vrijdag, februari 26

Serie 111 Legendarische Voetbalhelden sinds 1920: Matthias Sindelar

Pinterest LinkedIn Tumblr +

SERIE: 111 LEGENDARISCHE VOETBALHELDEN SINDS 1920

111 Legendarische Voetbalhelden sinds 1920. Wie zijn ze, die honderd voetballers, tien keepers en dat uitzonderlijke fenomeen? Maak mee deze wandeling door het voetballandschap van de voorbije eeuw. In aflevering zes volgen we Matthias Sindelar (10 februari 1903-23 januari 1939). De man die ‘neen’ zei tegen de nazi’s in de Weense wals van het Wunderteam. Veel leesgenot – Raf Willems.

Matthias Sindelar, Weense wals van het Wunderteam

Austria Wenen – Ambrosiana/Inter Milaan 3-1, terugmatch finale Mitropa Cup in Wenen, 8 september 1933. Heen: 1-2 voor Inter.

Matthias Sindelar. Drie doelpunten tegen Meazza en andere Italiaanse wereldkampioenen. Voor 58.000 toeschouwers in het Praterstadion in de finale van de Mitropa Cup. Het hoogtepunt van zijn loopbaan: ‘der unvergessliche Sindi’.

Boheemse jongen uit de barakken

Hij wist wat armoede was. Zijn familie stamde uit het Boheemse plaatsje Kozlau. Vader Sindelar droomde van een terugkeer maar emigreerde in 1905 naar Wenen. Op zoek naar werk en een beter leven voor de kinderen Matthias, Rosi en Poldi. Hij was een metselaar en belandde in de baksteenfabrieken van de Weense achterbuurten.

Als arbeiderskind groeide Matthias op in Favoriten, de meest miserabele barakkenwijk van de hoofdstad van het Habsburgse Rijk. Boheemse, Hongaarse en joodse inwijkelingen hokten er rond de eeuwwisseling in mensonwaardige omstandigheden. Het enige vertier vonden kinderen in de bal, het konden ook steentjes of een voddenbaal zijn geweest.

Straatvoetbal als botsen met het gezag

Sindelar en zijn kameraadjes speelden uren op straat, tussen de trottoirs en de gaslantaarns. Tegelijk botsten zij met het gezag. Zij leerden snel dat tussen wet en orde en rechten voor de havelozen een diepe kloof gaapte. In zijn boek Der Gezähmte Fussball, zur Geschichte eines subversiven Sports betoogt Dietrich Schulze-Marmeling hoe ‘de Weense voetballende straatjeugd voortdurend op de vlucht moest voor politie, parkwachters en huismeesters. Ze kweekten een natuurlijke afkeer voor de autoriteiten. Deze ervaringen droegen ze mee in hun spelpraktijk. De Weense voetbalschool steunde op anti-autoritaire opvattingen.’

Sindelars vader sneuvelde als soldaat van het Oostenrijk-Hongaarse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1917, aan het Isonzofront op de Italiaans-Sloveense grens. Op zijn veertiende werd de schrale puber plots man. Met verantwoordelijkheid voor zijn moeder en twee jongere zusters. Hij dook met grote tegenzin de fabriek in en begon tegelijk te voetballen. Over hem deden snel de geruchten de ronde: een uitzonderlijk talent, geboren voor het voetbal. In 1924 greep hij zijn kans: de overstap naar Amateure/Austria in de grote stad.

De ongrijpbare man van papier

De man van papier, zo genoemd vanwege zijn spichtig uiterlijk, zijn ongrijpbaarheid, zijn bravoure, zijn lichtvoetige en confrontatie-ontwijkende dans. Hij keerde zich af van geweld en kracht. Hij genoot van het geniale en van het eigen genie. Een technisch wonder, een Einzelgänger maar tegelijk de man die zijn medespelers volledig kon vrijspelen. Hij werd der Künstler auf dem grünen Rasen.

De perfecte balans tussen constructie en gevoel. De kunst van de aanval. De een-twee-combinatie. De uiterste perfectie van de uitvoerders. Het onverwachte orgelpunt.

Zijn briljante bewegingen en lichaamsbeheersing vielen dermate in de smaak dat ze door schrijvers werden vergeleken met kunst of met het schaakspel. Alfred Polgar stelde: ‘Er spielte Fussball wie ein Meister Schach spielt. Er hatte sozuzagen Geist in die Beine.’ Hij koos uit principe niet de kortste weg naar het doel maar bedacht altijd een dribbel of een schijnbeweging die de doelman uit zijn tent lokte en op het verkeerde been zette: 27 treffers in 44 interlands en 600 doelpunten voor Austria in 700 duels, of daaromtrent. En toch: schoonheid boven resultaat.

Voetbal als onderdeel van het commerciële én het geestesleven

Onder Sindelar werd voetbal een onderdeel van het geestesleven. Ook op commercieel gebied zette hij trends neer. Engelse kranten schatten zijn marktwaarde op zijn hoogtepunt in 1932 op 40.000 pond. Manchester United deed een bod, maar Motzl bleef verknocht aan het ouderlijke huis met de mooie tuin in Favoriten. Hij kende wèl de zakelijke wetten. Hij lanceerde een Sindelarbal, schonk zijn naam aan delicatessen en speelde gastrollen in operettes en de film ‘Roxy und ihr Wunderteam’.

Ondanks de populariteit bleef hij schuchter, introvert en moeilijk te doorgronden. Hij zocht zelden de belangstelling en keek met een ernstige, bijna trieste blik. Men vergeleek hem met de ‘treurige clown August’. Tegelijk realiseerden de waarnemers zich dat hij een bijdrage leverde aan de typische Weense deugden als gratie, humor en lichtheid en aan de nationale identiteitsopbouw: ‘Von Sindelars Dribbelkünsten zu Goethe.’

Sindelar stelde met zijn eenmansactie de wansmaak aan de kaak. Het was een radeloze schreeuw in het duister van een gecultiveerd individu tegen het meest wanstaltige systeem. Hij voorvoelde dat zijn kunstzinnige Weense voetbalschool zou opgeslorpt worden door het domme Duitse gedraaf. Hij besefte ook dat de oprukkende nazilaarzen met geweld de sociale verworvenheden van Wenen zouden verbrijzelen.

Schimpen op de slippendragers van het Derde Rijk, vriendschappen met Joden

De nationaalsocialistische putsch van 1938 ruïneerde zijn loopbaan. Het profvoetbal werd in de ban geslagen en voor Sindelar kwam er aanvankelijk niets in de plaats.

Hij beschimpte de slippendragers van het Derde Rijk en haalde hun sinistere geboden door de mangel. Hij verborg zijn vele vriendschappen met joden niet en hield ze ook na de Duitse invasie koppig in stand. De nazi’s vaardigden absurde bevelen uit. De spelers van Austria Wien mochten geen relaties meer onderhouden met de joodse bestuursleden van de club. Sindelar negeerde de rigoureuze richtlijn. Hij hekelde de nationaalsocialistische scherpslijperijen in het openbaar. De anekdote doet de ronde dat hij zeer demonstratief in het openbaar naar zijn voormalige voorzitter dokter Schwarz riep: ‘De nieuwe clubführer heeft verboden om u te begroeten maar ik zal u altijd de hand schudden, mijnheer de president.’

De politieke omwenteling van 1938 was levensbedreigend voor Austria. Ze telde veel joodse spelers en bestuursleden en haar creatieve speelstijl vloekte met de Duitse viriliteit. De nazi’s noemden Austria ‘der Judenverein’ en plaatsten de club in quarantaine. De meeste Oostenrijkers begroetten met de nodige hysterie de Duitse inval. Het liberale Austria-publiek, dat hield van internationale ontmoetingen en hunkerde naar de Europese triomfen, kantte zich tegen Hitler. De fans toonden reeds in 1933 openlijk hun woede en afkeer voor de fascistengroet die de spelers van het Italiaanse team Ambrosiana Milaan, onder druk van Mussolini, voor de wedstrijd brachten.

Wunderteam versus ‘Anschlussspiel’

Als ultieme aanloop naar de Wereldbeker van 1938 organiseerden de nazi’s op 3 april het zogeheten ‘Anschlussspiel’, in de langetermijnvisie van de architecten van het Duizendjarige Rijk zou dit de laatste Duitsland-Oostenrijk worden. Daarna gold voor beide landen de onverbrekelijke broederband tot het einde der tijden. Het liep anders. Sindelar onderkende het symbolische belang. Hij poneerde met kracht zijn stelling: Oostenrijk mocht, op zijn vraag, in het donkerrood-wit aantreden.

Dat geeft de bron 100 Jahre! Die Highlights des Österreichischen Fussball prijs: ‘Auf besunderen Wunsch von Kapitän Matthias Sindelar trugen die Österreicher den rot-weiss-roten Dress.’ Net als de Duitsers speelden de Oostenrijkers traditioneel in het wit en zwart, maar tijdens internationale verplaatsingen droeg ‘das Wunderteam’ meestal het donkerrood en wit. Sindelar was een Oostenrijkse patriot en beschouwde ‘das Anschlussspiel’ in feite als een ‘uitwedstrijd’. De Oostenrijkse politieke oppositie hoopte in stilte op een gebaar van verzet in het stadion. Der Ball klebt ihm am Fuss.

Dat beweerde men over Matthias Sindelar. De meeste toeschouwers verkneukelden zich in de afwisselend rechtse en linkse draai – inderdaad de Weense wals – van Sindelar rond de Duitse afweergordel. Hij scoorde zelf de eerste treffer en vierde die op zeer uitbundige wijze, tegen zijn teruggetrokken natuur in, voor de eretribune. Nadien stelde hij Sesta in de gelegenheid te eindstand op het bord te zetten. Er brak een storm los van ‘Oostenrijks nationalisme’, zo stelde zelfs de Duitse Reichssportführer op schrift. Na afloop kondigde ‘der Papierene’ laconiek zijn afscheid van het internationale podium aan. Hij weigerde aan te treden met het ‘Groot-Duitse’ elftal. Hij veinsde een knieblessure en stelde de Weense ‘Persönlichkeit’ boven de Germaanse krachtpatserij.

Tussen liefde, likeur en dood

Op 23 januari 1939, overleed Matthias Sindelar zeer onverwacht. In nooit opgehelderde omstandigheden. In het gezelschap van zijn vriendin Camilla Castagnola. Na zijn dood sloegen de getrouwen van het Derde Rijk terug met vileine pesterijen. Ze verboden de jaarlijkse herdenking door vrienden aan zijn graf en hielden niet op om zijn moeder Maria en zussen Rosi en Poldi vijandig te behandelen: ‘Da herr Sindelar als judenfreundlich bekannt war, werden seine Angehörigen wohl nicht viel anders eingstellt sein.’

In 1942 pleegde Rosi zelfmoord. Die geruchten zoemden ook lang rond het verscheiden van Matthias. Zijn vriend en bewonderaar Friedrich Torberg – één van de grootste satirische schrijvers en critici in het joodse Wenen – kon zijn verdriet niet de baas. In zijn columns polemiseerde hij over het wonderlijke Weense voetbal waarin ‘de beste joodse en Tsjechische elementen zich met de proletarische voorstads – en boheemse koffiehuis- cultuur hadden vermengd.’

De antifascistische Torberg sloot het suïcidale element in het droefgeestige karakter van Matthias Sindelar niet uit. Hij en zijn vriendin Camilla Castagnola werden naakt gevonden, de fles likeur bij de hand. Of was er sprake van een liefdesdrama? Sliepen zij samen in? Sindi had zijn hele leven geflirt. Een diepgaande relatie met een vrouw kwam zelden tot stand. Hij verzonk in een diepe psychologische crisis. De maatschappelijke gebeurtenissen en de persoonlijke wrijvingen hadden hem ontredderd. Hij snapte dat de levenszwier van zijn geliefde Wenen en Austria definitief tot het verleden behoorde.

‘Er spielte stets. Er kämpfte nie.’

Voelde de grondlegger van de Weense voetbaljugendstil – esthetisch, elegant, bevrijdend, het verhevene – het op zijn klompen aan: na de nazi’s was er niets meer?

Friedrich Torberg zette de betekenis van de dode voetballer neer in een ontroerend afscheidsgedicht, dat aansluitend bij de Weense én Sindelars levensfilosofie de humor met het lijden, de ironie met het fatalisme verbond. Voor hij politiek asiel zocht in Frankrijk dichtte hij het authentieke grafschrift Auf den Tod eines Fussballspielers. Met onder meer het veelzeggende vers: ‘Er spielte Fussball wie kein zweiter, er stak voll Witz und Phantasie. Er spielte lässig, leicht und heiter. Er spielte stets. Er kämpfte nie.’  Matthias Sindelar.

Het palmares van Matthias Sindelar

111 legendarische voetbalhelden sinds 1920 | Raf Willems

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Comments are closed.