zaterdag, april 13

Straatvoetbal wereldwijd: Neymar (Brazilië)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Zijn moeder kan zich nog goed herinneren dat hij twee jaar was toen zij op de markt aardappels stond te kopen en hij ineens achter een gele pastic bal aan de weg op liep. En ze weet ook nog, zoals ook Neymar zelf heel vaak heeft verteld, hoe haar zoontje met zijn armen om een bal heen lag te slapen. De bal ontbreekt natuurlijk ook niet op de kinderfoto’s: als hij een paar jaar oud is, draagt hij een shirtje van Santos en heeft hij een zwart-wit geruite bal onder zijn arm. Zijn vader verbaasde zich erover dat hij toen hij amper drie jaar oud was de bal niet met zijn handen oppakte, maar hem met de voeten terugspeelde.  ‘Hij hield zo veel van voetbal dat hij een ballenverzameling begon aan te leggen. We hadden meer dan vijftig ballen in huis: goede, oude, leeggelopen en bruikbare. Zijn kamer lag zo vol dat je met moeite nog naar binnen kon. En hij hield van ze allemaal. In het bijzondere van de kleinere die je moeilijker onder controle kon krijgen.’ 

‘Mijn vader was het die me voor het eerst met een voetbal in aanraking bracht. En op een bijzondere dag, toen ik in het stadion was om naar een van zijn wedstrijden te kijken, begon ik echt te voetballen, in plaats van simpelweg achter een bal aan te rennen alsof het willekeurig elk ander speelgoed was. Mijn vader voetbalde echt en ik rende over de tribunes om de wedstrijd te kunnen zien. Ik was eigenlijk gewoon aan het spelen, ik rende nog meer dan mijn vader die op het veld stond. De tribunes omhoog en omlaag, zonder even tot rust te komen. En ik trapte eigenlijk ook niet tegen de bal. Ik rende meer dan dat ik de bal aanraakte.

Ik had het geluk dat ik een trainer als mijn vader had, die bij me was en bij me in huis woonde. Maar improviseren is net zo essentieel in het voetbal, en dat leerde ik al op heel jonge leeftijd. Het geheim is dat je je improvisatievermogen kunt trainen. Hoe vaak ik dat thuis niet heb gedaan. Ik pakte een bal, zette de meubels ergens anders in de woonkamer neer en dribbelde om alles heen wat voor me opdook. Zo bracht ik mijn hele jeugd door in de woning van mijn grootouders, waar ik met mijn ouders woonde. We deelden een kleine ruimte: ik, mijn zusje en mijn ouders. Wanneer je de kamer binnen kwam, lag er links een matras, waar we alle vier op sliepen. Daartegenover stonden een koffer en een kast. Er was maar weinig ruimte tussen het matras en de kast, en in die ruimte speelde ik met de bal. Dat was mijn speelveld. Ik hield ervan om de bal daar rond te spelen en om mezelf als een keeper op het matras te werpen. Want omdat het zo’n kleine ruimte was, moest ik ook zelf voor keeper spelen.

Ook mijn nichtjes voetbalden. Ik bedoel eigenlijk: ze maakten deel uit van mijn spel. Een van hen was een van de doelpalen. Mijn zusje was lange tijd de andere doelpaal. De twee andere nichtjes waren de tegenstanders. Ze stonden er als obstakel en soms hadden ze zelfs voetbalshirtjes aan, zodat ik kon doen alsof het een echte wedstrijd was. Later, in het kleine huisje dat mijn vader in Praia Grande had gebouwd, was het “speelveld” ook heel eenvoudig. Een van de doelen werd gevormd door de achterdeur. Het andere doel bevond zich in mijn slaapkamer. Ik werkte er mijn eigen wedstrijden en competities af. Ik trapte de bal alle kanten op en deed tegelijkertijd verslag van die wedstrijden. Ik voetbalde, becommentarieerde en juichte: “En Neymar scoort! Neymarzinho! Ik!” Er werden zelfs “overtredingen”gemaakt. Wanneer ik dribbelde en de sofa raakte, dan klaagde ik bij de scheidsrechter. Natuurlijk was die er niet, maar ik deed maar al te graag alsof.

En ik trainde ook door met een heel kleine bal tegen de muur te trappen. Wanneer mijn rechtervoet moe werd, trapte ik met links. Vervolgens hield ik het balletje hoog met mijn rechterbovenbeen. daarna met mijn linker. En vervolgens oefende ik op het controleren van de bal met mijn borst. En met mijn hoofd. Niet alleen om kopdoelpunten te maken, maar ook om de bal boven mijn hoofd te houden. Verder heb ik mijn techniek bijgeschaafd door veel op het strand te voetballen. Als mijn vader tijd had, gingen we daar een balletje trappen. Hij leerde me waar en hoe je de bal moest raken. Dan raakte hij mijn voet aan en zei: “Met dit deel van je voet moet je trappen.” Vervolgens moest ik de les ten uitvoer brengen. Dan moest ik met het deel van de voet dat hij had aangewezen tegen de bal trappen.

Mijn vader had bij ons thuis een heel mooi klein trapveldje aangelegd. Hij had zelfs echte groene graszoden gelegd. Op een dag nodigde ik mijn vriendjes uit om bij ons te komen voetballen. Het had geregend en de graszoden lagen nog lang genoeg om goed vast te zitten. Het liep erop uit dat we het gras verruïneerden. De rest van de dag wachtte ik op het moment dat mijn vader, laat in de avond, thuis zou komen en me straf zou geven.

Ik speelde ook dat ik voetbalmanager was. Op het gazon organiseerde ik toernooitjes, compleet met groepswedstrijden, play-offs, halve finales en een finale. Zo begon ik met het winnen van mijn eigen verzonnen wedstrijden en toernooien, dagdromend dat ik het ooit in het echt zou mogen meemaken.

Ik herinner me het trapveldje bij ons thuis in Praia Grande nog goed. En hoe de deuren van de buren daaronder te lijden hadden! Die dienden ook als doel. Net als de vazen van mijn moeder. Mijn moeder wond zich daar af en toe flink over op. Ze werd gek in huis, omdat ik altijd rondrende, de bal alle kanten op trapte en niet alles raakte waar ik op mikte.’

Neymar was altijd aan het voetballen: op school, op het strand, op straat met zijn vriendjes. De straat liep zo schuin af dat er bij een partijtje om de drie doelpunten van helft werd gewisseld om het een beetje eerlijk te houden. ‘Maar Juninho [roepnaam van Neymar]stopte je niet zo maar af, of je nu omlaag of omhoog speelde,’ zegt een van zijn vriendjes.

Bronnen: Ivan Moré en Mauro Beting, Neymar – De atleet, de superster en de mythe (de geautoriseerde biografie), 2014, blz. 35, 36-37, 38-40; Luca Caioli, Nymar, 2014, blz. 37-38, 48-49

Rob Siekmann

Auteur van ‘Het straatvoetbalboek – Over de huidige betekenis van het straatvoetbal van vroeger’ (met een voorwoord van Richard Witschge), Willens Uitgevers, 2023

Share.

About Author

Regelmatig publiceren we artikels van eenmalige gastschrijvers. Ook zin om een artikeltje te plegen? Neem contact op met info@dewitteduivel.com en bezorg ons jouw tekst.

Leave A Reply