te komen van die andere legende Ratko Svilar.

Eeuwige 25 – Eeuwige 25 Antwerp | Michel Schepers

Share.

About Author

Michel Schepers (1956) volgde als “clubwatcher” vanaf 1974 tot 1995 Royal Antwerp FC achtereenvolgens voor De Morgen, Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuws. Vanaf dezelfde periode leverde hij geregeld bijdragen voor het Antwerp Clubblad, vanaf 2004 als vaste editorialist. Hij was (co)-auteur van verscheidene boeken over de geschiedenis van Antwerp FC, in 2020 nog het “Antwerp Lexicon” over 140 jaar Rood en Wit.

Comments are closed.