vrijdag, februari 23

Straatvoetbal wereldwijd: Cristiano Ronaldo (Portugal)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Op twee- of driejarige leeftijd maakte hij, voor het huis of op straat, kennis met de bal. Op een zeker moment kocht zijn peetoom voor hem een speelgoedauto, waarop hij in woede uitbarstte omdat hij zo graag een voetbal had gewild. Maar waarom? Met name omdat zijn vader – als materiaalman van de buurtvereniging Andorinha – de hele dag sleepte met een grote zak met ballen, die Cristiano aan het einde van de training nog hielp verzamelen ook. Hij wilde natuurlijk zijn eigen bal. Zijn peetoom knoopte dit goed in zijn oren en gaf hem het jaar erop een voetbal. Die kostte maar liefst vijf euro. Cristiano nam hem vanaf dat moment overal mee naartoe. Zijn peetoom: ‘Op een dag gaf ik hem een op afstand bestuurbare auto, omdat ik dacht dat hij daarvan onder de indruk zou zijn, maar nee, hij had liever een bal. Hij liet hem nooit met rust. Altijd liep hij met de bal onder zijn arm, altijd was hij met de bal te vinden.’

Een buurman herinnert hem zich als een knulletje dat de godganse dag op straat met zijn bal in de weer was. ‘Die jongen haalde er allerlei adembenemende trucjes mee uit. Hij leek hem wel aan een touwtje te hebben. Ik heb hem de dop van een plastic flesje ontelbare keren zien hooghouden, en daarna het flesje zelf, zonder dat ze een keer de grond raakten.’ ‘In mijn jeugd,’ weet Cristiano Ronaldo zich te herinneren, ‘keek ik graag naar hoe de oudere jongens zich met de bal uitsloofden, en dat deed ik dan na.’  

Hij ging ook naar school met een bal onder zijn arm, hoewel één lerares in het bijzonder hem vertelde dat hij van de bal niet kon leven en dat de bal hem nergens zou brengen in zijn leven. Een van de andere docenten in die tijd herinnert zich: ‘Vanaf de eerste dag was voetbal zijn lievelingssport. Hij deed ook wel mee aan andere activiteiten, maar hij hield graag tijd over voor zichzelf, voor het voetbal. Als er geen bal in de buurt was, maakten hij en zijn vriendjes een bal van een bolletje sokken. Ik weet niet hoe hij het voor elkaar kreeg, maar hij vond altijd een manier om te kunnen voetballen tijdens de pauze.’ 

‘Wanneer hij van school thuiskwam,’ vertelt zijn moeder, ‘zei ik tegen hem: “Cristiano, naar je kamer om huiswerk te maken,” Hij antwoordde me dan dat hij geen huiswerk had. Dus ging ik maar koken. En dan maakte hij gebruik van de situatie: hij sprong uit het raam, nam yoghurtdrank of een stuk fruit mee en rende met de bal onder zijn arm weg om te gaan voetballen. En dan kwam hij pas om halftien ‘s avonds terug.’ En dat niet alleen, hij spijbelde ook. ‘Zijn docenten zeiden me dat ik hem daarop moest aanspreken, maar ik strafte hem niet. Hij moest veel trainen als hij een beroemde voetballer wilde worden.’ 

Zijn zusje: ‘Mijn moeder zei altijd: “Katia, als je thuiskomt, mag Cristiano pas voetballen als hij zijn huiswerk gemaakt heeft.” We hadden zowel een voor- als een achterdeur. Dan zei ik tegen hem: “Maak alsjeblieft je huiswerk.” “Oké,” zei hij dan. Maar als ik hem riep, was hij verdwenen.’ Cristiano  kwam uit school, smeet zijn tas ergens neer, beloofde zijn huiswerk te zullen maken, at wat yoghurt, liep door de achterdeur naar buiten en hoorde zijn zus intussen iets roepen over huiswerk.    

Madeira is gezegend met een constante temperatuur. Het kwik komt vrijwel nooit boven de 33 graden. Dat zijn perfecte omstandigheden om op straat te voetballen. Maar het eiland is ontstaan na vulkanische erupties, waardoor de bodem grillig is en er vele klippen en grotten zijn. In het bergachtige terrein zijn er maar heel weinig vlakke stukken. Dat is verre van ideaal voor een dagelijks potje voetbal.

Nergens in de buurt kun je een potje voetballen zonder anderen tot last te zijn. Er is geen park. Er is zelfs geen geschikt stukje braakliggend land.  Marítimo, een van de clubs op Madeira, ligt op maar zo’n tien minuten lopen afstand, maar in dat district moet de jeugd of een paar kilometer overbruggen naar het strand of voetballen op de steile en hobbelige straten.

Hij speelt op straat omdat er in de buurt geen voetbalveld te vinden is. In de steile en smalle straat naast zijn huis deden twee stenen dienst als doelpalen. Ze speelden met een plastic fles of een van plastic tassen en papier gemaakte bal. Toen Ronaldo ballen cadeau begon te krijgen, nam hij altijd zijn eigen bal mee, waarmee ze zo lang speelden als hij wilde, en ook volgens de spelvorm die hij wilde. De eigenaar van de bal bepaalde de regels.  Ze begonnen na schooltijd te voetballen en stopten pas als het donker werd. Omdat er auto’s en bussen door de straat reden, moesten de jongens geregeld de stenen weghalen om het verkeer door te laten. Ze konden hooguit twee minuten onafgebroken spelen. Een lange pass geven was op dat kleine oppervlak onmogelijk, dus tikten ze de bal kort naar elkaar over, of, in Cristiano’s geval, dribbelden iedereen voorbij.  Dat deed hij op techniek. De hobbelige straten vol obstakels en de vele uren dat hij daar heeft gevoetbald hebben mede aan zijn ontwikkeling bijgedragen.

Het zijn harde potjes tussen de jongens van het ene huis tegen die van een ander. Het zijn potjes die nooit eindigen. En ze hebben een probleem wanneer de bal in een van de tuinen belandt, bijvoorbeeld in die van een buurman die altijd dreigt de bal lek te steken en naar hun moeder te gaan opdat zij hun kinderen straffen. De straat en een bouwput, waar Cristiano in zijn eentje urenlang tegen een muur balletje trapt, vormen zijn eerste voetbalschool. Hier is het, op het asfalt, tussen de stoepranden en de auto’s, waar hij, spelend tegen jongetjes en oudere kinderen, zijn trucjes en techniek leert die zijn karakter helpen vormen. Als er niemand kwam opdagen, ging Ronaldo met zijn bal naar een klein veldje waar hij tegen een muur aan schoot. Steeds maar opnieuw. Uur na uur. Of hij trok naar het strand, op zoek naar nieuwe uitdagingen.

‘Ik speelde altijd voetbal met mijn vriendjes, dat vond ik het leukst om te doen, het was mijn manier om de tijd te doden,’ erkende Cristiano jaren later. Zijn vaste metgezellen waren onder meer een vriendje wiens vader de voorzitter was van Andorinha. ‘De competitieve sfeer van het straatvoetbal was goed voor je ego en zelfvertrouwen. Toen ik op mijn negende bij Andorinha kwam, was Cristiano al lid,’ weet hij te vertellen. ‘En toen we eenmaal op de club zaten, voetbalden we minder op straat.’ Datgene wat door psychologen gericht spelen wordt genoemd, het voetbal zoals dat op straat wordt gespeeld zonder veel regels en planning, werd tussen hun achtste en tiende bij Andorinha vervangen door gerichte training: voetballen in een echt tenue, met pylonen op het veld, rek- en strekoefeningen, onder leiding van trainers. Toen zijn vader doorkreeg hoeveel uren hij op straat met zijn bal speelde, opperde hij dat hij maar lid moest worden van de club waar hijzelf materiaalman was, en toen dit gebeurde, nam Cristiano altijd zijn eigen bal mee. Op zijn zesde is hij aan zijn avontuur in de voetbalwereld begonnen. Een neefje, die er ook speelde, had hem een keer uitgenodigd om mee te trainen, waarna hij na afloop gevraagd werd om terug te komen. Zijn broer speelde er in een elftal voor oudere jongens. Op zijn negende krijgt Cristiano zijn eerste sportlicentie van de voetbalbond van Funchal.

Bron: Luca Caioli, Ronaldo – Zijn weg naar de top, 2012, blz. 26-28; Guillem Balague, Cristiano Ronaldo – De biografie, 2015, blz. 40, 41, 44-45, 46-47

Rob Siekmann

Auteur van ‘Het straatvoetbalboek – Over de huidige betekenis van het straatvoetbal van vroeger’ (met een voorwoord van Richard Witschge), Willems Uitgevers, 2023

Share.

About Author

Regelmatig publiceren we artikels van eenmalige gastschrijvers. Ook zin om een artikeltje te plegen? Neem contact op met info@dewitteduivel.com en bezorg ons jouw tekst.

Leave A Reply