Ernst Happel had in Oostenrijk als speler de bijnaam Aschyl. Ten aanzien van deze bijnaam worden altijd twee verklaringen gegeven. De eerste is dat hij zo werd genoemd vanwege een treffende gelijkenis met een bekende Turkse toneelspeler in Wenen met die naam. De andere verklaring was dat Aschyl Achilles betekende. Happel was als laatste man de achillespees van de defensie. Raakte hij de bal kwijt, wat overigens niet vaak gebeurde, dan was de tegenstander erdoor. Als trainer kreeg hij later de bijnaam ´Wödmasta´ (de Oostenrijkse verbastering van ´Weltmeister´; dit hoewel hij noch als speler noch als trainer wereldkampioen werd). (Martin van Neck, Een kleine geschiedenis van het voetballen, 2009)
Oostenrijk was samen met Hongarije een van de topfavorieten op het WK van 1954 in Zwitserland. ´Zeker bij Happel is de druk om te presteren erg groot: hij is niet alleen aanvoerder van het team, ook het publiek en de media bombarderen hem tot dé man die Oostenrijk naar de wereldtitel zal leiden. In de kranten wordt hij ¨der Weltmeister¨ of ¨Wödmasta¨, de wereldkampioen, genoemd, maar het toernooi moet nog beginnen. Overigens is dat niet Happels enige koosnaam. Hij wordt ook regelmatig vergeleken met de Griekse held Achilles, wat hem de troetelnaam ¨Aschyl¨ oplevert.´ (Wim Degrave, Ernst Happel – biografie (2018).
Rob Siekmann