dinsdag, juli 14

BELGISCHE WERELDBEKERHELDEN (7): JAN CEULEMANS 1982-1986-1990 – RAF WILLEMS

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Bij elke match van de Rode Duivels halen we even een oude Belgische Wereldbekerheld uit ons archief. Vandaag: Jan Ceulemans, dé wereldbekerheld der wereldbekerhelden. Hij blikt terug op het sterkste decennium van de Rode Duivels in de twintigste eeuw. Dat begon, zowel voor hemzelf als voor België, op het EK van Italië 1980.

JAN CEULEMANS OVER DE GOUDEN JAREN TACHTIG VAN DE RODE DUIVELS
Aanvoerder, recordinternational, wereldvedette tegen wil en dank

 Jan Ceulemans leidde de Rode Duivels – in zijn woorden altijd ‘de nationale ploeg’ – naar het beste decennium uit de geschiedenis. Hij stond er steeds: als aanvoerder en als recordinternational met 96 selecties. In zijn tijd versloeg België de topvedetten van het voetbal, of hield hen achter zich in de groepsfase: Dalglish, Keegan, Platini, Maradona, Boniek, Gullit, Belanov. En toch, en toch blijft zijn oordeel in deze monoloog: ‘Er zat meer in.’

 De kracht van Wilfried Van Moer

‘Wilfried Van Moer! Wat keek ik destijds naar hem op! Mijn waardering voor hem was bijzonder groot. Hij lag aan de basis van de mooie periode van de nationale ploeg tussen 1980 en 1990. Hij keerde terug in 1979, op zijn 34 ste, en haalde ons uit het slop. Hij praatte weinig maar bracht toch een goede sfeer in de groep. Op het veld koppelde hij zuiver voetbalinzicht aan opgestroopte mouwen. Van Moer bezat een hoge voetbalintelligentie en trok de strijd aan, met zijn kop in de wind als het moest. Hij wist wanneer te versnellen én legde ook het spel lam op het juiste moment. Als hij sprak, luisterden de anderen. Van Moer legde het fundament voor het latere leiderschap van Ceulemans – Gerets in de jaren tachtig.’

 Het relativeringsvermogen en het zone-inzicht van Guy Thys tegen Maradona

‘Ik nam met de Rode Duivels deel aan drie Wereldkampioenschappen: 1982 in Spanje, 1986 in Mexico, 1990 in Italië. En aan twee Europese Kampioenschappen: Italië 1980 en Frankrijk 1984. In stand, tien jaar later. Niet alleen voor mij maar eigenlijk ook voor de Rode Duivels. De hoogconjunctuur was voorbij. We stonden er en werden gerespecteerd. We presteerden uitstekend. En toch zat er misschien meer in. Zowel in 1980, 1982, 1984, 1986 als in 1990.

Bondscoach Guy Thys bouwde zijn elftal op rond vaste waarden: Jean-Marie Pfaff, Walter Meeuws, Eric Gerets, René Vandereycken, Erwin Vandenbergh, Jan Ceulemans….De sfeer rond een nationale ploeg is zeer belangrijk. Ik keek er echt naar uit. Guy Thys was de perfecte coach voor de Rode Duivels, een meester in het relativeren van de spanning. Je kon discussiëren met hem. Hij begreep het als je bij je club een mindere periode kende en hield zijn vaste kern bij elkaar omdat hij geloofde in de kwaliteit van zijn team.’

‘In 1980 verrasten we iedereen, we bereikten onverwacht de finale tegen West-Duitsland en mijn gevoel blijft tot vandaag zeggen dat we onverdiend de boot zijn ingegaan. In de 89 ste minuut. Na Italië trokken we de resultaten door. In de voorronde van het WK 1982 eindigden we eerste voor Frankrijk en Nederland. In de openingsmatch in Spanje waren de ogen van de wereld op ons gericht. Argentinië, met de eerste deelname van het fenomeen Maradona!

De kracht van onze groep hielp om hem in bedwang te houden. Met een zoneverdediging, waarin elke speler in zijn dichtste omgeving hem trachtte op te vangen. We wisten dat pure mandekking niet zou helpen. We hielden hem in de tang en Erwin Vandenbergh scoorde op de counter de 1-0. België versloeg de wereldkampioen. Zonder het incident tussen Pfaff en Gerets tegen Hongarije – ze botsten in volle ren op elkaar en raakten geblesseerd voor de volgende match – geloof ik rotsvast dat we een kans maakten tegen Polen en de Sovjet-Unie in de tweede ronde.’

Sterkste periode in 1984, slachtoffer van Standardschandaal

‘Ik vermoed ook dat we in 1984 onze sterkste periode kenden, net voor het EK in Frankrijk. De omstandigheden beslisten er toen anders over. De omkoopaffaire van Standard zadelde Gerets en Meeuws met een schorsing op. Eric Gerets was onze aanvoerder, een echte leidersfiguur, die de anderen over de streep trok. Walter Meeuws beheerste tot in de puntjes het typisch Belgische buitenspelsysteem, tot wanhoop van onze concurrenten. Terugdenkend is het mijn overtuiging dat we met ons beste elftal opnieuw tot de finale hadden kunnen doordringen. Al zou het sterke Frankrijk van Michel Platini ons wellicht de weg naar goud versperd hebben.’

 Winnen van de Sovjet-Unie in 1986, het beste team van de wereld

‘In 1986 brachten we België in feeststemming, maar iedereen vergeet graag dat onze groepswedstrijden in mineur verliepen. Verlies tegen Mexico, winst na een dramatisch optreden tegen Irak en een conflict tussen René Vandereycken en Guy Thys over het slecht functioneren van het middenveld. Vandereycken vertrok. Het zat goed scheef. Zijn tactisch inzicht stond buiten kijf. Hij organiseerde en praatte, treiterde de tegenstander, lokte hem uit zijn tent en stuurde de spitsen op het juiste moment diep of riep ze terug. Thys gooide het hele elftal om. Hij bracht nieuw bloed in met Demol, Claesen, Vervoort en Veyt. Het liep goed af tegen Paraguay (2-2). Als derde in de groep plaatsten we ons tegen de Russen. We hadden niets te verliezen, want zij brachten het beste voetbal van de wereld op dat moment. De Sovjet-Unie toonde zich als hét team van de eerste ronde. Bewegingsvoetbal op alle niveaus, volgens het concept van Dynamo Kiev. Het eerste uur hield Pfaff ons in de wedstrijd. Ik kon altijd goed overweg met Jean-Marie. Hij is zeker de beste doelman die België heeft gehad. Hij zocht graag de belangstelling op. Is dat eigen aan keepers? Zolang hij presteerde, stoorde ons dat niet. We kenden hem. We lieten hem zijn gang gaan. Je moet het ook maar doen, om aan de andere kant van de wereld, in Mexico El Sympatico te worden. Pfaff had een soort van natuurlijk charisma, vergelijkbaar met Tom Boonen. Geen angst om iets verkeerds te zeggen. Of om te zijn zoals hij is. Belanov scoorde en knalde op de paal. Het bleef 1-0. Tegen de gang van het spel in sleepten we een 2-2 uit de brand. Hoewel het laatste kwartier voor ons was. De zenuwachtigheid sloop zichtbaar in de Russische rangen. Ze wisten niet waar we aan toe waren. Tijdens de pauze wisten Gerets en ik: we pakken ze in de verlengingen. We brachten de overtuiging over op de groep. Wij waren de leiders, ondanks onze tegenstrijdige persoonlijkheden. Gerets met zijn temperament en ik met mijn nuchterheid. We kregen vleugels en wonnen op onze geestdrift ook de kwartfinale tegen Spanje, waarin we eigenlijk voetballend beter uit de verf kwamen dan tegen de Sovjet-Unie.

Geen controle op Maradona, maar wat als…Danny Veyt niet werd afgevlagd?

 ‘In tegenstelling tot in 1982 kregen we in de halve finale geen vat meer op Maradona. We controleerden hem maar tegen zijn individuele flitsen – hij vertrok soms op eigen helft voor formidabele dribbels – was niemand opgewassen. Ik leed zelf aan een lichte vorm van tourista – Mexicaanse griep – en voelde me na een prachtig toernooi niet volledig fit. Wat zou er gebeurd zijn als de rechtstreekse ren van Danny Veyt bij 0-0 naar het Argentijnse doel niet foutief voor buitenspel was afgevlagd? Had het anders kunnen aflopen?’

Die laatste seconde van de verlengingen tegen Engeland doet nog pijn

‘In 1990 brachten wij het beste voetbal van de wereldbeker. Naast Gerest en ikzelf stond daar een nieuwe generatie: Staelens, Franky Van der Elst, Degryse, Grün, Albert, Van der Linden, Demol, Clijsters, Preud’homme. Guy Thys hield me aanvankelijk zelfs op de bank. Ik was 33, hij wilde ‘iets’ proberen. Het veroorzaakte een bescheiden conflict. Ik startte ook niet tegen Zuid-Korea. De ploeg draaide goed, maar scoorde niet. Ik viel in en we wonnen met 2-0. De ontlading volgde tegen Uruguay, een echte klassieker: 3-1 en ik tekende de derde goal aan net na de pauze. Gerets werd met rood naar de kleedkamer gestuurd. We moesten het bijna een uur met tien rooien. De laatste groepsmatch tegen Spanje misten we een penalty maar we toonden ons ook weer het betere team. De achtste finale tegen Engeland blijft ook tot vandaag een ontnuchtering. Zowel Scifo als ik vuurden een bal af op het doelhout. We hadden de Engelsen in onze greep, al moet ik bekennen dat een goal van John Barnes ten onrechte werd geannuleerd. We verloren in de laatste seconde van de verlengingen. Het blijft pijn doen, want dat was het enige WK waarin de Rode Duivels al hun wedstrijden domineerden en de tegenstander naar adem deden snakken met aanvallend spel.’

Organisatie en karakter maar ook inzicht en techniek en vooral fierheid

‘Organisatie, discipline en karakter waren de belangrijkste elementen van onze tijd. Maar tegelijk waren we technisch sterk. We konden ook voetballen. Dat vergeet men vaak. De grote generatie van de jaren tachtig voetbalde niet altijd even hoogstaand, maar het evenwicht tussen inzet, inzicht en technisch vermogen was perfect in balans. Zeker zes spelers hoorden destijds thuis in de Europese top. Onze echte drijfveer lag in de fierheid om het shirt van de Rode Duivels te mogen dragen en in onze hoger naar succes.’

Share.

About Author

Leave A Reply