De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt De Witte Duivel een anekdote uit die rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag.
Dinsdag 7 juli, Carcassone-Foux, 181,9 kilomter
‘JUICHT BELGEN JUICHT,
DE DROOM IS IN VERVULLING GEGAAN’
De middeleeuwse vestingstad Carcassonne, dat op de weg tussen de Pyreneeën en de Alpen ligt, was al zes keer een startplaats van een Touretappe en vijf keer het decor van de aankomst. Zoals vorig jaar toen Tim Wellens naar een van de mooiste zeges uit zijn carrière soleerde. Die overwinning leverde hem een hoop publiciteit op.
Uitschieters van Belgen in de Tour krijgen buitenproportioneel veel aandacht. Maar nooit werd een zege zo hartstochtelijk bejubeld als in 1969 toen Eddy Merckx in een ploegentijdrit voor het eerst de gele trui pakte. Dat gebeurde in Woluwe, op een steenworp van zijn ouderlijk huis. “Juicht Belgen juicht, een droom is in vervulling gegaan”, titelde Louis Clicteur, de paus van de wielerjournalistiek, in Het Laatste Nieuws. De krant had een speciale band met Merckx. Aan het stuur van de volgauto van Het Laatste Nieuws zat Lucien Acou, de vader van Merckx’ vrouw Claudine. En als het met Eddy niet te goed ging belde Clicteur ’s avonds naar diens moeder.
Maar een inzinking kreeg Merckx nauwelijks in die Tour waarin hij een echte ravage had aangericht. Alleen in de memorabele etappe tussen Luchon en Mourenx, waarop Merckx op 140 kilometer van de streep net voor de top van de Tourmalet had gedemarreerd, kende hij een zwak moment. Hij wenkte zijn ploegleider Lomme Driessens en vroeg of die champagne had. Dat bleek het geval te zijn. Driessens, wiens liefde voor champagne algemeen bekend was, gaf Merckx eerst suikerwater waarbij hij wel 30 klontjes in zijn bidon had gedaan. Vervolgens kreeg Merckx champagne. Hij vond zijn cadans meteen terug.