vrijdag, juni 26

Rob Rensenbrink, scheppende linksbuiten, ‘an inch away from becoming a World Cup winning hero’ in 1978 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Rob Rensenbrink; 3 juli 1947 – 24 januari 2020.

Argentinië – Nederland 3-1 (na verlengingen), finale Mundial Argentina 1978 op 25 juni 1978, Estadio de River Plate Buenos Aires

Rob Rensenbrink. He was an inch away from becoming a World Cup winning hero. Zo staat het te lezen in een Engelse voetbalencyclopedie. Zijn spel liet zich lezen als een gedicht. Geen carnavaleske karamellenverzen, geen naar zelfmoord neigende zwaarmoedigheid. De taal als tijdverdrijf, voetbal als verzoeking zoals het oorspronkelijk ontworpen werd. De scheppende linksbuiten, de échte pingelaar: naar binnen veinzend, vervolgens de dribbel langs de lijn. De eeuwige stijlfiguur, zelden te doorgronden: passeerbeweging in stilstand op volle snelheid in de ruimte, de perfecte voorzet. Tussen wiebelend en wiegend.

In het gezegende jaar 1947 beviel ‘Amsterdam’ van zowel Johan Cruijff als Rob Rensenbrink. Inzake vakmanschap en bedrevenheid deed Rensenbrink (eerste DWS Amsterdam, later Club Brugge en Anderlecht) niet onder voor Cruijff (Ajax, FC Barcelona). De fysieke gelijkenis bestond – het leken ‘broers’ – maar qua psychologisch geaardheid waren er geen raakpunten. Cruijff regisseerde, Rensenbrink improviseerde. Cruijff vormde een natuurlijk bondgenootschap met de schijnwerpers, Rensenbrink ontvluchtte de media-aandacht. Voelde zich het best in zijn vel als de linksbuiten met de onverwachte kronkel, het raadsel voor de tegenstander en het publiek. Soms verstrooid en wazig, vaak in staat tot onvoorspelbare pracht. Rensenbrinks internationale opmars startte in de oranje wereldbekerzomer van 1974. Op dat ogenblik ontketende Cruijff een omwenteling. Rensenbrink beperkte zich tot balbezit aan de linkerzijlijn. Cruijff voelde zich het best in zijn omgeving en vond in hem het ideale aanspeelpunt: vijf eclatante WK-zeges in deze combinatie: Uruguay (2-0), Bulgarije (4-1), Argentinië (4-0), DDR (2-0) en Brazilië (2-0). Zonder Rensenbrink bleef het 0-0 tegen Zweden. Is het toeval dat Cruijff ook door de mand viel in de finale tegen West-Duitsland (1-2) nadat Rensenbrink tijdens de pauze door blessure de schoenen had moeten uittrekken? De Nederlandse bondscoach Rinus Michels sprak toen over hem de lovende woorden: ‘Je hebt spitsen en je hebt typische buitenspelers. Hij is allebei tegelijk. Dat is in het voetbal een zeldzame combinatie.’ Na de beslissende match in de tweede poulefase – in 1974 werd niet met kwart- en halve finales gespeeld – tegen Brazilië hinkte Rensenbrink van het veld. Hij had last van een spierblessure, maar tijdens de laatste training een dag voor de finale tegen West-Duitsland leek hij fit. Michels schreef zijn naam op het wedstrijdblad, maar Rensenbrink voelde aan dat hij conditioneel niet honderd procent in orde was en dat hij het einde van de partij niet zou halen. Hij vroeg zelf om zijn wissel tijdens de pauze. Hij verklaarde later dat hij goed kon opschieten met Johan Cruijff, maar niet hield van diens theatrale aanwijzingen en het voortdurende praten tijdens de match. Toch voelde hij zich in die periode met Cruijff nooit echt goed in zijn vel. Omdat die alle ballen opeiste. Hij hield niet van ‘praatjesmakers’ en verkoos ‘leiderschap zonder dominantie’. Na de wereldbeker taande de ster van Cruijff. Rensenbrink nam ongezien de fakkel over. Beleefde van 1974 tot 1978 vijf dolle jaren – met vier Europese bekerwinsten bij Anderlecht en twee wereldbekerfinales met Oranje – en werd de succesvolste Hollandse voetballer van deze periode.

In de aanloop naar het EK 1976 was hij al op weg om zich op het niveau van Cruijff te hijsen. Met een uitstekende prestatie en een doelpunt tegen Italië (3-1) en liefst drie in de kwartfinale tegen België (5-0). In de halve finale verloor topfavoriet Oranje onverwacht van Tsjecho-Slowakije (3-1, na verlenging) mede door rode kaarten van Neeskens en Van Hanegem. Ook Cruijff hield het in de match om de derde plaats voor bekeken. Rensenbrink bracht na het vertrek van de ruziemakers rust in het elftal en leidde het Nederlands Elftal naar de derde plaats tegen Joegoslavië.

In 1978 maakte hij de wereld duidelijk welke klasse hij bezat. Hij scoorde een hattrick in de openingsmatch tegen Iran (3-0) en dikte zijn doelpuntentotaal aan tegen Schotland (2-3) en Oostenrijk (5-1). Vijf in totaal, waarvan vier op strafschop.

De slangenmens werd zijn lichtjes beledigende bijnaam. Vanwege de onvoorspelbare kronkels die zijn spel kenmerkten en zijn psychologische geaardheid karakteriseerden. Bleef in alles de ‘linksbuiten’: plots ongrijpbaar en tot onwaarschijnlijke schoonheid in staat, vaak afwezig en onbestemd. Wie kent de mens Rob Rensenbrink? Wie zou hij zijn geworden, indien die fenomenale dribbel in 1978 het net van de Argentijnse doelman Fillol had gestreeld? Een nationale held, zonder meer. De man die Nederland de wereldtitel bracht in 1978. En die zich eindelijk van Johan Cruijff zou hebben verlost. Tart dit zijn bevattingsvermogen? Nu moet hij het doen met de niet-bestaande titel van begaafdste voetballer uit de Belgische clubgeschiedenis. Constant Vanden Stock roemde hem als beste speler die hij onder zijn voorzitterschap bij Sporting Anderlecht zag passeren. Oranje meester van de paarse voetbalkunst. An inch away from becoming a World Cup Hero. Rob Rensenbrink.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply