woensdag, juli 1

Jan Ceulemans, Kapitein & Flandrien, uitblinkende Rode Duivel op drie wereldbekers 1982-1986-1990 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Jan Ceulemans; 28 februari 1957.

België – Sovjet-Unie 4-3, achtste finale Mundial Mexico, 15 juni 1986, Estadio Nou Camp Leon

Jan Ceulemans. Juni 1991, Koning Boudewijnstadion, de Belgische bekerfinale Club Brugge – KV Mechelen: 3-1. Jan Ceulemans, de ‘kapitein’ van Club, stak in de striemende regen de beker omhoog en de blauwzwarte fans gingen ‘Sterke Jan’ brullend uit de bol. Het bleek zijn laatste wedstrijd. In de 90 ste minuut trapte Caje de strafschop van de zekerheid voorbij Michel Preud’homme.

Let it rain, zingt Eric Clapton. Jan Ceulemans had wel iets weg van diens Blues Power: kracht én techniek samengebald in een sterk lichaam.

Hij speelde 96 interlands, kwam uit op twee Europese (1980-1984) en drie wereldkampioenschappen (1982-1986-1990). EK-finalist 1980 in Italië, wereldbeker-halve-finalist 1986 in Mexico. Hij won drie landstitels en twee bekers met Club Brugge waarvoor hij meer dan vijfhonderd wedstrijden afwerkte. Een kapotte knie verhinderde een mooi afscheid. Hij had zijn lichaam gesloopt. In een stijl verwant aan die van de ‘Flandriens’, de Vlaamse wielerhelden van net voor en net na de Tweede Wereldoorlog: zichzelf afbeulend en bonkig opboksend tegen de zeewind over de Vlaamse velden.

Jan Ceulemans – Vlaamser kan een naam niet zijn – was ook een vedette op ‘zijn Vlaams’: één zonder sterallures. Niettemin bereikte hij, jongen uit een Lierse volkswijk, de wereldtop. Hij bleef in die omgeving van gewiekst gesjacher zichzelf: eenvoudig. En toch zeer zelfbewust. Hij was niet hooggeschoold of welbespraakt, maar bezat een eigen mening. De aanvoerder van de Rode Duivels gaf bijvoorbeeld glans aan de actie van de Belgische voetbalbond voor de straatkinderen van het Mexicaanse Toluca, waar de Rode Duivels verbleven tijdens het WK 1986.

Hij leerde het leven ook op straat en in het kleine café van zijn ouders langs de Neteboorden in Lier. Slim, zonder school, hij speelde pleintjesvoetbal voor zijn deur. Hij proefde de pintjes van Lierke Plezierke en pakte de levenswijsheid mee van de populaire Pallieter uit de schelmenroman van Felix Timmers, zijn schrijvende stadsgenoot: pluk de dag. Hij bezat zelf wel iets ‘Pallieteriaans’: geen koude drukte en leven zoals je het zelf wenst. In 1978 vertrok hij voor een recordbedrag van Lierse SK naar Club Brugge. De Caje en zijn Club. Hij werd er snel de zwijgende leider van het elftal. Van 1984 tot 1988 was hij het boegbeeld van het prettige gestoorde aanvallende machine van de lol trappende coach Henk Houwaart. Die tekende in de zomer van 1984 zijn contract en verkocht van de ene dag op de andere…zijn café waar de Clubspelers in en uit liepen. Met een concept van vrijheid op en naast het veld was de Brugse aanval gedurende vijf seizoenen niet af te remmen: beker in 1986, verloren testmatch om het kampioenschap tegen Anderlecht in 1986, landstitel in 1988. In 1988 bulderde de blauwzwarte bende ook door Europa met ‘mirakels’ in de UEFA Cup tegen onder meer Zenit Leningrad (5-0), Rode Ster Belgrado (4-0) en Borussia Dortmund (4-0). De euforische rit eindigde in de laatste seconde van de halve finale in Barcelona tegen Espanyol (3-0 nederlaag na 2-0). Zonder de geblesseerde Caje. Met hem was de finale een zekerheid.

Hij wist zich in zijn beste dagen met de nationale ploeg sterker dan Platini, Dalglish, Maradona, Belanov en Gullit. Als aanvoerder van de Gouden Generatie van bondscoach Guy Thys tussen 1980 en 1990. Ultiem liep het telkens spaak: tegen de drieste kopbal van Hrubesch (EK 1980), de fabuleuze techniek van Maradona (WK 1986) of de listige draaibal van Platt (WK 1990). Maar Jan Ceulemans – de caféjongen uit Lier, de volwassen man van Brugge – stond daar op dat internationale podium, gerespecteerd door de genieën van zijn tijd. Hij stuwde België op elke Mundial/Mondiale naar één onvergetelijk heldenmoment: 1-0 tegen Argentinië in 1982; 4-3 tegen Sovjet-Unie in 1986; 3-1 tegen Uruguay in 1990. Zijn persoonlijke ‘aha-Erlebnis’ lag in de rush over vijftig meter tegen Hongarije die de Rode Duivels in 1982 voor het eerst de kwalificatie voor de tweede rond schonk. Trekkend, sleurend, op kracht én met doorzicht en techniek. Later vroeg hij zich af: ‘Wat zou er gebeurd zijn in 1982 zonder het incident tussen Pfaff en Gerets tegen Hongarije. Ze botsten in volle ren op elkaar en raakten geblesseerd voor de volgende ronde. Ik geloof rotsvast dat we daarin mét hen tegen Polen en de Sovjet-Unie een kans maakten om ons te plaatsen voor de halve finale. En wat als in de halve finale van 1986 tegen Argentinië bij een 0-0 stand de ren van Danny Veyt naar het Argentijnse doel niet foutief voor buitenspel was afgevlagd? En de achtste finale van 1990 blijft de grootste ontnuchtering. We hadden de Engelsen in onze greep, want Scifo en ik vuurden een bal af op het doelhout. We verloren in de laatste seconde van de verlengingen. Het blijft pijn doen want dat was het enige WK waarin België alle matchen domineerde en we de tegenstander naar adem deden snakken met ons aanvallend spel.’

Als de Duivels uitgeteld leken, trok hij zijn elftal over de streep. ‘Sterke Jan’.

Tegelijk zwoegend langs de lijn én de kop omhoog, het overzicht bewarend, en in de versnelling met de bal aan de voet toch de man voorbij. Hij moet het geweten hebben, lang voor de anderen, die finale nacht onder de invallende duisternis. De penalty tegen Preud’homme was zijn laatste beweging van betekenis. Hij trapte hem hard, maar tegelijk zwierig zwiepend en ook onpeilbaar voor de Mechelse keeper. Deze elfmeter vatte zijn glanzende loopbaan samen. Het succes tegen de op dat ogenblik internationale doelman nummer één, met de schaduwzijde in de trekkebenende aftocht – die verdomde knie – reeds zichtbaar. Kapitein en Flandrien. Jan Ceulemans.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply