Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Jean-Marie Pfaff; 4 december 1953.
België – Argentinië 0-2, halve finale Mundial Mexico 1986 op 25 juni 1986, Estadio Azteco Mexico
Jean-Marie Pfaff. El Simpatico. De beste ter wereld tijdens Mexico 1986. Geliefd door het publiek. Beter dan zijn grote rivaal Renate Dassaev na de spannendste en spectaculairste match van het toernooi: de achtste finale tussen België en Sovjet-Unie (4-3). Hij voerde meer individuele reddingen uit dan Dassaev, die weinig verhaal had tegen de vier Belgische doelpunten. Pfaff verhinderde dat de Sovjets reeds voor het uur de Duivels de koffers deed pakken. Hij kon het niet laten, verklapte hij later: ‘Ik riep inderdaad na de match in de kleedkamer: hoe heet die sukkel aan de overkant?’
Hij had zijn kandidatuur kracht bijgezet met enkele spectaculaire ingrepen, maar tegelijk ook zijn ingedommelde teamgenoten tijdens de pauze opgepept. Ondanks de 1-0 achterstand en het feit dat de Sovjet-Unie België een voetballes spelde, getuigde hij over zijn geloof in de kwalificatie: ‘In tegenstelling tot de anderen voelde ik dat er een stunt in zat. In voetbal is alles mogelijk. Ik twijfelde niet en wees hen op de eigen kwaliteiten. Ze zijn te pakken, mannen!’ En hij kreeg het gelijk aan zijn kant.
In de kwartfinale stopte hij tegen Spanje tijdens de strafschoppenreeks de trap van Eloy. De Rode Duivels versloegen La Roja met 5-4 en van dan af had geen tegenstand meer: nummer één van de Mundial 1986. België danste de snijdende spanning van zich af en zichzelf uit de bol, in het midden van de hete nacht. Nog voor het einde van het toernooi klom de snel in elkaar gedraaide schlager Jean-Marie, Jean-Marie’ naar de top van de nationale hitparade. De Jean-Marie-mania was overal. Ook bij het Mexicaanse publiek dat hem spontaan omdoopte tot El Simpatico. Hij droomde drie dagen van de wereldbekerfinale. Het duel met Maradona in de halve finale? Hij wilde de betere zijn van ‘de hand van God’. Ergens hield hij wel van de streken van El Diego: met de vuist de bal in doel slaan tegen Engeland in de kwartfinale en doen alsof er niets aan de hand was. Hij herkende zich in de straatschelm, vechten om te overleven. Hij hoopte hem de baas te blijven en nadien zijn nummer 1-shirt te kunnen omruilen voor dat magische nummer 10 . Op 25 juni 1986 stond hij oog in oog met die andere wereldbekerheld. Pfaff versus Maradona. Tot aan de pauze hield hij de bovenhand, maar in minuut 51 en 63 diende Diego hem dribbelend de doodsteek toe. Geen wereldbekerfinale, maar wel de beste keeper van de wereld, ook in 1987. Jean Marie, de doelman van Beveren, Bayern en België. Hij snoof intens het succes op. Smachtend én genietend van de roem: van ‘woonwagenkind’ tot superster. ‘Jean-Marie’ ontpopte zich tot een begrip. Iedereen sprak hem aan, deed alsof men hem al jaren kende en aaide hem over de ingezette krullen. De wereld wilde Pfaff. En toch, een keeper is altijd alleen. Zo luidt het gezegde. Was er één ‘man tussen de palen’ eenzamer dan hij? Zelfs op het moment dat hij alle populariteitspolls deed ontploffen? Telkens vocht hij ook met de vooroordelen van een buitenwereld die hem tartte. Het duurde een tijd vooraleer bondscoach Guy Thys hem van zijn kwelgeest-concurrent Theo Custers bij de Rode Duivels verloste. Die had hem nochtans, als trainer van SK Beveren, opgemerkt als veertienjarige tiener. Hij bedelde toen bij Thys al af om hem ook eens ‘onder handen te nemen’. Pfaff hielp de provincieclub aan haar grootste gloriemomenten: beker in 1978, titel in 1979, Inter Milaan uitgeschakeld in de kwartfinale van de Europa Cup der Bekerwinnaars. Met België trok hij alle aandacht naar zich toe op het EK 1980 in Italië – finaleverlies tegen West-Duitsland – en de Mundial 1982 in Spanje. Vooral in de openingswedstrijd tegen Argentinië – met de debuterende Diego Maradona – presteerde hij bijzonder sterk tijdens de Belgische 1-0 zege voor 90.000 toeschouwers in Camp Nou Barcelona.
Daar kwam hij op de radar van Bayern München. De Beierse grootmacht zocht al sinds 1979 naar een opvolger voor het eigen keepermonument Sepp Maier. De Duitse legende erkende zichzelf in hem. Hij viel in de smaak van het altijd kritische publiek – drie landstitels, twee DFB- Pokals en meer dan 200 wedstrijden – en mocht Bayernicoon Beckenbauer aanspreken met ‘Ha, der Franz.’ Zijn persoonlijke spontaniteit doorbrak de officiële codes van de afstandelijkheid, tot bij ontmoetingen met de paus en de koning toe. Jean-Marie, de excentriekeling, die net naast Europees én wereldgoud greep met België en Bayern. In de halve finale op de Mundial 1986 kon zelfs hij de dribbels van Maradona niet bedwingen. Met Bayern strandde hij in 1987 op een zicht van de zege in de Europa Cup der Landskampioenen: het magistrale hakje van Madjer bracht enkele minuten voor tijd de beker naar FC Porto. Het betekende het begin van het einde aan de top. De andere kant van de medaille diende zich aan. Na een decennium ‘spotlights’ kampte hij met de moeizame stap terug. Hij verloor in 1988 zijn plaats bij zowel Bayern als bij de Rode Duivels. Van ‘wereldkeeper nummer één’ tot fin-de-carrière in twee jaar tijd. Dat deed pijn. El Sympathico. Jean-Marie Pfaff.
Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books