zondag, oktober 17

Raymond Goethals werd 100 jaar geleden geboren

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Precies honderd jaar geleden werd Raymond Goethals geboren. Als trainer een tovenaar, maar ook een man die de spelers van Standard aanzette tot omkoping. Dit is het portret dat ik schreef voor ‘De Top-1000 van de Belgische voetballers’, het boek dat over een paar weken in de boekhandel ligt of via deze site besteld kan worden.

Raymond Goethals was zonder enige twijfel de kleurrijkste figuur uit de geschiedenis van het Belgische voetbal. Na een bescheiden keeperscarrière bij Daring en Racing Brussel werd hij een grandioze entertainer en een meester-tacticus. In eigen land werd hij ‘de Tovenaar’ genoemd, in Frankrijk kreeg hij de bijnaam ‘Raymond- la-Science’ (de wetenschapper). Hij won brons met de Rode Duivels op het EK van 1972, ‘speelde’ vijf Europese finales en is de enige Belgische trainer die de Europese Beker voor Landskampioenen veroverde.

Belangrijke vernieuwer

Goethals verdedigde tussen 1933 en 1949 het doel van Daring Brussel in eerste klasse. Nadien stond hij nog drie seizoenen onder de lat bij Racing Brussel in de Ereklasse, de toenmalige hoogste divisie. Een onvergetelijke indruk liet hij niet na als ballenvanger, maar onder de lat had hij een goed ovezicht van wat er voor hem gebeurde en kreeg hij de tijd om na te denken over het voetbal. Goethals werd in de jaren ’60 een van de belangrijkste vernieuwers van het voetbalspel.

Zijn eerste stappen als coach zette hij als speler-trainer van FC Hannutois, een provincialer. In 1956 werd hij trainer van Stade Borgworm, een vierdeklasser waarmee hij meteen promotie afdwong. Hij beleefde een zorgeloos seizoen met de club in derde afdeling en dat was ook de clubleiders op Staaien niet ontgaan. De Brusselaar kreeg zijn grote kans als trainer in de hoogste klasse.

Kanaries

STVV was een bescheiden club, maar ideaal voor de beginnende coach die Goethals was. Hij was van meet af aan verzot op verdedigen, dol op de buitenspelval en een aanhanger van ‘huug’ (hoog) spelen. STVV pakte uit met een lijnverdediging en maakte het speelveld klein. De tegenstanders wisten zich geen raad met deze aanpak en de Kanaries werden in het seizoen 1965-1966 zelfs vice-kampioen, net achter het grote Anderlecht.

De eigenzinnige trainer werd ook opgemerkt door de bondsleiding en benoemd tot assistent van bondscoach Tuur Ceuleers, die onder selectieheer Constant Vanden Stock als veldtrainer werkte. In 1966 volgde de Brusselaar Ceuleers op. Hij was in die periode nog altijd aan de slag als bediende op een of ander ministerie.
In juni 1968 werd Raymond Goethals de eerste Belgische bondscoach met de volledige sportieve bevoegdheid over de Rode Duivels. Een nieuw tijdperk diende zich aan. Een van zijn eerste beslissingen was om van de Rode Duivels de Witte Duivels te maken. Het kunstlicht was niet nog niet zo geweldig in die tijd en Goethals was van oordeel dat zijn spelers elkaar beter zouden vinden bij avondwedstrijden als ze in het wit zouden spelen. De bijgelovige coach geloofde ook dat zijn ploeg zich even onoverwinnelijk zou gaan wanen als het almachtige Real Madrid uit die tijd.

Onder selectieheer Constant Vanden Stock hadden de Rode Duivels vooral geprobeerd het champagnevoetbal van Anderlecht op te voeren. Ze werden de wereldkampioenen van de vriendschappelijke interlands genoemd, maar de kwalificaties voor de WK’s van 1962 en 1966 en voor de EK’s van 1964 en 1968 draaiden op niets uit.

Underdog

Goethals twijfelde niet: hij ging voor resultaten. De spelstijl van de Rode Duivels veranderde drastisch. De as van de ploeg was niet langer die van Anderlecht, maar die van Standard. Met bikkelharde verdedigers als Jean Thissen, Jacky Beurlet, Leon Jeck en Nico Dewalque als enige artiest en met Wilfried Van Moer, die heerste op het middenveld.

Het defensieve blok was de basis van zijn spelopvatting en Goethals deed er alles aan om zijn ploeg telkens in de underdogrol te maneuvreren. De kwalificatie voor het WK 1970 kondigde zich loodzwaar aan: Joegoslavië had in 1968 de finale van het EK verloren tegen gastland Italië en Spanje was het team van de Real-vedetten.

Goethals liet zijn spelers de briljante Joegoslaviërs provoceren en sterspeler Dragan Dzajic liet zich vangen en deelde een vuistslag uit. De wedstrijd dreigde uit de hand te lopen en de rijkswacht moest het veld op komen om de orde te herstellen. Met een mannetje meer zorgden de Witte Duivels na de rust voor een echte sensatie: 3-0.

In Spanje had de Belgische ploeg na de uitsluiting van Pierre Hanon met tien man achter de bal gespeeld en stand gehouden (1-1). Winst in de thuiswedstrijd betekende dat het deelnemingsbewijs voor het WK in Mexico binnen was, anderhalf jaar voor de start van het toernooi.

Anderlecht-spits Johan Devrindt was op het moddervette veld van Standard niet te stoppen tegen La Roja. De gefrustreerde bezoekers gingen over de schreef na het openingsdoelpunt van de Limburger en met een man minder na de rust kopje onder. Devrindt trof een tweede keer raak en de aansluitingstreffer van de Spanjaarden kwam te laat (2-1).

Het WK in Mexico werd een afknapper: verlies tegen Mexico (1-0) en de Sovjet-Unie (4-1) en alleen winst tegen het kleine El Salvador (3-0). De Rode Duivels vertrokken meer dan een maand op voorhand naar het land van de Azteken. Paul Van Himst en co werden er verteerd door heimwee en verveling.

Europees zilver

De eindronde van het EK 1972 was gelukkig in eigen land. Er mochten echter slechts vier ploegen aan deelnemen. Eerst moest een groep met onder andere Schotland en Portugal worden gewonnen. ‘Merci Popol, merci Popol, merci!’, zongen de fans. Het was de enige keer in zijn carrière dat Paul Van Himst werd bezongen op Sclessin. De Brusselaar had na het WK zijn afscheid aan de nationale ploeg bekendgemaakt, maar was er negen maanden later opnieuw bij en zorgde met een hattrick voor een 3-0 zege tegen Schotland (3-0).

Nauwelijks twee weken later was Portugal, met Eusebio, te gast op Anderlecht. Het werd alweer 3-0. Dit keer was het Club Brugge-spits Raoul Lambert die applaus oogstte en twee keer scoorde (3-0).

Er volgde nog een kwartfinale met heen- en terugwedstrijd tegen Italië, de superfavoriet voor de Europese titel. Het waren de hoogdagen van het catenaccio. De Italiaanse grootmachten Milan en Internazionale hadden in 1963, 1964, 1965 en 1969 de Europese beker voor Landskampioenen gewonnen en de Squadra Azzurra was regerend Europees kampioen en verliezend finalist op het WK van 1970.

In San Siro bezorgde Goethals de Italianen een koekje van eigen deeg. De Rode Duivels trokken een muur op. De Belgische bondscoach ging langs de zijlijn als een razende tekeer en toen hij door de scheidsrechter naar de tribunes werd gestuurd en zijn sanctie weigerde, moesten de carabinieri hem afvoeren. Hij haalde echter zijn slag thuis: 0-0.

In de return in het Astridpark was Wilfried Van Moer de held van de avond. Hij opende de score, maar werd door een woeste tackle van de gefrustreerde Mario Bertini met een beenbreuk geveld. De Azzurri beukten zich te pletter, Piot en co gaven geen krimp. Van Himst verdubbelde de voorsprong en de Italiaanse aansluitingstreffer kwam te laat. België plaatste zich bij de laatste vier.

Op de Bosuil werd verloren van het West-Duitsland van Franz Beckenbauer, Gunther Netzer en Gerd Müller (2-1). De Rode Duivels klopten in Luik Hongarije voor brons (2-0), maar er zaten slechts zesduizend toeschouwers op de tribunes voor de grootste prestatie van de Rode Duivels in vijftig jaar. Goethals had een mirakel verricht, maar de fans lustten er geen brood van.

Goethals was echter overtuigd dat dit de enige weg naar succes was. In de aanloop naar het WK van 1974 dwong hij twee keer een blank gelijkspel af tegen het Oranje van Cruijff. Jaren later fulmineerde hij nog tegen de Russische scheidsrechter Kazakov, die een doelpunt van Jan Verheyen onterecht afkeurde.

De Rode Duivels vonden in de voorronde van het EK 1976 Nederland alweer op hun weg. De Witte Duivels waren echter over hun hoogtepunt en Goethals klampte zich vast aan zijn oudjes. Verheyen bleef international ook toen hij in derde klasse speelde en ‘liever Piot op één been dan Pfaff in doel’, liet Goethals zich ontvallen.

Goethals was ook een grandioze entertainer. Vooral de duels tegen de ‘Ollanders’ inspireerden hem tot hoogst komische, zeg maar hilarische interventies, in een onnavolgbare mengeling van Frans, Vlaamse en vooral sappig Brussels.

Omkopen

De Tovenaar werd clubtrainer. Constant Vanden Stock had al jaren aan zijn mouw staan trekken. Goethals werd met Anderlecht de eerste Belgische trainer die een Europese beker won. In zijn eerste campagne in het Astridpark greep hij overal net naast: vice-kampioen, verliezend bekerfinalist in eigen land en in Europa (HSV). Een jaar later triomfeerde hij dan toch met winst in de finale van Europacup II tegen Austria Wien (4-0). Na een derde seizoen zonder zilverwerk wenkte het buitenlands avontuur. Via Bordeaux belandde hij in Sao Paulo, waar hij technisch directeur werd.

Een miljoenenstad in Brazilië was echter niets voor Goethals. Raimundo keerde naar eigen land terug. Een Belgische titel ontbrak nog op het palmares van het Brusselse Ketje met de geverfde haardos en de eeuwige sigaret en Standard gaf hem de kans dit te waar te maken. Met de Rouches werd zijn grote droom werkelijkheid en won hij twee landstitels. Nadien bleek dat de Luikse spelers bij de laatste en beslissende match van de competitie hun winstpremie hadden afgestaan aan hun collega’s van Waterschei. Goethals wist hoe Anderlecht te werk ging en wilde de tegenstander omkopen om geen risico’s te nemen. Vooral omdat vier dagen later de finale van Europcaup II tegen Barcelona in Nou Camp stond geprogrammeerd. Hij overtuigde Roger Petit, de sterke man van Standard, om het geld via Eric Gerets naar de Limburgers door te sluizen.

Marseille

Goethals en zijn spelers werden geschorst, maar de trainer kon als enige in het buitenland aan de slag en vluchtte naar het Portugese Vitoria Guimaraes. Toen hij zijn ‘straf’ uitgezeten had, besloot hij het kalmer aan te gaan doen en werd technisch directeur van Racing Jet. Het duurde echter niet lang of Constant Vanden Stock deed opnieuw beroep op hem.

Hij kreeg de smaak weer te pakken en keerde ook naar Bordeaux terug en sloeg iedereen met verstomming toen hij als 69-jarige de sportieve baas werd bij het woelige en superambitieuze Olympique Marseille van Bernard Tapie. Af en toe werd een jongere coach aangesteld, maar Goethals moest telkens weer orde op zaken stellen. In 1991 verloor hij na strafschoppen tegen Rode Ster Belgrado de eindstrijd van Europacup I, maar twee jaar later bedwong hij het machtige Milan van Maldini, Rijkaard en Van Basten met de tactiek van St.-Truiden anno ’60: 1-0 met een doelpunt van verdediger Basile Boli.

Het was de vijfde Europese finale van Goethals en zijn absolute ,moment de gloire’, maar de Uefa ontnam de Fransen de beker met de grote oren omdat Marseille in de competitie tegenstanders had omgekocht. Een beslissing die later werd teruggedraaid. Marseille verloor wel de landstitel van 1993.

Goethals vond het welletjes. Ook al keerde hij in augustus ’95 nog even op de bank van Anderlecht terug, toen trainer Herbert Neumann al na vijf wedstrijden werd ontslagen.
Raymond Goethals at, dronk en sliep voetbal, lang voor de slogan was bedacht. Vanwege zijn kennis van het internationale voetbal en scherpe analyses was hij tot hij ziek werd een graag geziene gast als analist. Tot lang voorbij zijn zeventigste verjaardag bleef deze hypernerveuze voetbalfanaat een vat vol wonderlijke voetbalanekdoten.

Share.

About Author

François Colin (68) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Sinds zijn pensioen in 2014 is hij columnist voor Sport/Voetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply