zaterdag, mei 23

HANS VANAKEN: SPELMAKER OP GOUDEN SCHOENEN MET A TOUCH OF FANTASY

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een portret uit mijn deze lente bij Lannoo verschenen boek Clubtrouw. Blauw-Zwarte Iconen over Bluvn & Goan.

Hans Vanaken. Sinds 2015 bij Club Brugge. Met hem kantelde het DNA en vulde de prijzenkast zich in sneltempo aan. Meteen landskampioen, de eerste sinds 2006, en er zouden er nog zes volgen. Zeven in totaal dus. Geen enkele speler van Club deed beter.  Intussen heeft hij meer dan 560 wedstrijden op zijn actief en meer dan 150 doelpunten aangetekend. Waarvan de goal in de 5-0 tegen Union vorige week het verdient om vereeuwigd te worden. Meer dan honderd Europese duels en liefst zeven deelnames in de Champions League, en de achtste is op komst. Met een halve finale in de Conference League er ook nog bij. Hans straalt al heel lang volwassenheid uit, maar de speelsheid en hang naar fantasie blijven aanwezig in zijn optreden. Een genot om naar te kijken, maar tegelijk geniet hij van zijn voetballeven. Vanaken lijkt een zondagskind, een onbezorgde jongen die vanuit ‘vrijheid-blijheid’ aan het voetballen gaat. Ik haal hier opnieuw het gesprek boven dat ik met hem voerde in de zomer van 2021 over zijn evolutie als voetballer. Plaats van handeling: het Basecamp in Westkapelle. Een evolutie die de volgende vijf jaar in een stroomversnelling belandde en niet meer bij te benen viel.

Pleziervoetballer en vertrager
Het voorbije seizoen werd hij zelfs geroemd om zijn visie en intelligentie na Champions Leagueduels tegen de teams van Pep Guardiola (Manchester City), Vincent Kompany (Bayern München) en Hansi Flick (FC Barcelona). Hans Vanaken is onze Spelmaker (met hoofdletter) op Gouden Schoenen geworden. Met drie stuks evenaarde hij zelfs Jan Ceulemans. Ik vermoed dat hij zelf de laatste is geweest die daar in de verste verte aan gedacht heeft.

Hans Vanaken: ‘Ik begon op mijn vierde al te voetballen bij Lommel. Ook door toedoen van mijn vader, die er had gespeeld. Ik stond als het ware aan de zijlijn te wachten tot de trainer me uitnodigde. Vijf jaar later kwam PSV me halen. Letterlijk: elke dag met het busje en tot mijn dertiende werd ik dan dertig kilometer verder naar het oefenkamp gebracht. Dat gaf me veel voordelen, want ik kreeg de technische opleiding en het positiespel van Nederland mee. Lopen zonder bal doet men daar niet. Mijn technische kwaliteiten deed ik echt bij PSV op. Dat was voor mij bijzonder belangrijk om het meesterschap over de bal te krijgen. Op mijn veertiende koos ik toch opnieuw voor, intussen, Lommel United. Omdat ik elke week wilde voetballen, dreigde ik bij de U15 te vaak op de bank te belanden en ik was een echte pleziervoetballer. Nog steeds overigens. Ik voetbal, omdat ik het graag doe. Ik hou van het spelletje en dat gevoel zat er destijds al diep in. Toen hield ik er geen seconde rekening mee dat ik kon doorbreken en wenste ik maar één ding: plezier beleven met mijn kameraden.

Op mijn zeventiende stond ik in het eerste elftal en ik bleef 2,5 jaar in de tweede klasse bij Lommel. Dan deed Sporting Lokeren me een aanbod – met dank aan coach Peter Maes, op dat moment een goede vriend van mijn vader, met wie hij nog gespeeld had – en waagde de gok. Zo zag ik het effectief, want ik vroeg aan papa of dit niet te hoog was gegrepen voor mij. Sporting Lokeren draaide op hoog toerental onder Maes: play-off 1 en bekerwinnaar. Bovendien voetbalden ze als een sterk blok, vanuit de controle, terwijl ik bij Lommel United zeer aanvallend was ingesteld. Dat vergde dus een aanpassing. Ik scoorde acht goals in de voorbereiding en mocht meteen tegen Anderlecht debuteren op de eerste speeldag. Dat betekende toch: een versnelling hoger leren spelen, aan een ander tempo en aanpassen tijdens de training. Ik ontdekte dat bij wegdraaien op training de andere spelers me gemakkelijk de bal afsnoepten. Ik moest dus wennen aan de snelheid van handeling, meer nadenken en een andere kijk op het spel ontwikkelen. Ik ontving de bal vaak in de omschakeling om hem bij te houden, zodat de rest van het team kon aansluiten. Ik leerde daar het vertragende element aan, door het spel te verleggen en de rust aan de bal te houden. Ik won met Lokeren in 2014 op mijn beurt de Belgische beker en in de zomer van 2015 haalde coach Michel Preud’homme me naar Club.’

Het snelle spel van MPH
Voetballen onder Michel Preud’homme. Het moet toch iets aparts geweest zijn. Zouden er veeleisendere Belgische coaches rondgelopen hebben dan MPH? En toch blijft de waardering van de spelers die onder zijn beleid doorgroeiden groot.

Hans Vanaken: ‘In Brugge moest ik me opnieuw aanpassen. Michel Preud’homme praatte heel veel op me in, want bij Club moesten de ballen dan weer snel naar voren gespeeld worden zodra er enige ruimte ontstond. Het gebeurde immers niet vaak dat Club ruimte kreeg. Dat aspect leerde ik van hem, terwijl ik dus de gewoonte had om de bal te bewaren en hem breed te leggen. Toch ging het goed vooruit, want ik ben geen speler die veel uitleg behoeft. Ik zie het spel zelf. Als de coach een plan met me heeft, moet hij me dat geen vier keer uitleggen. Club voetbalde ook vanuit een veel hogere intensiteit dan Lokeren. En tegenstanders vlogen er ook veel feller in. Ze waren enorm gemotiveerd om Club te pakken, dus moest ik ook elke match honderd procent klaar zijn. Ook dat dien je je te realiseren. Ik ken eigenlijk geen stress. We liepen in het seizoen 2015-2016 door de competitie en we plaatsten ons opnieuw voor de bekerfinale. Die verloren we tegen alle verwachtingen in van Standard, na een slappe match van onze kant. Preud’homme kon er niet mee lachen en besloot het roer om te gooien tijdens de stageweek in de aanloop naar de play-offs. Hij pushte ons om over de rand te gaan qua duels en stevigheid, want hij verwerkte het verlies in de bekerfinale niet en verweet ons een gebrek aan onverzettelijkheid. Hij oordeelde bovendien dat net dit aspect Club het jaar voordien ook de titel deed verliezen. Hij gooide op de training de ballen tussen twee spelers in om het duel uit te lokken. Ik heb nooit zo’n “stevige” stage meer gezien. Zo scherp, ook anderen herinneren zich dat zo. Het gaf ons wel de drang om de titel te pakken. In de eerste match openden we snel de score, maar liepen we tegen een rode kaart aan. Langer dan een uur knokten we tot het uiterste om die 0-1 te behouden. Wat een uitbundigheid nadien in onze kleedkamer. Dat gaf ons het gevoel dat niets ons nog kon stoppen. Dit zou ons moment worden! Het winnen van die eerste match op karakter dreef ons richting titel. Op speeldag 3 en 4 verloren we echter op zowel Anderlecht als KRC Genk. We blijven kalm, want dat hadden we ingecalculeerd. Dat weerde de paniek uit onze rangen.

We deden een definitieve greep naar die eerste landstitel na elf seizoenen in de tweede helft op KAA Gent. De uittredende kampioen maakte het ons bijzonder lastig en leidde na een half uur volkomen terecht met 1-0. Preud’homme zette me rechts vooraan, wat allesbehalve mijn beste positie was. Ik voelde me slecht en meer dan voortdurend achter de bal aan hollen, zat er eigenlijk niet in. Dan is het moeilijk om dit om te schakelen. Je hebt altijd je momenten nodig en ineens kwam daar zo’n moment: onze eerste deftige actie op links via Izquierdo en ik trapte de gelijkmaker binnen. Dat gaf ons voldoende zuurstof om ongeschonden de pauze te halen. Dat doelpunt was echt heelbelangrijk,k want we zaten absoluut niet in de wedstrijd. De Buffalo’s hadden hun systeem veranderd en dat zag Preud’homme niet aankomen. Tijdens de pauze liet hij ons kiezen uit twee mogelijkheden om het op te lossen. Hoe vroeg ons zelfs: wat denken jullie? We kozen redelijk unaniem voor de omzetting van 4-3-3 naar 5-3-2 met Timmy Simons die tussen onze verdedigers ging postvatten en Ruud, Claudemir en ik op het middenveld. Vooraan vertrouwden we op de snelheid en de ingevingen van onze spitsen Diaby en Izquierdo. En “Joske” speelde zijn levensmatch. Met zijn individuele klasse scoorde hij eerst zelf en vijf minuten later bood hij me de 1-3 aan. Het werd nog 1-4 en we leefden op een wolk naar de klapper met Anderlecht toe. Bij winst zou Club eindelijk nog eens kunnen vieren. Eigenlijk zat het voor de partij al snor. We wisten dat het niet meer mis zou gaan, meer zelfs, we weigerden dat te aanvaarden. We reden Jan Breydel binnen tussen zesduizend fans die ons begroetten met Bengaals vuur. Die rook hing gewoon zo heftig in de bus dat we elkaar niet meer zagen zitten. Dit gaf ons een gevoel van onoverwinnelijkheid. Toen we die mensenmassa zagen, zeiden we: “Dit is onze dag en niemand gaat ons afstoppen.” Na een kwartier begrepen we dat het voor ons was. Anderlecht raakte niet uit onze omknelling en Diaby scoorde twee doelpunten rond het halfuur. Op de uur deed ik de boeken toe en Timmy zette met een penalty de kroon op het werk: 4-0. Wat toen volgde, heb ik nooit meer gezien: die vreugde-uitbarsting van onze fans!’

Evolutie van tien naar acht
Na het vertrek van Michel Preud’homme bracht Ivan Leko een systeemverandering aan: van 4-3-3 naar 3-4-3. Dat had voor Hans aanvankelijk verstrekkende gevolgen.

Hans Vanaken: ‘Ik vertrok aanvankelijk vaak op de bank. Ik sprak hem zelfs op een bepaald moment aan over mijn mogelijkheden in dit systeem, want ik vreesde niet te kunnen functioneren. Leko droeg me op om me aan te passen, maar na een kansloze nederlaag tegen AEK Athene in de voorronde van de Champions League besloot hij toch te sleutelen om mij in het elftal te krijgen. Dat stak wel goed in elkaar; we liepen over iedereen heen in de eerste ronde en wonnen in 2018 opnieuw het kampioenschap. Zelf werd ik als speler rijper door die confrontatie met de coach, maar ik blijf wel bij mijn standpunt. Dus werd de coach verplicht om te wijzigen. Ik vulde mijn positie anders in dan onder Preud’homme: van tien evolueerde ik naar acht. Ik leerde intussen ook om te verdedigen. Op de tien richt men zich op het spitsenspel en op de acht is men de verbindingslijn tussen aanval en defensie. Ik liep van dan af ook meer achteruit, haalde de bal lager op en dacht ook in andere looplijnen en voerde verdedigende richtlijnen uit.’

Stilaan een totaalvoetballer
Philippe Clement vulde het tactische plaatje op zijn beurt opnieuw anders in. Hij verschoof het een beetje in de richting van wat Preud’homme deed, maar hij paste zich minder aan de tegenstander aan. Dat gaf Hans de kans om zijn evolutie te vervolmaken.

Hans Vanaken: ‘Het mooie was echter dat Philippe Clement ons vooral erg goed lietvoetballen,n zoals hij dat eerder ook had gedemonstreerd bij KRC Genk. De voetbalfilosofie van Clement ligt mij het best. Ik hou van mooi voetbal. Leko liet ons meer lopen zonder bal. Soms hoort dat er wel bij, maar naar mijn oordeel overdreef hij in dat onderdeel. Clement gebruikt altijd de bal en verfijnt op die wijze onze afwerkoefeningen. Club is vandaag veel beter dan in 2016. De grenzen van de ambitie zijn verlegd. Club koestert de wens om zich te verankeren als nummer één van het Belgisch voetbal. Die plaats willen we voor onszelf reserveren. Dat heeft ook een keerzijde: tegenstanders zetten nu veel sneller dan vroeger een blok tegen ons. Anderzijds betekent het tevens dat ze ons respecteren.

Zelf boekte ik vanzelfsprekend ook veel vooruitgang. Ik leerde van elke coach nieuwe dingen die me als voetballer sterker hebben gemaakt. Ik voel me stilaan een totaalvoetballer. Mede dankzij het samenspel met Ruud Vormer. Tussen ons bestaat er een ongebruikelijke complementariteit. Het valt niet uit te leggen, maar het klopt tussen ons. We kunnen heel goed elkaars kwaliteiten inschatten. Ruud is veel meer aanwezig als communicator en ik probeer het op mijn voetballende wijze op te lossen. We zijn andere karakters, andere types ook, maar we laten het middenveldgeheel wel kloppen. Na zes seizoenen van succesvol samenspel weten we intussen wel wat er gaat gebeuren. Dat is een niet uit te leggen automatisme van blindelings aanvoelen en vertrouwen. Gouden Schoenen. Profvoetballer van het Jaar. Landskampioenschappen. Prijzen zijn de mooiste dingen voor een voetballer, maar je wint ze toch als ploeg. Voor mij blijft de 2-2 op Real Madrid boven alles uitsteken. Die zal ik nooit vergeten. Evenmin onze 0-4 op AS Monaco. En in België blijf ik bij de 4-0 tegen Anderlecht, waarmee onze eerste landstitel een feit werd. Ik hoop dat de fans me in hun verbeelding blijven zien als een van de iconen van de Club, die hier kwam om trofeeën te halen. Ik hoop vooral dat ze me zien als iemand die bijzonder graag voor Club Brugge heeft gespeeld en zijn uiterste best heeft gedaan om van onze club de beste van België te maken. Joviaal en sociaal, een Clubmens in hart en nieren. Een deel van het grote geheel: de familie van Club Brugge.’

Ooit bestudeerde ik de nog jonge Hans Vanaken in een van zijn eerste seizoenen bij Club gedurende een hele wedstrijd. Ik turfde hem, zoals dat heet: zijn baltoetsen noteren en geconcentreerd kijken naar enkel zijn spel. Ik ontdekte een patroon dat later ongewijzigd bleef en zich zelfs nog verfijnde. De jacht op de bal, als stoorwerk zonder agressie. Zich aanspeelbaar opstellen aan de middencirkel. Geregeld onopvallend van plaats wisselen naar een andere zone. Tot op de millimeter getimed. Van daaruit tussen vier tegenspelers aan de rand van de cirkel de bal vragen. Aanvankelijk vooral activiteiten voor het eigen doel. Vrijlopen, bal krijgen, ter hoogte van de middenlijn afhaken, zelden het contact zoeken. Kijken hoe het spel zich ontwikkelt, met oog voor het vermijden van een tegendoelpunt. Dat verandert met het verstrijken van de tijd. Op het ogenblik dat Club de controle over de offensieve bevliegingen van de tegenpartij beetheeft, verschuift zijn positie. Dan belandt hij in het offensieve compartiment van de box-to-box en opent hij zijn bewegingen met een halve draai – eerder een rondo – ter hoogte van het strafschopgebied. Eenmaal de partij aan het kantelen slaat, durft hij weleens vier opeenvolgende overstapjes uit te voeren en de powerplay te regisseren. Tegen het einde van de match biedt hij een recital – en dat is het – van driehoekjes, dieptepasses en een-tweetjes vanuit stilstand. Het voetballeven met a touch of fantasy. Hij wijzigde dus het parcours van Club van eeuwige tweede en derde sinds 2006 naar winnaar. Met hem kwam, zoals eerder aangehaald, het succes. Met hem werd Club Brugge voor het eerst in de 135-jarige geschiedenis langdurig de zogenaamde vaandeldrager van het Belgisch voetbal. Ook en vooral op Europees niveau. Opnieuw: dankzij die typische touch of fantasy. Zal hij weldra zijn en onze Club naar de twintigste landstitel leiden? Hij zal!

Share.

About Author

Leave A Reply