zondag, oktober 17

De Paleizen van Koning Voetbal – Anfield (1)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

In dit boek neemt de woordvoerder van de Rode Duivels en voormalig verslaggever Stefan Van Loock u mee op zijn reizen naar 66 mythische Europese voetbaltempels. Elke week op vrijdag of midweek op dinsdag leidt Stefan u rond door de catacomben en het verleden van een voetbalpaleis waar daags nadien een belangrijke wedstrijd gespeeld wordt.

Het legendarische Anfield van Liverpool FC dat zondag rivaal Manchester United ontvangt, bijt de spits af. Stefan neemt je mee naar zijn eerste, ietwat tegenvallende kennismaking met dit voetbalpaleis in 2005.

“This is Anfield”

Bij de uitgang van de spelerstunnel liet manager Bill Shankly het bordje met “This is Anfield” aanbrengen zodat de tegenstander zich wel goed bewust zou zijn van de heilige grond die hij betrad. Maar het was ook een boodschap aan de eigen spelers. ‘Stel onze fans niet teleur’. Winnen volstond niet voor de bezoekers van de Kop, er moest ook nog een hoge score op het bord staan. Het elftal was wat aan zijn fans verplicht. Of zoals ex-speler Ray Kennedy het treffend verwoordde: “De supporters verwachten dat je als speler je leven geeft voor hun team, en het klinkt misschien vreemd, maar eens je op het veld staat, ben je daar ook toe bereid.”

Bootroom

Daarnaast introduceerde Shankly met zijn opvolger Bob Paisley in de hoofdtribune ook de bootroom, een onaangekleed kamertje waar hij bij een glaasje whisky met zijn staf over voetbal discussieerde. Niet met het bestuur, want daarmee lag hij bijna dagelijks overhoop. 

Shankly werd aangesteld als manager in december 1959, toen Liverpool nog een muffe club uit de Engelse tweede klasse was. Goed twee jaar later loodste hij ze wel definitief naar de hoogste klasse en begon de mythe van Anfield gestalte te krijgen. Letterlijk en figuurlijk. Het stadion groeide dankzij de successen van de club uit tot een legendarische voetbaltempel met een sublieme en tot ver over de grenzen geprezen akoestiek. Maar het kan er ook best wel akelig stil zijn ondervond ik bij mijn eerste bezoek in 2005.

Na een snelle hap van ‘sausages and mashed potatoes’ in de persruimte, zoek ik mijn weg naar de perstribune en bots ik op mijn eerste grote ontgoocheling. 

Meteen begrijp ik ook waarom de aanvraag voor een accreditatie voor de derby van het komende weekend tegen Everton werd geweigerd en een plaatsje voor een doorsnee midweekse match tegen Blackburn Rovers wel nog net kon. Er is nauwelijks plaats. Je mag niet te breedgeschouderd zijn, wil je niet de hele wedstrijd lang tegen je buurman aanleunen en voor verslaggevers met een bierbuikje is het een heuse beproeving. Ongehoord voor een club met deze status. Maar in Engeland destijds geen uitzondering. Zo goed de media voor en na de wedstrijd worden gesoigneerd, zo krap is hun werkruimte tijdens de match. Anfield is bij het binnentreden van de 21e eeuw ingehaald door de tijd en de normen van het hedendaagse voetbal. 

Geen bal te beleven

Terwijl Rockin’ All over the World van Satus Quo door de luidsprekers galmt, lopen de tribunes vol. Rechts van ons staat de befaamde Kop, het koor van Anfield. You’ll Never Walk Alone, vlak voor de aftrap zal helaas het enige hoogtepunt van de avond zijn. De wedstrijd zelf heeft niks, maar dan ook niks om het lijf. Geen van beide doelmannen krijgt ook maar een bal te pakken. U leest het goed. GEEN. 

En als er geen bal te beleven valt, durven ze in Liverpool die onvoorwaardelijke steun wel eens overboord te gooien en gaan ze de cynische tour op. In de Kop onderhouden ze elkaar dan wel. Met alles en nog wat. Zolang het maar niks met de match zelf te maken heeft. Ik laat me vertellen dat er jaren geleden tijdens een gelijkaardige wedstrijd tegen Stoke City plots een zeemeeuw traag over het veld kwam vliegen. “It’s a bird , Its’ a bird”, klonk het vanuit de Kop. Toen de doelman van Liverpool dan toch eens een bal opraapte, riepen ze ‘You need a job, you need a proper job’. Wat gezien de hoge werkloosheidscijfers midden jaren tachtig in de stad (het hoogste percentage van heel Groot-Brittannië) een behoorlijk beledigende bijklank had. 

Smakeloos

The Scousers (inwoners van Liverpool) staan niet voor niets bekend om hun scherpe en intimiderende taalgebruik. Door de band met de nabijgelegen zee zijn de Liverpudlians een sterk volk. Hun woordkeuze is een reactie om zich af te zetten tegen de centrale macht uit Londen en de industriële welvaart bij de buren uit Manchester.

Liverpool voelde zich achtergesteld en was dat ook. Het was hun vorm van rebellie tegen het kapitalisme. God save the Queen, zal je er niet horen en het overlijden van voormalig premier Margaret Thatcher in 2013 werd gevierd als hadden de Reds een nieuwe trofee veroverd.

Niet alleen cynisme, ook puur sarcasme regeerde vaak in die donkere periode onder de Liverpool-aanhang. Vooral tegen aartsrivaal  Manchester United werden de grenzen van het fatsoen ver overschreden. Doelend op de vliegtuigramp van 1958 in München, waarbij de halve ploeg van Manchester United om het leven kwam, zongen ze het totaal smakeloze ‘Who’s that lying on the runway, who’s that lying in the snow? It’s Matt Busby and his boys making all the fucking noise because they can’t get the aeroplane to go’

Als het spelpeil danig te wensen overliet en de verveling op de tribunes met de minuut toenam kon het er soms ook wel akelig stil zijn. “Kan er iemand het licht uitdoen?”, riep iemand vanuit de hoofdtribune. Waarop vanuit de Kop al snel het antwoord kwam: “Ben je gek, ik ben net een boek aan het lezen”. Het was zelfs live op de radio te horen, zo stil was het er die avond. 

De paleizen van Koning Voetbal | Stefan Van Loock

Share.

About Author

Comments are closed.