De veertiendaagse van het topvoetbal

Pinterest LinkedIn Tumblr +
Deel dit artikel:

‘Football is nothing without fans’. Volkomen juist. En toch. We beleven misschien wel de spectaculairste veertiendaagse uit de voetbalgeschiedenis. In de vorige eeuw waren EK’s en vooral WK’s het sportieve hoogtepunt. Alle toptalenten van een land werden verzameld in één elftal. In de jaren ’90 begon het voordeel echter over te hellen naar het clubvoetbal. Door de commercialisering van het voetbal ontstonden superrijke clubs, die de beste spelers van de wereld aantrokken. 

Zelfs in de beste landenteams was er hier of daar wel een positie die minder sterk bezet was en konden een paar blessures het niveau danig naar beneden halen. Bij teams van de laatste acht van de Champions’ League zitten spelers op de bank die bij minder sterke ploegen smaakmakers zouden zijn. Talent is nooit meer geconcentreerd geweest.

De veertiendaagse van het topvoetbal is nog niet voorbij. We hebben nog een halve finale van het kampioenenbal en twee finales te gaan. De kans is groot dat het allerbeste nog moet komen. Maar wat hebben we al anderhalve week genoten. 

En dan hebben we het helaas niet over de Pro League. Nooit was het verschil in tempo en niveau zo duidelijk. Dat we nu elke wedstrijd van 1A volledig live kunnen volgen, helpt daarbij niet. Je krijgt heimwee naar de zaterdagavonden waar je een mindere match kon inruilen voor een partij die hopelijk boeiender was. Hoe dan ook, nog maar eens werd de enorme kloof met de vijf grootste Europese competities blootgelegd. 

Deze boeiende eindfase van de Europese bekers is voor een flink deel het gevolg van het unieke format. Vanwege de coronacrisis zijn kwartfinales en halve finales in één wedstrijd beslist. We kregen een dagelijkse finale aangeboden. Er moest elke avond een winnaar zijn en terwijl finales vaak saai zijn omdat niemand uit zijn schulp wil komen, was het een doelpuntenfestijn: 41 goals in elf wedstrijden, gemiddeld bijna vier doelpunten per match.

De verrassingen maakten het allemaal nog boeiender. Wie verwachtte RB Leipzig en Olympique Lyon, dat dit jaar zevende eindigde in de Ligue Un, bij de laatste vier op het kampioenenbal?

Het voetbal blijft toch nog altijd enigszins onvoorspelbaar. Voor clubs uit de kleinere voetballanden is het bijna onmogelijk geworden om mee te doen in de eindfase van de Europese bekers, maar wie had durven denken dat Manchester City zich zou laten ringeloren door Lyon? Hoe is het mogelijk dat City, dat intussen al één miljard euro aan transfers besteedde, alweer niet de halve finales van de Champions’ League kon bereiken?

Verstrekkende conclusies mogen echter niet getrokken worden uit de voorbije weken. Daarvoor was deze Europese eindfase te uitzonderlijk. En bovendien is elk seizoen niet meer dan een momentopname. Vorig seizoen stonden vier Engelse teams in de Europese finales en werd de dominantie van de Britten uitgeroepen. Dit seizoen haalde geen enkel team uit de Premier League de eindmeet.

Dat twee Duitse ploegen, en vooral twee Franse ploegen, de laatste vier van de Champions’ League haalden, mag dan ook niet tot verstrekkende conclusies leiden. Het zou best kunnen dat beide landen geholpen werden door de omstandigheden. In Engeland, Italië en Spanje volgden de Europese campagnes bijna meteen na het einde van het uitgestelde competitieslot, waarin de matchen elkaar in sneltreinvaart opvolgden.

De Fransen stopten de competitie vroegtijdig, waardoor de spelers uitgerust de Europese opdrachten konden aansnijden. De Bundesliga hernam veel vroeger dan de Serie A, de Premier League en La Liga, zodat de spelers van RB Leipzig en Bayern München de tijd kregen om de batterijen opnieuw op te laden.

De enige conclusie die we echt kunnen trekken, is dat je met 700 miljoen euro aan transfers – zoals Paris Saint-Germain – vroeg of laat – in dit geval negen jaar – wel eens een finale moet staan.

Share.

About Author

Leave A Reply