zondag, juni 21

BELGISCHE WERELDBEKERHELDEN (2): JOHAN DEVRINDT & MEXICO 1970 – RAF WILLEMS

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Bij elke match van de Rode Duivels halen we even een oude Belgische Wereldbekerheld uit ons archief. Vandaag: Johan Devrindt. Al eindigde hij eerder als antiheld op de Mundial 1970.

Johan Devrindt (1945) beleefde het gouden tijdperk van ‘le football champagne’ van Anderlecht en reef vijf landstitels binnen tussen 1964 en 1968. Hij piekte in de periode 1969-’70: topschutter van een zeer lastige kwalificatiereeks met Spanje, Joegoslavië en Finland en scoren in de finale van ‘Europa Cup III’ tegen Arsenal in 1970. Zeer hoge verwachtingen bij het publiek, maar Mexico 1970 eindigde met een reeks hatelijke verhalen.

Johan Devrindt: ‘De eerste match begon al in mineur. In Helsinki keken we tot vijf minuten voor tijd tegen een 1-0 achterstand aan. De eerste interland onder Raymond Goethals. Die ijsbeerde in zijn gekende stijl de hele wedstrijd voor de hoofdtribune. Moederziel alleen. Druk gebaren maken, tot grote hilariteit van het publiek. De terugwedstrijd wonnen we vlot met 6-1. De Joegoslaven zakten als vice-Europese kampioenen af naar Brussel. Met Dzajic, een aanvaller van wereldklasse. Goethals ontregelde met stugge dekking hun technische vernuft. Grote irritatie. Drie uitsluitingen. Overkokende gemoederen. Politie-ingrijpen. We pakten ze in met 3-0, ik tikte er twee binnen. Dan naar Spanje. Goethals goochelde. Hij viste Pierre ‘Poep’ Hanon op uit de reserven van Anderlecht en pinde hem als libero achter de verdediging. Destijds een onuitgegeven positie. Het lukte. Ik strafte dadelijk een slechte terugspeelbal af. 100.000 ziedende Spanjaarden zorgden voor een heksenketel. Rug tegen de muur, maar Hanon speelde als nooit tevoren. Spanje stelde toch gelijk. Poep naar de scheidsrechter. Omkoopgebaar met zijn vingers en vloog de laan uit. Goethals raakte buiten zichzelf van woede en mepte enkele politiemensen opzij. Rende het veld op. Opnieuw ingrijpen van de ordediensten. We handhaafden de 1-1. Goethals schreeuwde om gerechtigheid aan de vooravond van de terugmatch op Sclessin. Op het veld van Standard trapte Zocco Van Moer in de buik. Goethals stoof op hem af. Vechtende spelers. Eens te meer rukte de politie uit. We kregen de bijnaam ‘politieploeg’. In het slijk van Sclessin scoor ik één van mijn fraaiste doelpunten. Ik verover aan de linkereflank de bal op een Spaanse verdediger, trek naar binnen en leg al mijn kracht in het dan nog bruine en door de modder verzwaarde leder. Het stadion, tot over de nok gevuld want de mensen zaten zelfs tot op het dak, ontplofte. De weg naar Mexico lag open. Ik nam zes van de veertien Belgische doelpunten in de groepsfase voor mijn rekening. En toch zegde de bondscoach het vertrouwen in mij op. Het wereldbekertoernooi zelf had niets met voetbal te maken. Dat klinkt keihard, maar het zat al scheef voor ons vertrek met vitterijen met de bond over premies en kleding. Ons hotel lag liefst 200 kilometer van het stadion. We reisden in gammele bussen bij veertig graden. Die kiem van de mislukking lag in de kliekjesmentaliteit tussen de spelers van Standard, Anderlecht en Club Brugge en in de gebrekkige profmentaliteit. Sommige Duivels konden het verblijf niet aan. Ze leden aan heimwee. Ik heb daar jongens zien wenen als kleine kinderen. Het zat verkeerd in de hoofden. We misten onze vrouwen. Nutteloos toch dat we vijf weken als kloosterlingen moesten leven? We mochten niets. Zelfs amper zwemmen want Goethals had zich laten wijsmaken dat dit slecht voor ons was, wegens de hitte. Sommige spelers dikten zelfs aan. Ze kropen over de muur, op zoek naar vermaak. Er ontstond zelfs een paar keer een handgemeen. Tegen El Salvador hielden we de schijn nog op: 3-0 na krampachtig spel. De Russen overrompelden ons met 4-1. Het kon nog bij winst tegen thuisland Mexico, maar de klad zat erin. Goethals passeerde mij opnieuw. Ik voelde me een speelbal, maar draaide na een emotionele uitval toch bij. De scheidsrechter belazerde ons met een schijnheilige strafschop voor de Mexicanen. Ik viel pas het laatste kwartier in en scoorde bijna twee keer. Sommigen slingerden me verwensingen naar het hoofd want ze wilden slechts één ding: naar huis. Onbegrijpelijk voor mij. Op Zaventem werden we uitgefloten door het publiek. Toch zonde. Met die ploeg! Mexico 1970 was het beste wereldkampioenschap aller tijden. We hadden in de kwartfinale tussen de grote teams kunnen staan. Hoe mooi had het kunnen zijn. We verpestten het zelf. Helaas.’

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply