Beste Paul en Henk,
Nooit gedacht de woorden volkskunde en voetbal in één zin te zien opduiken. Tijdens een WK is er echter veel mogelijk. En daar word je niet altijd vrolijk van. Ik ken niet alle feiten of achtergronden, maar met jullie voetbaljournalistiek lijkt me toch iets mis. Ik heb een stukje van de persconferentie na de uitschakeling door Marokko gezien. Dat had niets met journalistiek te maken. Dat was je reinste onbeschoftheid.
Ik meende de stem van Valentijn Driesen te herkennen, maar ben niet zeker. ‘Ben je al opgestapt?’ vroeg hij. Dat is toch geen normale toon? ‘Ga je opstappen?’, dat is een pertinente vraag. Sommige journalisten wanen zich bij jullie de echte vedetten. Omdat ze te veel op tv komen?
Bij ons is de pers ‘mild’, zei Jan Vertonghen. Braaf, mak zelfs. Na de uitschakeling van de Rode Duivels op het WK 2016 had de eerste vraag aan Marc Wilmots moeten zijn: ‘Overweeg je op te stappen?’ Ze kwam echter maar niet. Finaal moest Bert Maalderink van de NOS de vraag stellen. Op hetzelfde moment stond Thibaut Courtois in de mixed zone te tempeesten dat Wilmots er de ballen verstand van had.
Marokko was vier jaar geleden halvefinalist op het WK. Daar kan je dus van verliezen. Het was ook pas de betere ploeg. Oranje mocht zich in de handen knijpen dat er verlengingen en strafschoppen kwamen. De goals vielen nadat Koeman was teruggeschakeld van een verdediging van vijf naar een afweer met vier. Als hij dat van begin aan af had gedaan, was het wel ok geweest? Zien jouw collega’s niet dat dit niet het Oranje van Cruijff, Rensenbrink, Van Hanegem en Krol is? En zelfs niet dit van Rijkaard, Koeman, Gullit en Van Basten?
Hatelijk
Hoe jammer dat het bijna altijd zo eindigt. Alleen de winnaar en een paar teams die boven de verwachtingen presteren ontsnappen eraan. Het mooie van een WK is dat er gedurende zowat een maand een gevoel van eenheid in een land heerst. Toch zo lang het goed gaat. Dan gaan we schuldigen zoeken. Die hebben nogal vaak een andere huidskleur.
We zijn in de zevende hemel als onze jongens winnen. Als ‘we’ winnen. Zelfs mensen die het verschil tussen een hoekschop en een strafschop niet kennen. ‘Onze jongens’ strijden voor ons. Het speelt geen rol wie de doelpunten maakt, het zijn allemaal helden. Welke achtergrond of kleur ze ook hebben.
Tot ‘ze’ verliezen natuurlijk. En zeker als een donkere jongen een penalty mist of een flater in de verdediging begaat. Dan kunnen we (althans sommigen en ieder geval te veel) plots ons racisme niet onderdrukken. Dan wordt een jongen die al in zak en as zit overladen met hatelijke berichten. Soms zelfs doodsbedreigingen.
Terwijl het steeds duidelijker wordt dat de kunde van het eigen volk niet volstaat om hoge ogen te gooien in het voetbal. Zo’n twintig jaar geleden schreef ik in De Standaard een column met als titel ‘te wit’. De Rode Duivels waren gewoon te wit en daardoor wogen ze te licht. Dat veranderde met de komst van jongens als Witsel, Fellaini, Kompany, Lukaku, Tielemans, Dembélé, Boyata, Batshuayi, Carrasco, Chadli en Origi.
Nederland had al in de jaren ’80 de weg naar voetbalsucces getoond. Oranje werd in 1988 Europees kampioen met jongens als Aron Winter, Gerald Vanenburg, Frank Rijkaard en Ruud Gullit uiteraard. Nederland moet zowat het eerste Europese land geweest zijn waar jongens met een achtergrond uit de vroegere kolonies voor voetbalgeluk zorgden.
Tien jaar later was er natuurlijk Frankrijk. Wereldkampioen met Christian Karembeu, Zinedine Zidane, Bernard Lama, Marcel Desailly, Lilian Thuram, Patrick Vieira, Claude Makélélé, Nicolas Anelka, David Trézeguet en Thierry Henry. Maar ook met Didier Deschamps, Emmanuel Petit en Laurent Blanc. Black-Blanc-Beur. Het voetbal ging de wereld veranderen. Helaas.
Twee richtingen
Een land kan nog alleen top zijn als je al het aanwezige talent zo maximaal mogelijk kansen geeft en gebruikt. Dat geldt zeker in het voetbal. Al bijna honderd jaar worden op WK’s spelers die afkomstig zijn uit een ander land gebruikt om succes te boeken. De Italianen werden in 1934 wereldkampioen dankzij de ‘oriundi’, leden van de Italiaanse diaspora. Luis Monti is de enige speler die twee WK-finales speelde voor twee verschillende landen: Argentinië in 1930, Italië in 1934. De legendarische Alfredo di Stefano voetbalde ooit voor drie verschillende landen: Argentinië, Colombia en Spanje.
Sinds 2020 bestaan er duidelijke regels die jonge voetballers met een migratie-achtergrond de keuze laten voor wie ze willen voetballen. Het resultaat is dat er op dit WK broers rondlopen die voor verschillende landen uitkomen. Je hoeft ook geen dubbele nationaliteit te hebben om te kunnen kiezen. Je geboorteland of voorouders geven je extra opties. Bij Haïti liepen zeven jongens rond die nog nooit op Haïti waren geweest. Bij Curaçao zouden 25 van de 26 spelers elders geboren zijn. Zuid-Afrika was het enige Afrikaanse land met alleen spelers die in eigen land geboren werden.
Of we dat nu graag hebben of niet, de wereld is veranderd. Er bestaan nog nauwelijks grenzen. En zeker niet in het voetbal. Sinds de jaren ’80 zie je steeds meer landen met spelers in de selectie die in een ander land werden geboren. Op dit WK vormen ze 23,2 % van het totaal. Nagenoeg een kwart.
En het mooie is dat iedereen er beter van wordt. Het werkt in twee richtingen. Waar zouden Nederland, België, Engeland, Frankrijk en nog veel meer landen in het voetbal staan zonder hun migrantenkinderen? Neem het geweldige Frankrijk. Mbappé heeft een Kameroense vader, Barcola een Togolese vader, Olise werd in het VK geboren en was het kind van een Nigeriaanse vader en een Frans-Algerijnse moeder.
14de Amendement
En waar zouden hun landen van herkomst staan zonder de jongens die in Europa hun (voetbal)opleiding kregen? Negen van de tien Afrikaanse ploegen worden gedomineerd door in Europa geboren talent. Tegen Brazilië werd Marokko het eerste elftal uit de geschiedenis dat aan een match begon met elf spelers die in het buitenland waren geboren. Acht van de elf basisspelers van Senegal – dat vanavond tegen de Rode Duivels speelt – in de vorige wedstrijden zijn eerste of twee generatie migranten.
Gisteren zag Donald Trump zijn droom om het 14de Amendement van de Grondwet in snippers te scheuren en het geboorterecht van veel Amerikanen af te nemen in rook opgaan. Zelfs twee van de door hem benoemde rechters gingen niet mee met zijn plannen. In het andere geval had Falorin Balogun, de sterspeler van Team USA, op een vliegtuig naar ergens in de wereld kunnen gezet worden. Balogun werd toevallig in Brooklyn (Amerika) geboren. Zijn ouders kwamen uit Nigeria en ze leefden bijna constant in het Verenigd Koninkrijk.
En neem Engeland. De Three Lions tellen in hun selectie van 26 maar liefst zeventien spelers die riskeren gedeporteerd te worden als Nigel Farage ooit aan de macht zou komen. Hun achtergrond: Trevoh Chalobah (Sierra Leone), Marc Guéhi (Ivoorkust), Reece James (Grenada, Dominicaanse Republiek), Ezri Konsa (Angola/Congo), Tino Livramento (Portugal), Jarell Quansah (Ghana), Djed Spence (Jamaica), Jude Bellingham (Afro-Caraïbisch), Eberichi Eze (Nigeria), Kobbie Mainoo (Ghana), Declan Rice (Ierland), Morgan Rogers (Jamaica), Noni Madueke (Nigeria), Rashford (Saint Kitts and Nevis), Bukayo Saka (Nigeria), Ivan Toney en Ollie Watkins (allebei Jamaica).
Bananen
In de New Yorker verscheen een interessant verhaal van ene Albert Samaha over Italië, dat sinds de wereldtitel van 2006 een ontluisterend verhaal schreef: uitgeschakeld in de eerste ronde in 2010 en 2014 en drie keer op rij niet geplaatst voor een eindronde (2018, 2022, 2026).
Samaha ging op zoek naar de oorzaken van de terugval van het calcio: jonge Italianen hebben veel minder interesse voor voetbal, ouderwetse tactiek (te voorzichtig), topclubs vol buitenlanders. Het klinkt niet alsof dit zo verschillend is met de rest van het continent.
De onderzoeksjournalist van BuzzFeed ging dan ook aan het graven. En dan bots je op de verschillen. Italië heeft gemiddeld de oudste bevolking van Europa: 41 jaar in 2004, 49 jaar in 2024. Vier jaar ouder dan het Europese gemiddelde. Het verschil is het gevolg van nieuwe migranten met meer kinderen.
‘Het voetbal is een weerspiegeling van de maatschappij’, stelt Daniela Conti, van de ‘Italian Association of Sport for All’. ‘Veel jongeren die in het land leven zijn door wetten en praktijken uitgesloten.’
Italië maakte het ook moeilijk om het burgerschap te verwerven. Het geboorterecht volstond niet, de voorouders moesten Italiaans zijn.
En het voetbal was nog strenger. Arrigo Sacchi, ja, de grote man van het Milan van Rijkaard, Gullit en Van Basten, legde als hoofd van het nationale ontwikkelingsprogramma van de Italiaanse voetbalbond de lat hoog. ‘Italianen hebben alle waardigheid en trots verloren’, zei hij in 2015. ‘Omdat er te veel gekeurlde spelers in het jeugdvoetbal rondlopen.’
De Italiaanse bondsvoorzitter Carlo Tavecchio (2014-2017) werd door Fifa uit zijn officiële functies gezet na volgende uitspraak: ‘Zwarte spelers aten bananen voor ze naar de Serie A kwamen.’
Dante-esk
De Italiaanse bobo’s bleven hun beleid verdedigen. Landen als Frankrijk en Engeland hadden nu eenmaal een uitgebreider koloniaal verleden dan Italië en dat maakte het beleid verschillend. Hij zag over het hoofd dat Italië ooit Somalië, Eritrea, Libië en Ethiopië bezette.
Marco Balotelli was een van de eerste gekleurde jongens in de Squadra Azzurra. Bij zijn debuut dook een spandoek op met de boodschap ‘Zwarte Italianen bestaan niet’.
Bij de WK-barragematchen in maart van dit jaar was Moise Kean de enige niet-witte speler in de Italiaanse selectie.
In 2017 stelde Giovanni Malago, de voorzitter van het Italiaanse Olympisch Comité, dat Italië in de vorige vijftien jaar 4,5 miljoen potentiële topatleten tussen 14 en 19 jaar had verloren. In 2021 noemde hij het proces van atleten die het Italiaanse burgerschap aanvroegen ‘een Dante-esque cirkel’.
Vijftien jaar geleden telde La Roja, de Spaanse nationale ploeg, minder migrantenspelers dan de Azzurri. Intussen telt Spanje er drie keer meer. In 2010 deed Duitsland niet beter dan Italië, maar in de volgende vijf jaar ging het roer om. In 2014 werd de Mannschaft wereldkampioen met jongens met Ghanese, Tunesische en Turkse voorouders.
Vorige maand zei Oliver Bierhoff, ex-Duits international en natioaal teammanager: ‘Frankrijk en Duitsland hebben hun elftal stevig versterkt dankzij kinderen van migranten. Iedereen heeft de honger van de nieuwkomers nodig.’
Kan iedereen daar even bij stilstaan als een voetballer met een andere achtergrond in de fout gaat op het veld.
Groet jongens,
François
PS: excuus dat de brief wat lang is uitgevallen