dinsdag, mei 26

Voetbalbijnamen: Ronaldo, Ronaldinho, Ronaldao

Pinterest LinkedIn Tumblr +
´Maar heel weinig Brazilianen gebruiken hun volledige naam, deels omdat ze vaak heel lang zijn. De laaggeletterdheid van veel Brazilianen en de daarmee gepaard gaande onverschilligheid voor het geschreven woord hebben zonder twijfel een rol gespeeld, maar de werkelijke reden voor het gebruik van vereenvoudigde namen is dat Brazilië in het algemeen een informele samenleving is en de bevolking het gebruik van voor- of bijnamen prettig vindt. 
 
Als je het tegen een Braziliaan hebt over ¨Ronaldinho¨ denkt hij of zij dat je naar Ronaldinho ¨het Fenomeen¨ verwijst, bij ons beter bekend als Ronaldo van AC Milan (voluit: Ronaldo Luis Nazário de Lima) . Ronaldinho van Barcelona is voor Brazilianen Ronaldinho Gaúcho.
 
Ronaldo de Assis Moreira, de Ronaldinho die wij kennen, was bij Grêmio in eerste instantie gewoon bekend als Ronaldo toen hij bij de junioren en amateurs speelde. Maar omdat hij zich sneller ontwikkelde dan de andere jongens werd er al snel ¨-inho¨ aan toegevoegd. In het Portugees fungeert het als verkleiningsuitgang, waardoor Ronaldo ¨kleine Ronaldo¨ werd. Omdat hij er al op zijn zevende speelde is het niet zo moeilijk in te denken dat de mensen die bij de club werkten en Ronaldo de Assis Moreira vanaf het begin meemaakten hem liefdevol ¨kleine Ronaldo¨ gingen noemen, vooral omdat hij altijd met de grotere jongens uit de leeftijdscategorie boven hem speelde. De verkleinnaam was ook handig omdat een back die Ronaldo heette in de jaren tachtig verschillende seizoenen voor Grêmio had gespeeld en een zekere Ronaldo Alves in het eerste stond toen Ronaldinho prof werd. 
 
Op het moment dat Ronaldinho zich bij Grêmio begon op te werken speelde de andere Ronaldinho (die van AC Milan) al niet meer in Brazilië, maar was in 1994 vertrokken naar PSV, dus hoefden de twee niet meer uit elkaar te worden gehouden. Er was evenwel enige verwarring bij het WK onder 20 in Nigeria in april 1999, toen buitenlandse journalisten deze nieuwe Ronaldinho zo op die andere vonden lijken – qua naam, voetbalcapaciteiten en vooruitstekende tanden – dat ze wel broers moesten zijn. Hun Braziliaane collega´s moesten hen corrigeren. Maar alleen toen Ronaldinho in 1999 werd opgeroepen voor de echte nationale ploeg was het probleem echt aan de orde.
 
Aan Ronaldo ¨het Fenomeen¨ was de uitgang ¨-inho¨ om soortgelijke redenen gegeven als aan Ronaldinho: toen hij op kwam zetten was hij de jonge troonpretendent met Ronaldo´s vóór hem die al meer naam hadden gemaakt. De doelman van Corinthians in de jaren ngentig heette Ronaldo en hoewel hij slechts één keer voor Brazilië in het doel stond was hij een speler van aanzien. Inmiddels won Ronaldão alles voor zijn club São Paulo (Braziliaans kampioenschap, Copa Libertadores, wereldcup) en stond hij tussen 1992 en 1995 vaak in de nationale ploeg. Zoals ¨-inho¨ een verkleiningsuitgang in het Portugees is, is de suffic ¨-ão¨ een ¨vergrotingsuitgang¨, waardoor Ronaldão ¨grote Ronaldo¨ betekent – toepasselijk voor de spil die hij was.
 
In 1996 waren de beide andere Ronaldo´s van het toneel verdwenen, maar Ronaldinho (het Fenomeen) was zo succesvol geworden en de fans waren zo gewend aan zijn naam, dat aanpassing van de naam en daarmee promotie naar een volwaardige ¨Ronaldo-status¨ moeilijk voor hem was. En dus bestond er, toen Brazilië zich voorbereidde op een vriendschappelijke wedstrijd tegen Letland. echt de vrees dat er twee Ronaldinho´s op het formulier zouden komen te staan. Natuurlijk, de buitenstaander redeneert dat alle verrwarring makkelijk kon worden voorkomen door bij een van hen een achternaam te gebruiken. Ronaldinho Assis misschien. Voor de Europeanen was het niet eens zo verwarrend, want sinds zijn debuut bij PSV werd ¨het Fenomeen¨ toch vooral Ronaldo genoemd. Maar toen hij aan de Olympische Spelen in Atlanta meedeed, stond er Ronaldinho op zijn shirt, omdat hij onder die naam meer bekendheid in Brazilië genoot. Veel verslaggevers hadden aanvankelijk moeite om in die Ronaldinho de Ronaldo te herkennen, die enkele maanden later zou schitteren bij Barcelona. Trainer Vanderlei Luxemburgo probeerde zijn gezag te laten gelden en vertelde de pers: ¨Ik denk dat de ervarener Ronaldinho de ¨-inho¨ kan laten vallen en gewoon Ronaldo kan zijn, zoals hij elders op de planeet heet. De ander kan, omdat hij net begint en jonger is, gewoon verder als Ronaldinho.´
 
Uiteindelijk losten de fans deze kwestie op. Toen Ronaldinho na zijn eerste veelbelovende wedstrijden voor de nationale ploeg weer eens reserve was, scandeerden zijn fans tijdens een matige wedstrijd van Brazilië tegen Mexico: ¨Gaúcho. gaúcho, gaúcho¨. Ze wilden daarmee aangeven dat ze Ronaldinho graag zagen invallen. Dat bleek succesvol. Luxemburgo gaf niet alleen gehoor aan hun gezang en bracht hem in, maar het etiket zat goed. Ronaldinho zou voortaan bekendstaan onder de bijnaam die de inwoners van zijn deelstaat hem zo liefdevol hadden gegeven: Ronaldinho Gaúcho, ¨kleine Ronaldo, de gaucho¨. zo u wilt. Hoewel het begrip gaucho in de wereld vooral wordt geassocieerd met Argentinië, zijn de inwoners van Rio Grande do Sul ook trots op deze bijnaam.
 
Als er een wedstrijd van Barcelona op de Braziliaanse televisie wordt uitgezonden, roepen de commentatoren nog altijd ¨Ronaldinho Gáucho¨ als hij de bal raakt. En de andere Roaldinho, ¨het Fenomeen¨, is nu eigenlijk overal bekend als Ronaldo.´
 
Bron: Jehtro Soutar, Ronaldinho – De Veroveraar, 2007. blz. 68-71
Ploeggenoten bij Grêmio noemden Ronaldinho ook een tijdje ´Lobdo´ (grote wolf), nadat hij zijn doelpunten begon te vieren door het roofdier te imiteren waarvan hij onder de indruk was geraakt door een documentaire op Discovery Channel. In Parijs (toen hij daar bij Paris Saint-Germain speelde) noemden de Fransen, die moeite hadden het ´-inho´ uit te spreken, hem ´Roni¨, een traditie die in Spanje werd voortgezet, waar hij ¨Ronnie´ werd genoemd, hoewel veel Barcelonezen de voorkeur gaven aan ¨Dinho´.
De bewoners van de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul worden in Brazilië Gáuchos genoemd en noemen zichzelf ook zo. Ronaldinho Gáucho betekent dus de Ronaldinho uit  de deelstaat van de Gáuchos. De toevoeging heeft dus niets met voetbal te maken, het is een geografische aanduiding. Zo heb je bijv. ook Juninho Pernambucano (uit de deelstaat Pernambuco) en Juninho Paulista (uit de deelstaat São Paulo) – kennelijk ook een manier om nader te onderscheiden (Juninho is de verkleinnaam van Júnior). 
 
De beide Ronaldinho´s hadden ook uit elkaar gehouden kunnen worden door de een ´Ronaldinho Assis´ en de ander ´Ronaldinho Nazário´ te noemen, ofwel ´Ronaldo Assis´ en ´Ronaldo Nazário´, of kortweg ´Assis´ en ´Nazário´. En wat te zeggen van Ronaldo I (Het Fenomeen) en Ronaldo II (De Veroveraar? of is dat te Europees gedacht, te on-Braziliaans? Overigens wordt naar Het Fenomeen ook wel verwezen als ´De Dikke´ om hem te onderscheiden van de Portugese (Cristiano) Ronaldo (dos Santos Aveiro) (CR7).
 
De latere Ronaldinho (Gaucho) kreeg het  suffix -inho in vergelijking met eerdere, grotere en oudere Ronaldo´s binnen zijn club Grêmio, terwijl Het Fenomeen het achtervoegsel toebedeeld kreeg in tegenstelling tot Ronaldo´s bekend op nationaal niveau.
 
De trits luidt: Ronaldinho (de kleine, jonge) – Ronaldo (de grotere, oudere) – Ronaldão (de grootste, oudste).
 
Bij PSV werd Het Fenomeen noch Ronald noch Ronaldinho genoemd, maar Ronaldo.
 
Van Eeden (De Tuinman, De Tsaar & De Zwarte Tulp – Voetbalbijnamen, 2011) voert naast Het Fenomeen (´In zijn hoogtijdagen een niet te houden spits, met briljante dribbels, waartegen nauwelijks een verdediging bestand was.´; hij werd verder behalve De Dikke –  ´Had tijdens zijn vele blessureperiodes zichtbaar moeite om op gewicht te blijven´ – ook wel De Hamster -´Zinspeling op de prominente voortanden en bolle wangen van deze superspits.´ – genoemd), Alessandro del Piero als ´Het Ware Fenomeen´ op : ´Terwijl Del Piero de lieveling was van het Juventus-publiek , schitterde Ronaldo bij de concurrentie eerst bij Inter, later bij AC Milan. Omdat Ronaldo ¨Het Fenomeen¨ was, vonden de Juventus-fans een overtreffende bijnaam.´
 
In Volendam droegen veel mensen dezelfde achternaam en vaak ook voornaam. Dus werden in plaats daarvan ter onderscheiding koos- en roepnamen gegeven. Die voor- en achternamen vormden als zodanig niet het probleem, want ze waren bijna allemaal kort (een of twee lettergrepig). In Brazilië vormde de lengte van een en ander juist wél het probleem. Ze doen me denken aan Nederlandse zogenaamde dubbele achternamen  – Jan Vennegoor of Hesselink (PSV) in voetbalsferen. In Brazilië werd het probleem opgelost door gebruik van de voornaam (al dan niet als verkleinwoord ter nadere onderscheiding) dan wel door een al betekenisvolle koos- of roepnaam te kiezen, zoals bijvoorbeeld Pelé of Garrincha.
Pelé (letterlijk: lappenbal) was de bijnaam van Edson Arantes do Nascimento. Hij kreeg de bijnaam van de jongens met wie hij altijd voetbalde toen hij klein was, ook al begreep hij niet waarom. Zijn ouders noemden hem vooral ´Dico´. De bijnaam Pelé had dus met voetbal te maken.
Garrincha was de roepnaam van Manuel Francisco dos Santos en betekent winterkoninkje of klein vogeltje. Die bijnaam werd hem gegeven door zijn zus en verwijst naar het vogeltje dat hij als kind vaak ving, kaalplukte en weer liet gaan. De bijnaam had dus niets met voetbal van doen.
Rob Siekmann
Share.

About Author

Rob Siekmann is van jongs af aan een groot voetballiefhebber. Hij speelde vijftig jaar amateurvoetbal. Tegenwoordig doet hij als veteraan met veel enthousiasme aan road running. Hij is supporter van 'good old' Sparta Rotterdam. Van hem verscheen in 1978 het eerste Nederlandse Voetbalwoordenboek (met een Voorwoord van Jan Mulder), twee jaar later gevolgd door Moderne voetbaltheorie. Recentelijk publiceerde hij boeken over de Voetbalspelregels (met een Voorwoord van Marco van Basten), totaalvoetbal en het monumentale CRUIJFFIAANS, dat genomineerd werd voor de Taalboekenprijs 2020. Willems Uitgevers deed in 2023 Het straatvoetbalboek het licht zien. Met Chris Willemsen verscheen ´Louis & Johan: een dubbelportret in citaten´. De nieuwste loot aan de stam is ´Straatvoetbal wereldwijd - Van Alemão tot Zidane: quotes en anekdotes´, uitgegeven door Best in Books. Rob Siekmann studeerde Slavische talen en rechten in Leiden. Hij is gepromoveerd op een proefschrift over de vredesoperaties van de Verenigde Naties. Siekmann was hoogleraar internationaal en Europees sportrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is de oprichter en eerste directeur van het ASSER International Sports Law Centre in Den Haag.

Leave A Reply