woensdag, november 25

Mijn eerste ontmoeting met Pelé, O Rei do Futebol

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Pelé, ‘O Rei do Futebol’ ( de Koning van het Voetbal), is voor velen nog steeds de beste voetballer aller tijden. Drie wereldtitels, 77 doelpunten in 92 interlands en 1282 goals in 1366 officiële wedstrijden. Een record dat voor de eeuwigheid bestemd lijkt.

In januari 1990, een half jaar voor het WK in Italië, woonde ik in opdracht van de krant een tornooi in Miami bij met onder andere Uruguay. De Celeste was in dezelfde poule ingedeeld als de Rode Duivels.

Tijdens de eerste wedstrijd zat naast mij op de perstribune een kleine man met een snor die bij elk fluitsignaal van de scheidsrechter om uitleg vroeg. Na een tijdje begon dat mij behoorlijk te irriteren. Dat een Amerikaanse journalist in die tijd niet al te veel van voetbal afwist, kon ik begrijpen. Maar dat hij werkelijk niets van de regels kende, ging te ver.

Tijdens de rust introduceerde Tony zich en stelde heel andere vragen. Of de Wereldbeker echt wel belangrijk was in Europa, bijvoorbeeld. Toen ik zei dat elk van de 52 matchen qua kijkcijfers hoger scoorde dan de Super Bowl ging hij op het puntje van zijn stoel zitten.

In de tweede helft hield hij zich gedeisd. Wellicht vanwege mijn lichaamstaal. Na afloop vroeg hij echter samen iets te gaan drinken. De New Yorker was de baas van een groot pr-bureau in The Big Apple en beheerde het sportsponsoringsbudget van MasterCard. In Miami wilde hij uitzoeken of het een goed idee was om in het voetbal te stappen.

Bij de WK-finale een half jaar later in Rome ontmoette ik Tony opnieuw. Hij kondigde aan dat MasterCard in het voetbal zou stappen en ik had daar een minuscuul rolletje bij gespeeld. De Amerikaan was daar dankbaar voor en vanaf 1992 behoorde ik bij elk EK en WK tot het kransje journalisten dat een gesprek mocht hebben met de voetbalambassadeur van MasterCard, ene Edson Arantes do Nascimento uit Brazilië.

Daardoor heb ik acht of negen keer Pelé ontmoet en schreef O Rei bij verscheidene EK’s en WK’s een column voor deze krant.

De eerste keer was dus bij het EK ’92 in Zweden, het land waar het 17-jarige wonderkind 34 jaar eerder voor de wereld werd geboren en frivole heupbewegingen etaleerde die Europa nog nooit had gezien. In suite 169 van het Sheraton hotel in Göteborg was ik één van vier journalisten die een audiëntie van een halfuur kreeg bij ‘O Rei’ ( de koning).

‘Pelé werd geboren toen ik ongeveer zes jaar was’, vertelde de Braziliaan. ‘Ik woonde in een klein dorpje. Wanneer we naar de betere buurten trokken, scholden de kinderen me uit voor Pelé. Ik wist niet wat het betekende en antwoordde dat mijn naam Edson was, maar ze bleven Pelé roepen. Die naam beviel me helemaal niet, omdat ik dacht dat ze er iets pejoratief mee bedoelden. Ik heb er om gevochten en ben er zelfs voor van school gestuurd.’

‘Toen ik vijftien was, kwam FC Santos in ons dorp voetballen’, herinnerde de voetbalgod zich. ‘Ze kochten vier spelertjes van onze jeugdploeg. Ik was één van die vier. Een jaar later stond ik in het eerste team, nog een jaar later vertrok ik naar het WK in Zweden.’

‘Het lijkt gisteren’, lachte hij. ‘Wat ik me herinner? Dat we de wereldbeker wonnen en dat ik mijn tranen niet kon bedwingen. Ik weet ook nog dat ik enorm werd aangestaard. De Zweden waren helemaal nog niet vertrouwd met het beeld van zwarte mensen in de straten. Ik was dan weer niet gewend om zoveel mooie meisjes te zien. In de buurt van ons hotel lag een meer. Wij vroegen de coach iedere dag of we mochten gaan lopen. Rond het meer, natuurlijk. Daar lagen ze. Topless. In die tijd een ware sensatie voor een zeventienjarige.’

‘Sindsdien is er veel veranderd. Ook in het voetbal. Vooral naast het veld. Goede voetballers staan nog steeds garant voor goed voetbal. Maar buiten de lijnen is een vergelijking nog nauwelijks mogelijk. De televisie en de sponsors hebben een nieuwe voetbalwereld gecreëerd. Verliezen is een drama geworden. De druk op de spelers is enorm toegenomen.’

‘Voetballers verdienen nu veel meer, maar spelen niet meer met hun hart. Ieder jaar veranderen ze van club. Iedere cent meer is voldoende om te verhuizen. Er is iets fout met de mentaliteit van de huidige generatie. Ik kan het voorbeeld van mijn eigen zoon aanvoeren. Edzinho is 21 en reservedoelman van Santos.’

‘Tussen haakjes. Ik was er absoluut tegen dat hij onder de lat ging staan. Veel te gevaarlijk. Hij was vroeger middenvelder en deed dat echt niet slecht, maar hij werd steeds met zijn vader vergeleken en ging daarom liever in het doel staan. Ik heb overigens zelf ook enkele keren tussen de palen postgevat. Bankzitters bestonden in mijn tijd niet en ik was invaller in geval de goalie geblesseerd geraakte.’

‘Edzinho is tweede keuze achter Sergio, samen met Taffarel de doelman van de nationale selectie’, aldus Koning Pelé. ‘Een tijdje terug kwam hij bij mij klagen. Hij zag het niet meer zitten als wisselspeler, omdat hij dan de winstpremie misliep. Niet het feit dat hij geen speelkans kreeg, maar dat hij minder geld verdiende stoorde hem. Die instelling merk ik helaas bij de meeste jongeren.’

Na het teleurstellende WK twee jaar voordien in Italië bleef hij hoopvol voor de toekomst van het spelletje. ‘Voetbal is vanwege de tactiek minder attractief geworden’, meende hij. ‘Het grote probleem is dat de verdedigers beter en de aanvallers minder zijn geworden.’

‘Vroeger bestonden er ook al mandekkers. Ik heb mijn hele carrière met een man in de rug gespeeld. Ik noemde het ‘mijn huwelijk voor negentig minuten’. Ik ben echter overtuigd dat je nog altijd met aanvallend voetbal een trofee kan winnen. Een afweer is echter het makkelijkst open te breken langs de flanken. Er is echter geen Matthews, Garrincha, Rivelino, Jairzinho of Best meer. Ook niet in Brazilië. Trainers moeten spelers opnieuw meer vrijheid geven.’

Pelé toonde zich ook voorstander van reglementswijzigingen. ‘Iedere sport past zich aan. Ik ben voorstander van het afschaffen van het muurtje bij vrije trappen. Veel eenvoudiger nog is dat scheidsrechters ophouden met het bevoordelen van verdedigers. De aanvallers moeten het voordeel van de twijfel genieten. Een strafschop te veel fluiten of een buitenspelgeval te weinig signaleren, is minder erg dan andersom. De ref mag zich alleen vergissen ten gunste van de ploeg die probeert een doelpunt te maken. Dat is nooit dramatisch.’

Pelé streed in zijn leven niet alleen tegen verdedigers, maar ook – onder andere als minister van Sport – tegen corruptie in het voetbal en de maatschappij. Toen hij gevierd werd voor zijn duizendste doelpunt luidde zijn commentaar: ‘Vergeet de arme kinderen niet’.

Pelé is zijn jeugdjaren nooit vergeten. ‘Armoede maakt mensen depressief’, schreef hij in zijn autobiografie. ‘Armoede is afgedragen kleren dragen, geen schoenen hebben, met z’n allen slapen in een vieze keuken tijdens een koude nacht. Armoede is angst voor het leven.’

 

 

 

 

Share.

About Author

François Colin (68) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Sinds zijn pensioen in 2014 is hij columnist voor Sport/Voetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply