zondag, juni 28

Daniel Passarella, keizer van de vuilste Argentijnse oorlogskrijgskunst in 1978 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Daniel Passsarella; 25 mei 1953.

Argentinië – Nederland 3-1, finale Mundial 1978 Buenos Aires op 25 juni 1978, Estadio River Plate Buenos Aires

Daniel Passarella. Hij keek naar het Estadio Monumental, Buenos Aires, 25 juni 1978. Witte papiersnippers dwarrelden over een blauwwitte vlaggenparade. De hysterische kreet Argentina! Argentina!, ze rolde angstaanjagend door het stadion. Daniel Alberto Passarella grijnsde. De Argentijnse kapitein ontving de Wereldbeker uit handen van generaal Jorge Videla, dictator en brein achter de massamoord op onschuldige burgers. Amnesty International rapporteerde dertigduizend verdwijningen. Dochters en zonen van de Dwaze Moeders, die met hun stille tochten en snikkend protest op de Plaza de Mayo de militaire misdaden tegen de mensheid aan de kaak stelden. Het maakte geen indruk op de jonge Passarella. Hij schudde Videla welgemeend de hand. Geen schroom. Geen schaamte.

Passarella steunde de strijd van het regime tegen de subversie en straalde de door militairen opgefokte nationale deugden zelfdiscipline en superioriteit uit. Hij was de ultra-Argentijn, de supernationalist, die de vuile oorlog van de generaals voerde op het voetbalveld. Passarella was de compradito uit het oeuvre van Jorge Luis Borges, de grote verteller van Buenos Aires. De compradito is de roekeloze man, die alles overheeft voor zijn trots. De keiharde macho-messentrekker, voor wie het gevecht alles betekent en een mensenleven niets.

In zijn optreden zette Passarella de twee varianten van de traditionele Argentijnse school neer. De bevlogen Latijnse techniek van Orsi, Di Stefano en Sivori wisselde hij schijnbaar in een natuurlijke beweging af met het meedogenloze afbraakspel van ‘het beest’ Monti (jaren dertig) en ‘animal’ Rattin (uitsluiting op het WK 1966) en van de in de jaren zestig en zeventig tegen Manchester United, AC Milan, Feyenoord en Ajax schandalig schoppende clubs Estudiantes en Independiente. Deze stijlbreuk symboliseerde de Argentijnse identiteit van passie en berekening. Enerzijds de drang naar verovering en overheersing. Nergens in Zuid-Amerika leefde het verdorven sentiment voor en de vaak ongezonde, narcotiserende zucht naar de eigen natie meer dan in Argentinië. Anderzijds is Buenos Aires, de stad der goede winden, een kunst- en cultuurhaven. Waarin de tragiek van de tango voortdurend innerlijke droefheid en melancholische twijfel zaait. Passarella belichaamde de verscheurde Argentijnse ziel. Hij reageerde met elegantie over zijn team en werd El Kaiser genoemd, omdat zijn spel op dat van Franz Beckenbauer leek. Passarella rukte voortdurend op, trok zijn team mee ten aanval en scoorde voor een libero bijzonder vaak. Tegelijk vereerde hij de krijgskunst. Hij organiseerde met ijzeren vuist zijn defensie en schuwde het vuile werk niet. Passarella, El Guerrero of De Krijger, verheerlijkte de over-mijn-ijk-mentaliteit. Kon hij niet bij de bal, dan pakte hij de man. Hij debuteerde in 1974 voor River Plate, de meest exclusieve club van Argentinië. River Plate is de Engelse benaming voor Rio de la Plata, de rivier die Montevideo met Buenos Aires verbindt. De hoofdsteden van Uruguay en Argentinië verspreidden het voetbal over Zuid-Amerika, nadat Britse ingenieurs en ambtenaren het hadden ingevoerd. Montevideo plezierde tussen 1915 en 1930 de wereld met organisatorische innovaties en prettig gestoord ‘gekleurd’ voetbal. Buenos Aires ging meer gestructureerd te werk. In 1902 riep de Argentijnse president het voetbal uit tot nationale sport en in 1905 had Argentinië de grootste liga ter wereld. De bond voerde in 1931 het professionalisme in. Van dan af beheerste de rivaliteit tussen River Plate en Boca Juniors het Argentijnse voetbal. Boca, de club van el pueblo, het volk. Zeer in tegenstrijd met River Plate, los millionarios, de club van de eindeloze rijkdom. De adellijke aanhang verlangt er verfijnd voetbal.

Daniel Passarella voelde zich thuis bij River Plate. Hij verzamelde er talrijke prijzen en scoorde meer dan honderd keer in officiële wedstrijden. In Italië maakte hij voor Fiorentina en Internazionale in totaal vijftig goals. Voor de Albiceleste trof hij 23 keer raak in 69 interlands. Dat betekende een enorme efficiëntie voor een centrale verdediger. Als coach bleef hij nadien zichzelf: de driftige rechtse rakker. Hij spuwde homohaat en verbood oorringen en lange haren. Slechts één keer toonde hij zijn menselijk gelaat. Na de dood van zijn zoon. ‘Ik weet nu wat het is een kind te verliezen. Ik begrijp ze nu, de Dwaze Moeders. Als ik toen had geweten wat er allemaal gebeurde in mijn land en de durf had gehad die ik nu heb, dan zou ik nooit voor Argentinië hebben gespeeld.’ Het berouw kwam na de zonde bij de keizer van de Argentijnse krijgskunst. Daniel Passarella.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply