Nog maar eens overvleugelde Tadej Pogačar dit seizoen alle concurrentie. Maar hoe kan het massale aantal valpartijen worden gestopt?
Het is wachten op het moment dat Tadej Pogačar mentaal wat verzadigd raakt en niet meer de drive vindt om er telkens weer voor te gaan, om met lange solo’s uit te pakken waarmee hij zijn tegenstanders tot figuranten degradeert. Misschien dat hij dan al eens kan verslagen worden. Maar dat moment zal voor de net 28-jarige Sloveen niet zo snel aanbreken. Ook 2026 was het jaar van Tadej Pogačar. Hij werkte een beperkter programma af en realiseerde, voor zijn val in de Ronde van Spanje, vrijwel al zijn doelen. Alleen in Parijs-Roubaix werd hij in een spurt met twee geklopt door Wout van Aert.
Het is vreemd dat er in dit land soms twijfels opduiken over de prestaties van Tadej Pogačar. Omdat hij na iedere overwinning zo fris oogt. Maar geldt dat laatste niet ook voor Remco Evenepoel, zoals na zijn vierde opeenvolgende wereldtitel in het tijdrijden? Alleen daar hoor je niemand over. Zoals er in een ver verleden nooit iets werd geïnsinueerd over Eddy Merckx. Alleen zitten er in het management van de ploeg van UAE Team Emirates enkele mensen die vroeger aangebrand waren. Maar een argument voor verdachtmakingen kan dat niet zijn. Zij waren actief in andere tijden. Pogačar heeft een onbevlekt imago. Net zoals Evenepoel.
Mentaal overwicht
De wielersport kan alleen maar gelukkig zijn met renners als Tadej Pogačar. Dat sommigen vinden dat hij door zijn suprematie een deel van de spanning wegneemt, is onbegrijpelijk. Je moet gewoon bewondering opbrengen voor de moed die Pogačar heeft om telkens weer tot het uiterste te gaan. Zijn lichamelijke mogelijkheden zijn onbegrensd, zijn recuperatievermogen is fenomenaal. Pogačar laat nog steeds buitenaardse waarden optekenen; hij demarreert nooit, maar rijdt gewoon van de anderen weg. Niemand die dan een poging onderneemt om te reageren.
Opmerkelijk is ook dat zijn mentaal overwicht door niemand te verstoren valt. Dat blijft, zeker in deze tijd van sociale media waarin er vaak met bagger wordt gegooid, wel eens onderbelicht. Pogačar heeft al langer de juiste balans gevonden en heeft amper nood aan mentale begeleiding. De ex-wereldkampioen gaat resoluut zijn eigen weg. Ook dat is frappant in een periode dat renners meer en meer alle vormen van begeleiding uit handen geven. Ploegen investeren steeds meer in coaches, diëtisten, bewegingsanalisten, datespecialisten en zelfs sportpsychologen. Pogačar doet er amper een beroep op.
Het zal vreemd zijn om de Sloveen volgend jaar in een gewone merkentrui te zien rijden. Een derde opeenvolgende wereldtitel kon hem op het loodzware parcours van Montréal amper worden ontnomen, al blijft de regenboogtrui bij de Amerikaan Brandon Mc Nulty in eigen rangen. Hij zal zich zonder problemen ondergeschikt maken aan zijn kopman; dat zit ingebakken in de cultuur van de ploeg. Ook Pogačar zorgt daarvoor. Door af en toe een ploegmaat een geschenk te geven, verhoogt hij de solidariteit.
Te groot peloton
Het peloton rijdt tegenwoordig sneller en explosiever dan ooit tevoren. Die intensiteit en koersdynamiek verhogen de kans op valpartijen. Die zijn er dit seizoen veelvuldig geweest, te beginnen in het Belgisch openingsweekend toen Tom Wellens een sleutelbeenbreuk opliep. Over de veiligheid in het peloton zijn al veel discussies gevoerd. Vaak werd er met de vinger naar de UCI verwezen. Er werd een veiligheidsorganisatie opgericht die onder meer strenger moet toekijken op de aard van het parcours. Er werd gesproken over gelimiteerde bevoorradingen en software om parcoursen beter te selecteren en te beveiligen.
Maar er is meer nodig dan dat. Veel heeft bijvoorbeeld ook te maken met de technologische evolutie van het materiaal. De fietsen zijn tegenwoordig superlicht, met smalle sturen die niet echt voor een stabiele houding op de fiets zorgen. Een kleine tik kan voldoende zijn om het evenwicht te verliezen. Bovendien kijken de renners te vaak naar de schermpjes voor hen of luisteren ze naar hetgeen er in hun oortjes wordt gezegd. Dat vermindert de concentratie.
Maar het zijn ook en vooral de renners zelf die risico’s nemen. Bochten worden verkeerd ingeschat en massasprints groeien telkens weer uit tot levensgevaarlijke ondernemingen. Nog altijd slagen inrichters erin rittenwedstrijden zoals de Tour niet de laatste honderden meters rechtdoor te leggen, terwijl de dranghekken nog altijd worden gezet door de plaatselijke dienst voor toerisme.
Los daarvan is het peloton veel te groot. In iedere klassieker gaan er 175 renners van start die telkens weer over (te) smalle wegen worden gestuurd. Het is vragen om problemen. In de Tour is het met zijn vluchtheuvels nog erger. Daar stonden dit jaar 184 renners aan de start. Ook wat dat betreft evolueerde de wielersport: toen Eddy Merckx in 1969 zijn eerste Tour won, waren er 130 deelnemers;
Een topseizoen
Met Isaac del Toro en Paul Seixas hebben zich dit jaar twee jongeren verder geprofileerd. Ze passen door hun volwassen attitude in het huidige wielerlandschap. Het zal er voor hen op aankomen verder rustig te groeien. Vooral rond de Fransman kwam het tot een echte hype toen hij op 19-jarige leeftijd, als jongste deelnemer sinds 1937, in de Tour debuteerde en al meteen werd vergeleken met Bernard Hinault. Seixas hield het hoofd koel en eindigde knap vierde.
En dan was er de luid bejubelde tweede plaats van Remco Evenepoel in de Ronde van Frankrijk. Al is het nog maar de vraag of hij zonder de val van Jonas Vingegaard en zijn ploegmaat Florian Lipowitz op het podium zou zijn geraakt. Ondanks een zwaar tegenvallend wereldkampioenschap kende Evenepoel een topseizoen. Hij heeft er goed aan gedaan de ploeg van Soudal Quick.Step in te ruilen voor de strakkere aanpak van Red Bull – BORA – hansgrohe. Rustiger lijkt Evenpoel ook in de omgang, een paar oprispingen buiten beschouwing gelaten gaat Evenepoel goed om met de opgebouwde status. Dat moet niet meevallen. De druk op zijn schouders is gigantisch en na iedere overwinning putten de media zich uit in superlatieven. Na dit jaar zal de vraag of Evenepoel nu eendagsrenner dan wel een ronderenner is nog wel even duren en een gesprekonderwerp zijn in de elk jaar toenemende stoet van analisten.
Last van stress
Een seizoen van vallen en opstaan was het voor Wout van Aert. Een knappe zege in Parijs-Roubaix, twee ritoverwinningen in de Ronde van Spanje, maar ook momenten dat de Kempenaar tekort kwam en op zijn grenzen leek te botsen. Zoals in het wereldkampioenschap, los dan het feit of hij er goed aan deed zo vroeg in de aanval te gaan en niet beter wat bedachtzamer had gereden. Meer dan vroeger heeft Van Aert last van stress, daar zullen de valpartijen van de voorbije jaren zeker een rol in spelen. Terwijl rust een sleutel is voor succes. Zoals Tadej Pogačar toont. En Mathieu van der Poel, qua pure klasse na de Sloveen de nummer twee, ook al kende hij al betere seizoenen. Ook hij slaagt erin mentaal evenwicht te combineren met zware trainingsarbeid.
En nieuw sprinttalent is er nu echt met de Brit Matthew Brennan. Interessant zal het zijn om hem in duel te zien gaan met gevestigde waarden als Tim Merlier, Jasper Philipsen, Jonathan Milan en Paul Magnier. In de hoop dat iedereen recht blijft.
Open vizier
Dat de wielersport zelden op een hoger toerental draaide dan nu is al vaker benadrukt. Dat zal in 2027 niet anders zijn als de renners er na een korte winterslaap begin februari weer aan beginnen, nadat het seizoen volgende zondag eindigt met de Chrono des Nations en de Utsunomiya Japan Road Race. Voorbij is de schimmigheid uit vroegere dagen, de verstikkende uitwassen, al zal niemand durven beweren dat alle doping uit deze sport is verdwenen. Alleen zijn de controles veel strenger en wordt iemand die nu iets probeert afgeslacht.
Voorbij is ook de tijd dat er lang wordt gewacht vooraleer een koers wordt geopend. Sportdirecteurs hebben tegenwoordig een beperkte rol. Er wordt gekoerst met open vizier, met kopmannen die doorgaans zelf hun strategie bepalen. Het herleidt de wielersport tot zijn essentie: een rauw overlevingsgevecht waarin de sterkste overeind blijft. Zoals in de oertijd.