Steeds meer kleine clubs maken hun opwachting in de Bundesliga, terwijl nogal wat traditierijke verenigingen op een lager niveau spelen. Niet iedereen is daar blij mee.
Met SC Paderborn en SV Elversberg promoveerden dit seizoen twee zogenaamd kleinere clubs naar de Bundesliga. Het lijkt wel een trend die de afgelopen jaren werd ingezet. 1. FC Heidenheim, Holstein Kiel, Greuther Fürth, FC Ingolstadt, Darmstadt 98, het zijn maar enkele clubs die op het hoogste niveau mochten aantreden. Ze spelen stuk voor stuk in stadions met een beperkte capaciteit. En werken met een klein budget.
Hier en daar heerst er nogal wat scepticisme over deze ontwikkeling. Sommigen vinden dat die clubs het niveau van de Bundesliga devalueren. Omdat er, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland en Spanje, minder topwedstrijden worden gespeeld. En omdat die clubs niet echt op een traditie buigen. Om een rijke clubgeschiedenis gaat het in het Duitse voetbal. Heel anders dan bijvoorbeeld in Engeland.
De Betzenberg
Het is opvallend dat nogal wat clubs met traditie nu in de Tweede Bundesliga uitkomen. Zoals 1. FC Kaiserslautern dat in 1998 kampioen werd. De club kan nog altijd rekenen op een trouwe supportersschare; er werden dit seizoen 34.000 abonnementen verkocht. Maar Kaiserslautern is dan ook een bijzondere vereniging. Het speelt zijn thuiswedstrijden op de Betzenberg, een heuvel die 285 meter boven de stad ligt. Wie aan de klim begint, moet over een behoorlijke conditie beschikken. Het Fritz Walter-stadion, zoals deze voetbalvesting heet, heeft 49.300 plaatsen en er heerst een overdonderende sfeer. Het stadion is genoemd naar de legendarische aanvoerder van West-Duitsland dat in 1954 wereldkampioen werd. Nogal wat tegenstanders raken geïntimideerd door die ambiance. Kaiserslautern, waar Erik Gerets tussen 2002 en 2004 trainer was, ambieert al lang een terugkeer naar de Bundesliga en voert een kronkelig sportief beleid: de afgelopen tien jaar passeerden vijftien trainers de revue.
Op promotie jaagt ook Hertha BSC Berlin dat zijn thuiswedstrijden in het mythische Olympisch Stadion afwerkt, vorig seizoen voor een moyenne van 47.500 toeschouwers. De club uit de hoofdstad begon uitstekend aan seizoen. Nog een traditierijke club is Hannover 96. En 1. FC Nürnberg, dat zes keer kampioen werd, al dateert de laatste titel van 1968.
Cynische Max Merkel
De manier waarop dat kampioenschap werd behaald is een van de meest frappante gebeurtenissen in de 63-jarige geschiedenis van de Bundesliga. Nürnberg stond in het seizoen 1966-67 op de laatste plaats en besloot met de jaarwisseling de memorabele Oostenrijker Max Merkel als trainer aan te trekken. Hij leidde de ploeg naar de middenmoot. Voor het seizoen daarna werd met de Oostenrijkse middenvelder Gustl Starek slechts één nieuwe basisspeler aangetrokken. Tot ieders verbazing werd Nürnberg kampioen. Om het seizoen daarop te degraderen. Het was de opmerkelijkste val in de historie van de Bundesliga. Nürnberg was als favoriet aan de competitie begonnen, ook al was regisseur Starek intussen naar Bayern München vertrokken.
Het seizoen deed Max Merkel niet uit. Hij werd in maart ontslagen. Merkel, die zijn trainerscarrière bij ADO Den Haag begon en bondscoach was van Oranje, was een zeer markante persoonlijkheid, een cultfiguur. Enig cynisme bleek hem niet vreemd. Op training liet Merkel eens de spelers die dronken aantreden tegen degenen die dat niet deden. De eerste ploeg won met 7-1. Waarop Merkel zei dat iedereen wat hem betreft zoveel mogelijk mocht zuipen als hij wilde. Toch bouwde Merkel een fraaie carrière op. Zo werd hij, twee jaar voor de titel met Nürnberg, in 1966 kampioen met 1860 München.
Eerste club in München
Intussen is ook deze club afgegleden, helemaal in de diepte zelfs, naar de Regionalliga Bayern, het vierde niveau. De club speelde vorig seizoen in de derde Bundesliga, maar kon niet aan de licentie-eisen voldoen. Of beter: de Jordaanse investeerder Hasan Ismaik en de aan hem gelieerde ondernemingen konden geen financiële garanties geven.
1860 München werd in 1966 kampioen in een seizoen waarin Bayern naar de Bundesliga was gepromoveerd en vijfde eindigde. 1860 was toen de eerste club in München. Het won, op de eerste speeldag, de eerste derby met 1-0, het doelpunt viel in de eerste minuut. De meest opvallende speler van de ploeg was de (toen nog) Joegoslavische doelman Petar Radenkovic. Hij was als oud-middenvelder een van de eerste keepers die ver uit zijn goal speelde. Radenkovic kreeg daarvoor van Merkel alle vrijheid. Hij werd in die tijd door Franz Beckenbauer de beste doelman ter wereld genoemd. Radenkovic vond dat zelf ook. Hij was doelman en entertainer. Niet gehinderd door enige bescheidenheid nam hij een single op; ‘Bin i Radi, bin i König’ werd zowaar een hit.
Vandaag leeft de intussen 92-jarige Radenkovic weer in Belgrado. Hij volgt de matchen van 1860 München nog op de voet. Dat speelt zijn thuiswedstrijden in het ‘Stadion an der Grünwalder Straße’, niet zo ver van de kantoren van Bayern. Het stadion, met een capaciteit van 15.000 plaatsen, is voor iedere wedstrijd nog steeds uitverkocht. Ook al wordt er gespeeld tegen ploegen als Buchbach of Aubstadt.