zaterdag, oktober 10

Borussia Dortmund, een verdedigend monster

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Als koploper begon Borussia Dortmund vrijdagavond aan het vervolg van de competitie. Met een ander soort voetbal dan in het verleden.

Borussia Dortmund heeft onder trainer Niko Kovač zijn karakter veranderd. Het haalde onder de Kroatische trainer in  52 wedstrijden 113 punten, een clubrecord. Dat gebeurde met aanvallend, bij momenten flitsend voetbal. Maar vooral met defensieve stabiliteit. Die liet in het verleden vaak te wensen over, waardoor bijvoorbeeld in 2023 op de laatste speeldag de titel uit handen werd gegeven.

Dat leidde tot een koerswijziging. Niko Kovač werd in februari 2025 trainer in Dortmund, als opvolger van Nuri Sahin en interim-trainer Mike Tullberg. Hij bouwde in de verdediging meteen meer zekerheid in. Sterker zelfs: Borussia schittert nu vooral in het eigen strafschopgebied; het groeide uit tot een verdedigend monster. Iedere voetballer kent ook zijn defensieve taken. Zelfs de achttienjarige Konstantinos Karetsas, overgekomen van KRC Genk, heeft zich snel aan de nieuwe orders aangepast.

Met die spelcultuur wil Borussia het seizoen verder aanpakken.  Op de vraag of de club de jacht op Bayern wil inzetten, antwoordde Kovač voor het begin van het seizoen dat dit de bedoeling is. Maar, zei hij, wel met de handrem op. Waarmee hij verwees naar de kracht van de defensie. Borussia incasseerde vorig seizoen minder tegendoelpunten dan Bayern (34 tegenover 36) en heeft met de internationals Nico Schlotterbeck en Waldemar Anton een ijzersterk centraal duo. Daarnaast stromen steeds meer jongeren naar de eerste ploeg door. Het is het werk van Niko Kovač, wiens dit seizoen aflopende contract binnenkort tot midden 2029 zal worden verlengd.

Een ideologische overtuiging

Dortmund is niet echt een flitsende stad. De crisis heeft lang sporen nagelaten in de door de Tweede Wereldoorlog gebombardeerde stad: de mijnen werden gesloten en de staalindustrie verdween. Het kostte 80.000 arbeidsplaatsen. Er valt in Dortmund weinig te zien. Het centrum is ijzingwekkend koud en het treinstation met afstand het lelijkste van heel Duitsland. Boven Dortmund hangt een sluier van tristesse. Het past bij het Ruhrgebied, waar vele gebouwen in de buitenwijken de restanten van het verleden met zich meedragen: ze zijn donker gekleurd, aangetast en aangevreten door de rook die lange tijd ook deze omgeving benevelde. De talrijke opknapwerken ten spijt.

Maar weinig steden die zo leven op het ritme van het voetbal als Dortmund. In het centrum valt de overvloedige aanwezigheid van geel en zwart op, de kleuren van Borussia. Het is de plaatselijke trots, unser ganzer Stolz, zoals het op de ramen van tal van winkels te lezen valt. Zelfs kinderen die in het park voetballen, dragen stuk voor stuk een geel shirt en een zwarte broek. De kleuren worden gekoesterd als een relikwie.

Dortmund ademt de geur uit van voetbal. Als Borussia verloren heeft, drukt dat op het gemoed van de stad; dan zie je somberheid in de straten. Maar na een overwinning straalt het geluk van de gezichten af. Dortmunders zoeken naar een gevoel van zelfbevestiging. Voor hen is de club een sinistere vlucht uit de werkelijkheid, een soort religie. Maar het is vooral een levensovertuiging, een integratiefactor, een pijnstiller, een ideologische overtuiging die recht uit het hart komt.

Jukebox

Borussia Dortmund won in 1966 de Europacup voor Bekerwinnaars. In het Hampden Park van Glasgow werd favoriet Liverpool met 2-1 verslagen. Vooraan was Lothar Emmerich het absolute paradepaard. Hij legde geen fantasietjes in zijn spel en schoot vanuit alle mogelijke hoeken op doel. Toen Emmerich in het eerste elftal debuteerde, was de legendarische en hondsbrutale Oostenrijker Max Merkel trainer. Als je goed speelde, gaf hij je kleingeld om in de jukebox te steken. Als je er niets van bakte, kwam hij je een hand geven, maar keek daarbij naar de grond. Zo’n vernedering wilde je als speler geen twee keer meemaken.

Lotthar Emmerich, die later nog voor Beerschot speelde, vormde vooraan een twee-eenheid met de al even legendarische Sigi Held. En even vermaard was op de rechterflank het dribbelwonder Reinhard Libuda. Borussia stond in die tijd voor pure passie, al nam het engagement doorgaans de bovenhand op verfijning. Naar het beeld van de stad.

Op nieuwe internationale successen was het nadien het lang wachten. In 1997 pakte Borussia de Champions League nadat het in 1995 en 1996 kampioen werd. Als eerste Duitse club speelde het toen met vier man op een lijn. De uit Italië teruggekeerde Jürgen Kohler en de snelle Braziliaan Júlio César vormden achteraan de centrale as. Daarvoor stond als verdedigende middenvelder Matthias Sammer, die voor de defensie branden bluste. Het leek toen echt aan de weg naar boven te timmeren.

Palliatieve zorg

Maar soms werkt succes verblindend. De club wilde concurreren met de echte Europese topploegen en dat leidde tot verkeerde financiële investeringen. Het was het begin van een lange, zwarte periode. In 2005 flirtte Borussia met het bankroet toen het tegen een schuldenberg van 180 miljoen euro aankeek. Bankiers stelden toen een harde diagnose: de club bevond zich niet in de afdeling intensieve zorgen van een ziekenhuis, maar in de wachtkamer van de palliatieve zorg.

Nochtans had een beursgang 150 miljoen euro opgeleverd, maar dat bedrag was meteen kwistig in spelers gepompt. Intussen had Borussia ook al zijn stadion verkocht. Het Westfalenstadion heette voortaan Signal Iduna Park. De club huurt die voetbaltempel die plaats biedt aan 81.365 mensen en voor iedere competitiematch  compleet uitverkocht is. De supporters namen toen de financiële puinhoop voor kennisgeving aan. Ze leden in stilte.  Maar niemand die de club wilde laten vallen.

Een godsgeschenk

Het kantelpunt voor de club kwam er medio 2008, toen Jürgen Klopp als trainer werd aangesteld. Hij formeerde een ploeg naar zijn evenbeeld en liet Borussia dominant en veeleisend voetbal spelen. De klemtoon werd gelegd op recuperatie en een snelle omschakeling. De intrede van Klopp, die voordien bij Mainz 05 voortreffelijk werk leverde en eigenlijk naar Bayer Leverkusen wou gaan,  bleek een godsgeschenk. Onder zijn regie straalde iedereen spelvreugde uit, Lust auf Fußball’, zoals CEO Hans-Joachim Watzke, die de club saneerde en de kaart van de jeugd trok, het verwoordde. De successen bleven niet uit: kampioen in 2011 en 2012, waarin ook de beker werd gepakt. Dat laatste gebeurde na een 5-2-zege tegen Bayern München; Robert Lewandowski scoorde drie keer. Meer dan ooit was Borussia toen de trots van een arbeidersstad.

Maar het vertrek van Klopp, medio 2015, luidde in verschillende etappes de neergang in. Ook al werd Axel Witsel in 2018 aangetrokken en groeide die uit tot een centrale hoeksteen die orde in het spel probeerde te krijgen. Maar successen bleven aanvankelijk uit. Het was ook een lange zoektocht naar de juiste trainer. Voor Nico Kovač werd aangetrokken, passeerden er negen trainers de revue, waaronder Peter Bosz en Thomas Tuchel.

Een hoge intensiteit

De aanwerving van Kovač was een gok. Hij was eerder niet geslaagd bij Bayern München en werd nadien bij zowel AS Monaco als VfL Wolfsburg voortijdig op de keien gezet. Het bleek zijn zelfvertrouwen niet aan te tasten. Kovač drukte meteen zijn stempel en stopte de vrije val. Maar de kloof met Bayern München blijft groot: Borussia werd vorig seizoen tweede op zestien punten van de recordkampioen. Gigantisch zijn ook de verschillen in de budgetten tussen de beide clubs: Bayern draait met een begroting van 860 miljoen euro, Borussia doet het met 460 miljoen.

De defensieve organisatie moet nu worden overgoten met creativiteit en een grotere offensieve drang. Vandaar ook de aanwerving van Karetsas, de Nederlander Joey Veerman en de intussen langdurig geblesseerde Griek Giannis Konstantelias..

Niko Kovač vraagt een hoge intensiteit op training. Zeker ook van jonge voetballers. De Kroaat schenkt heel veel aandacht aan de jeugd en geeft jongeren kansen. Zij vormen de basis voor de komende jaren en druppelen stapsgewijs naar het eerste elftal door. Maar wie zich zijn manier van werken niet eigen kan maken, mag vertrekken. Zoals Jullien Duranville (ex-Anderlecht) die vaak werd geremd door blessures en andere fysieke ongemakken en na een uitleenbeurt aan FC Basel inmiddels voor Olympique Lyon voetbalt.

De gele muur

Op de eeuwige ranglijst van de Bundesliga staat Borussia Dortrmund op de tweede plaats, na Bayern München. Het blijft immens populair. Dat is geen toeval. Jaren geleden al deed Borussia onderzoek naar wat zijn fans onderscheidt van andere verenigingen en bouwde zo een merkidentiteit op. De club wil zoveel mogelijk mensen raken op een intense manier. Het doet dat door te proberen van elke match een bijzondere ervaring te maken. De sfeer in het stadion is adembenemend; de intussen al veelvuldig omschreven gele muur, Die gelbe Wand, een staantribune met een capaciteit van 25.000 plaatsen, draagt daartoe bij. Wie van daaruit een wedstrijd volgt, tussen de wapperende geel-zwarte vlaggen en een orgaan van toejuichingen, begrijpt pas goed wat Borussia voor veel mensen echt betekent.

Borussia Dortmund spreekt de neutrale voetballiefhebber meer aan dan Bayern München. Omdat het menselijker, spontaner en toegankelijker is dan de Beierse grootmacht. Wat dat betreft heeft Borussia Dortmund zichzelf nooit verloochend: het is en blijft de trots van een echte arbeidersstad.

Zelden wordt de ploeg op verplaatsing uitgefloten. Tenzij in de van oudsher hitsige derby op Schalke 04 die dit seizoen (op 5 december) na de promotie van de club uit Gelsenkirchen weer op de kalender staat. Hoewel voetbal in het Ruhrgebied verbindt, is er hier sprake van tweespalt, van haat en nijd. Supporters van Schalke willen niets te maken hebben met alles wat uit Dortmund komt. Zelfs niet met het gerenommeerde Dortmunderbier. Maar dat is een ander verhaal.

Share.

About Author

Jacques Sys (1950) werd geboren in Keulen en volgt al van in zijn jeugdjaren de Bundesliga op de voet. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1974 bij Sport’70. Tussen 1994 en 2022 was hij hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Naast alle grote voetbaltoernooien volgde Jacques Sys ook verschillende keren de Ronde van Frankrijk en alle topklassiekers. Over de wielersport schreef hij onder meer twee monumentale naslagwerken: de top 1000 van de beste Belgische wielrenners en de top 1000 van de beste internationale wielrenners.

Comments are closed.