donderdag, februari 29

Straatvoetbal wereldwijd: Ronaldinho (Brazilië)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Ronaldinho kreeg toen hij één jaar werd een voetbal van zijn vader en het zou zijn belangrijkste speelgoed worden. Als kleuter dribbelde hij thuis vaak rond met een bal langs alles wat in de weg stond, of het nu een meubelstuk, de hond of zijn eigen moeder was. Zijn vader hing plastic tassen vol water aan de hoekbalken van het huis en gaf Ronaldinho een lolly voor elke tas die hij met de bal wist te raken. Het was op de Periquito, het stoffige veldje van Vila Nova dat hij voor het eerst buitenshuis tegen een bal trapte. Zijn vader nam zijn zoons vaak mee om te voetballen, zijn broer op de peladas, het trapveldje, en Ronaldinho met zijn eigen bal langs de kant. De Periquito, naar verluidt vernoemd naar de parkieten die in het omringende bos zingen, is niet echt bevorderlijk voor goed voetbal. Als er al gras groeit, aan de zijkant, is het te lang, terwijl de doelgebieden en de strook ertussen een uitgesleten stuk droge grond zijn. Stofwolken dwarrelen op  als de bal wordt geraakt. De kleedruimtes zijn geïmproviseerde hutten die van sloophout en roestige golfplaten aan elkaar hangen. 

Zijn vader speelde zelf als amateur en was een  fanatiek supporter van de plaatselijke topclub Grêmio. Op zijn zevende werden Ronaldinho en zijn broer door hun vader aangemeld bij de voetbalschool van Grémio, waar de nadruk lag op futebol do campo, ‘veldvoetbal’, zeven tegen zeven. Maar Ronaldinho was jong en zat barstensvol energie, en wilde altijd voetballen. Los van Grêmio speelde hij in zo veel mogelijk ploegen. ‘s Zomers, als hij de aandacht niet op zich vestigde door zijn voetvolleyvaardigheden, kwam jij uit voor het strandteam New Kids, met als thuisbasis Capao Novo, een kuststadje waar zijn familie een vakantiehuis had. In Porto Alegre draaide het doorgaans om een spelletje futebol salao of kortweg futsal

Futsal is een populaire vorm van voetbal in Brazilië, waarbij twee teams van elk vijf spelers tweemaal twintig minuten op een veldje met de afmetingen van een basketbalveld en met kleinere doelen spelen. Vanwege het kleine speelveld moeten spelers leren om met zeer snel voetenwerk de bal af te schermen. Daarnaast lijkt het ritme meer op dat van basketbal en daardoor leren spelers van tempo te wisselen van een trage en geduldige opbouw naar een flitsende actie. Grootheden uit het nationale team als Rivelino en Zico hadden hun basistechniek opgedaan in het futsal en Ronaldinho zelf beweerde dat hij erdoor had leren dribbelen in de kleine ruimte. Zijn ‘tikje met de teen’ was misschien wel het duidelijkste voorbeeld van de toepassing van een vaardigheid uit het futsal. Velen hingen de theorie aan dat de populariteit van futsal onder de jeugd het Braziliaanse voetbal aan zijn dominante positie in de wereld had geholpen. Dankzij de vaardigheden die de jongens in het futsal leerden beschikten zij al over een uitstekende techniek wanneer ze aan het grote werk begonnen.

Ronaldinho speelde voor het eerst futsal op school in Guarujá. Escola Langendonck won in 1993 het Campeonato Intercolegial, het schoolvoetbalkampioenschap van de stad. Hij had de rol van aanvallende middenvelder. Een vooraanstaand persoon in de wijk en de gemeenteraad organiseerde regelmatig toernooien in het naburige Esplanada in de vorm van futsal of futebol-sete, partijtjes van zeven tegen zeven, en in de teams zaten inwoners van verschillende straten. Het Rua Murá-team, Ronaldinho’s straatvoetbalteam, won doorgaans. De leerlingen van Langendonck speelden wel eens onder een andere naam dan Rua Murá, namelijk onder de naam Ascoli. Dat gebeurde op gezag van de organisatoren die namen van clubs uit de Italiaanse Serie A aan de deelnemende ploegen gaven. Er waren ook futsal-toernooien bij de rivier aan de rand van de stad. Tegenwoordig zijn die veldjes bedekt met zand of schalie, maar in Ronaldinho’s tijd lag er nog gras. Er werden vriendschappelijke knock-out toernooien georganiseerd. In zijn schooltijd speelde Ronaldinho behalve voor Grêmio ook  nog even voor een ander clubje: Procergs. Het was eigenlijk een zaalvoetbalteam, dat was opgericht door enkele jonge vaders, die hun kinderen graag zagen voetballen. Een van hen was advocaat en vond zelfs een overheidsdienst (Procergs, vandaar de naam) bereid om dit clubje te sponsoren. Hij woonde met zijn gezin in dezelfde straat als waar de familie van Ronaldinho net was komen wonen.

Een der coaches herinnerde zich een van Procergs’ simpelste, maar doeltreffendste tactieken: de ‘L-manoeuvre’, waarbij drie ploeggenoten van Ronaldinho aan de ene kant van het veld stonden en hijzelf diep aan de andere zijde met hen een L vormde. De tegenstander werd daardoor gedwongen om ruimte weg te geven aan Ronaldinho, die iedereen in één-tegen-één-situaties de baas zou zijn. Door deze tactiek was Procergs moeilijk te bestrijden. Een andere vader leidde zowel Procergs als de New Kids. Hem was een trip met de ploeg bijgebleven: ‘Mijn zoons deelden een kamer met Ronaldinho en ‘s avonds laat hoorde ik geluid. Ik luisterde aan de deur en zag dat het licht nog brandde, en ik hoorde ze tellen: “360, 361…’. Toen ik naar binnen ging zag ik mijn twee jongens naar Ronaldinho zitten kijken, die op bed lag en bezig was een balletje hoog te houden. Ik vertelde ze dat ze moesten gaan slapen, maar van binnen moest ik lachen.’ En:dezelfde bron: ‘Een keer lukte het een jongen vijf keer met zijn scheenbeen de bal hoog te houden en Ronaldinho deed hem dat niet na. De volgende keer dat ik hem zag had hij het onder de knie: hij stopte er pas mee toen we het hem vroegen.’

Ronaldinho was al vroeg een bekende in de stad en kreeg uitnodigingen van andere jeugdteams om mee te spelen. Soms nam hij die aan. Zijn moeder was vaak niet op de hoogte van deze uitstapjes en ze was niet blij wanneer ze hoorde dat haar zoon in de armere wijken van POro Alegre was gesignaleerd om er een potje voetbal te spelen. Toen hem werd gevraagd of hij de wijk Jardim Botânico kende, zei hij: ‘Ja, ik heb om de Copa Paquetá gespeeld in het Parque Ararigbóia toen ik dertien of veertien was. Maar vertel het niet aan mijn moeder, want zij wist van niks.’ Zijn moeder was niet de enige die hem probeerde af te remmen: Grêmio werd gealarmeerd dat hij te vaak buiten de club om voetbalde en was bang dat hij een blessure zou oplopen. Uiteindelijk verboden ze hem voor een andere club te spelen, hoewel hij er naar verluidt later nog wel eens tussenuit piepte om bij Procergs mee te spelen.

Bron: Jethro Soutar, Ronaldinho – De Veroveraar, 2007, blz. 12, 21-22, 23, 23-24, 25, 27

Rob Siekmann

Auteur van ‘Het straatvoetbalboek – Over de huidige betekenis van het straatvoetbal van vroeger’ (met een voorwoord van Richard Witschge), Willems Uitgevers, 2023

Share.

About Author

Regelmatig publiceren we artikels van eenmalige gastschrijvers. Ook zin om een artikeltje te plegen? Neem contact op met info@dewitteduivel.com en bezorg ons jouw tekst.

Leave A Reply